Selecteer één of meerdere partijen aan de hand van de onderstaande knoppen om de impact van hun maatregelen te ontdekken

Voorstelling

De budgettaire impact van elke maatregel wordt per categorie gepresenteerd. De budgettaire impuls is de positieve of negatieve impact op de overheidsfinanciën voordat deze zijn geïnduceerde effecten sorteert.

Om de geïnduceerde effecten te berekenen, vertrekken we van een referentiescenario, d.w.z. een scenario dat de voorgestelde maatregelen niet bevat, en een alternatief scenario dat de maatregelen wel bevat. De impact van de maatregel(en) stemt overeen met het verschil tussen de resultaten van de twee scenario’s.

Afhankelijk van de maatregel kunnen verschillende effecten worden belicht, die worden berekend met één of meerdere modellen:

  • De macro-economische impact tijdens de legislatuur op het bruto binnenlands product en de componenten ervan, de prijzen en inkomens, de werkgelegenheid, de werkloosheid, de overheidsfinanciën en de broeikasgasemissies.
  • De macro-economische impact op lange termijn van structurele maatregelen in de volgende domeinen: fiscale en parafiscale maatregelen, marktwerking, privé-investeringen in onderzoek en ontwikkeling, administratieve vereenvoudiging en overheidsinvesteringen.
  • De rechtstreekse impact op de verdeling van het beschikbaar inkomen van de huishoudens, voorgesteld volgens inkomensdeciel, de kenmerken van het gezin of het gewest waarin ze wonen.
  • De rechtstreekse impact op de consumptieprijsindex, voorgesteld volgens inkomensdeciel.
  • De impact op middellange termijn op het arbeidsaanbod per inkomensdeciel van het gezin of volgens de kenmerken van het individu.
  • De impact op lange termijn van maatregelen in de transportsector op de transportvraag, de wegcongestie, het milieu en de samenstelling van het wagenpark.
  • De impact op lange termijn van maatregelen met betrekking tot het elektriciteitsproductiepark op de bevoorradingszekerheid, duurzaamheid en betaalbaarheid.

De resultaten worden niet per individuele maatregel gepresenteerd, maar voor alle partijmaatregelen samen die in een model in aanmerking worden genomen. De resultaten worden voorgesteld in de vorm van grafieken en tabellen.

Budgettaire impuls (mio €)
20252026202720282029
1. Fiscaliteit en parafiscaliteit
cd&v
101 Digitale belasting vanaf 2025 70 70 70 70 70
102 Lastenverlaging op arbeid - luik sociale werkbonus -400 -500 -600 -600 -600
103 Lastenverlaging op arbeid - luik uitdoving bijzondere bijdrage sociale zekerheid -617 -1234 -1234 -1234 -1234
104 Lastenverlaging op arbeid - luik hervorming belastingschijven -4417 -4873 -5649 -5649 -5649
DéFI
101 Augmenter la progressivité de l'impôt en modifiant les tranches d'imposition -10176 -10176 -10176 -10176 -10176
102 Supprimer progressivement les niches fiscales à l'IPP (voitures de société, écochèques et chèques-repas) 238 476 1663 2910 4459
103 Augmenter la majoration de la quotité exemptée d'impôt pour chaque enfant à charge de 2 500 euros -3521 -3521 -3521 -3521 -3521
104 Supprimer progressivement par année le quotient conjugal 98 196 294 392 491
105 Globalisation des revenus financiers et taxation des loyers réels 6369 6369 6369 6369 6369
106 Augmenter le seuil de rémunération du dirigeant d'entreprise (60 000 euros) 13 13 13 13 13
Ecolo
101 Augmentation des bas et moyens salaires jusqu’à 350 euros nets -3018 -3018 -3018 -3018 -3018
102 Globalisation des revenus du travail et du capital 6369 6369 6369 6369 6369
103 Contribution des gros patrimoines nets supérieurs à 1 million d’euros 3658 3658 3658 3658 3658
104 Imposition des plus-values sur revente d’actions 1754 1754 1754 1754 1754
105 Suppression de l’avantage fiscal lié à la voiture salaire et à la carte carburant 3410 4039 4595 4684 5213
106 Instauration d’un prélèvement kilométrique intelligent en Belgique 0 0 0 0 0
107 Imposition des géants du numérique 140 140 140 140 140
108 Glissement fiscal des accises vers les produits énergétiques polluants 0 0 0 0 0
Groen
101 Welvaartsgarantie - een bescherming tegen armoede en een bonus voor werkenden -9026 -9026 -9026 -9026 -9026
102 Lastenverlaging op arbeid - luik hogere en bredere sociale werkbonus -1281 -824 -1913 -1934 -1934
103 Lastenverlaging op arbeid - luik afschaffing bijzondere bijdrage sociale zekerheid (bbsz) -1234 -1234 -1234 -1234 -1234
104 Lastenverlaging op arbeid - luik verhoging belastingvrije som -3007 -3007 -3007 -3007 -4016
105 Een miljonairsbelasting op grote vermogens 2013 2013 2013 2013 2013
106 Een meer rechtvaardige bijdrage op vermogenswinsten 11265 11265 11265 11265 11265
107 Hogere belasting op de gokindustrie 33 34 34 35 36
108 Billijke bijdrage van tech giganten 0 140 140 140 140
109 Minder uitzonderingsregimes in de vennootschapsbelasting 1050 1050 1050 1050 1050
110 Aanpassing fiscale en parafiscale behandeling van componenten van alternatieve verloning: deel personenbelasting 1427 1852 2281 2737 3414
111 Aanpassing fiscale en parafiscale behandeling van componenten van alternatieve verloning: deel werknemersbijdragen 422 411 481 551 730
112 Aanpassing fiscale en parafiscale behandeling van componenten van alternatieve verloning: deel werkgeversbijdragen 780 756 877 997 1308
113 Beperking gunstregime profvoetbalclubs 137 137 137 137 137
114 Aanwervingssubsidie eerste werknemer beperken in de tijd en hoogte degressief maken 495 495 495 495 495
115 Gerichte verlaging van de werkgeversbijdragen -1280 -1256 -1377 -1497 -1808
Les Engagés
101 Bonus bosseur : instauration d’un ‘bonus bosseur’ en Wallonie et à Bruxelles 0 0 -1821 -1821 -1821
102 Suppression des droits de succession / introduction une taxe de 4-5% sur toutes les transmissions 0 0 0 0 0
103 Taxation du capital (plus-value) 0 0 2889 2889 2889
MR
101 Rehausser la quotité exemptée d’impôt au niveau du revenu d’intégration sociale (RIS) -1979 -4063 -6110 -8158 -10210
102 Une augmentation des salaires nets grâce à la suppression de la cotisation spéciale de sécurité sociale 0 0 -1234 -1234 -1234
N-VA
101 We vergroten het verschil werken en niet-werken door de belasting op arbeid te verlagen -1234 -1234 -1234 -1234 -1234
102 De aftrek voor kinderopvang gaat naar 100% -22 -131 -241 -241 -241
103 We verhogen de taks op nationaliteitsverkrijging 136 136 136 136 136
104 We ondersteunen zelfstandigen met een ondernemersaftrek en een hogere investeringsaftrek -220 -240 -260 -280 -400
105 We schrappen belastingaftrekken voor niet-actieven 458 458 458 458 458
106 We verlagen de subsidies voor fossiele brandstoffen 40 80 120 160 200
107 We harmoniseren het loonbegrip van aandelenopties via een bijdrage 120 120 120 120 120
108 We hervormen de DBI-aftrek 410 410 410 410 410
109 We streven naar betaalbaar wonen door de BTW op sloop- en heropbouw te verlagen -234 -234 -234 -234 -234
Open Vld
101 Werken meer laten lonen door de afschaffing van de 45%-schijf. -578 -1156 -1734 -2312 -2312
102 Werken meer laten lonen door de verbreding en verdieping van de Vlaamse jobbonus. 0 -581 -581 -581 -581
103 Single-korting op de onroerende voorheffing voor alleenstaanden. -164 -164 -164 -164 -164
PS
101 Globaliser les revenus 5649 5649 5649 5649 5649
102 Taxer le patrimoine 7558 7558 7558 7558 7558
103 Taxer les plus-values 2889 2889 2889 2889 2889
104 Supprimer le régime fiscal favorable des stock-options: partie impôt des personnes physiques -324 -324 -324 -324 -324
105 Supprimer le régime fiscal favorable des stock-options: partie contributions personnelles 208 208 208 208 208
106 Supprimer le régime fiscal favorable des stock-options: partie contributions patronales 397 397 397 397 397
PVDA-PTB
101 Taxe des millionnaires | miljonairsbelasting 3907 3907 3907 3907 3907
102 Suppression de la TVA sur les produits alimentaires | Afschaffing van de btw op voedingsmiddelen -2093 -2093 -2093 -2093 -2093
103 Imposition des plus-values financières | Belasting op de financiële meerwaarde 3772 3772 3772 3772 3772
104 Taxe sur les surprofits bancaires | Overwinstbelasting voor de banken 640 640 640 640 640
VB
101 Koopkracht versterken door de verhoging van de belastingvrije som tot 13000 euro -5349 -5349 -5349 -5349 -5349
102 Koopkracht versterken door de verlaging van de belastingschijf van 40% naar 30% -6545 -6545 -6545 -6545 -6545
103 Koopkracht versterken door de verlaging van de belastingschijf van 45% naar 40%. -2312 -2312 -2312 -2312 -2312
104 Koopkracht versterken door de verhoging van de ondergrens van de belastingschijf van 50% 0 0 -552 -552 -552
Vooruit
101 Lagere belasting op werk: verhoging belastingvrije som -11093 -11093 -11093 -11093 -11093
102 Lagere belasting op werk: versterking werkbonus 0 -1575 -1883 -1883 -2165
103 Globalisering personenbelasting: inkomsten uit financieel vermogen 9695 9695 9695 9695 9695
104 Globalisering personenbelasting: reële huurinkomsten 338 338 451 563 676
105 Globalisering personenbelasting: meerwaarden op aandelen 2889 2889 2889 2889 2889
106 Hervorming van de erf- en schenkbelasting 724 724 724 724 724
107 Belasting aankoop woning: verlaging belasting aankoop gezinswoning en verhoging belasting aankoop buitenverblijven 943 943 943 943 943
Budgettaire impuls (mio €)
20252026202720282029
2. Arbeidsmarkt (incl. werkloosheid)
cd&v
201 Beperking langdurige werkloosheidsuitkering 1596 1596 1596 1596 1596
202 Vrije instroom in sociale economie (extra arbeidsplaatsen) -28 -56 -84 -112 -140
203 Versterking geestelijke gezondheidszorg -50 -50 -75 -75 -100
204 Versterking re-integratie langdurig zieken 243 305 383 474 574
DéFI
201 Allonger le congé de maternité à 21 semaines 0 0 -716 -716 -716
202 Suppression du délai de 7 jours en cas d'incapacité de travail (indépendants) -16 -16 -16 -16 -16
203 Prolonger la mesure des heures supplémentaires de relance exonérées de cotisations sociales et de précompte professionnel 0 0 0 0 0
Ecolo
201 Baisse des cotisations sociales ciblée sur les bas et moyens salaires -2000 -2000 -2000 -2000 -2000
202 Augmentation du salaire minimum fixé à 60% du salaire médian -29 -29 -29 -29 -29
203 Augmentation du salaire minimum fixé à 60% du salaire médian : volet bonus à l'emploi -2382 -1948 -1795 -1795 -1795
Groen
201 Hogere minimumlonen -12 -12 -29 -29 -29
202 Responsabiliseringsbijdrage die bedrijven met disproportioneel veel langdurig zieken stimuleert om in te zetten op werkbaar werk 0 0 0 0 0
Les Engagés
201 Droit à la démission -41 45 61 61 61
202 Crèches : Augmentation des places d’accueil -489 -568 -647 -726 -805
203 100 heures d’aides à domicile à la naissance 0 0 -144 -144 -144
204 Réintégration des malades de longue durée 14 77 155 245 346
MR
201 Des allocations de chômage limitées à deux ans 0 1478 1478 1478 1478
202 Extension de l'application des titres-services à la garde et au transport des enfants en Région wallonne -33 -33 -33 -33 -33
203 Extension de l'application des titres-services à la garde et au transport des enfants en Région de Bruxelles-Capitale -13 -13 -13 -13 -13
204 Bonus d’activité pour tous les travailleurs qui gagnent moins de 4.500 € brut par mois -509 -990 -1452 -1895 -2298
205 Extension du cadre des flexi-jobs à l'ensemble des secteurs de l'économie 107 107 107 107 107
206 Un droit encadré à un soutien en cas de démission 20 145 169 169 169
N-VA
201 We schaffen de inschakelingsuitkeringen geleidelijk af 25 25 25 25 25
202 We schaffen het Stelsel van Werkloosheid met Bedrijfstoeslag (SWT) geleidelijk af 32 67 83 99 95
203 We beperken de werkloosheidsuitkering in de tijd 0 2490 2490 2490 2490
Open Vld
201 Het verschil tussen werken en niet-werken vergroten. Werken stimuleren door de werkloosheid in de tijd te beperken tot 2 jaar 0 0 216 539 757
202 Mensen aanmoedigen om zo snel mogelijk weer aan de slag te gaan door de degressiviteit van de werkloosheidsuitkering te versterken. 6 28 37 37 37
203 Uitbreiding van de flexi-jobs naar alle sectoren en naar zelfstandigen. 148 148 148 148 148
204 Werken stimuleren door transitietrajecten voor werknemers (vóór ontslag) mogelijk te maken. 0 0 0 0 0
205 Werken stimuleren door transitietrajecten voor langdurig arbeidsongeschikten mogelijk te maken. 0 -4 2 15 34
206 Werken stimuleren door de OCMW’s financieel te responsabiliseren voor de uitstroom van gerechtigden op (equivalent) leefloon naar werk. 0 16 33 49 65
207 Werken stimuleren via de responsabilisering van ziekenfondsen op basis van de effectieve uitstroom naar werk. 20 77 134 191 248
208 Werken stimuleren via het uitbreiden en permanent maken van 240 relance-overuren per jaar (bovenop de 100 vrijwillige overuren). 0 0 0 0 0
209 De welvaartsenveloppe wordt hervormd om er voor te zorgen dat werken of gewerkt hebben altijd meer loont dan niet werken of niet-gewerkt hebben. 396 790 1182 1577 1969
210 Geen nieuwe instroom meer voor SWT 32 67 83 99 95
PS
201 Augmenter les bas et moyens salaires via un crédit d'impôt -7880 -7880 -7880 -7880 -7880
VB
201 Werken aanmoedigen door de sociale beperking van de werkloosheidsuitkering tot 2 jaar. 1426 1426 1426 1426 1426
202 Werken aanmoedigen door de verhoging van het minimumloon met 5% -5 -10 -10 -10 -10
203 Gezinnen steunen door de invoering van een deeltijds opvoedersinkomen voor de ouder die kiest om deeltijds te werken en deeltijds voor de kinderen te zorgen. -492 -492 -492 -492 -492
204 Eerlijke parafiscaliteit door de opheffing van de voordelen in de werknemersbijdragen voor voetballers 30 30 30 30 30
205 Eerlijke parafiscaliteit door de opheffing van de voordelen in de werkgeversbijdragen voor voetballers 68 68 68 68 68
Vooruit
201 Verhoging minimumloon naar 2.500 euro tegen 2029 0 -5 -16 -16 -29
202 Verlaging werkgeversbijdrage op lage lonen, gekoppeld aan optrekken van het minimumloon -1500 -1500 -1500 -1500 -1500
Budgettaire impuls (mio €)
20252026202720282029
3. Sociale bescherming (incl. pensioenen)
cd&v
301 Versterking inkomensgerelateerde kinderopvang -73 -145 -218 -382 -730
DéFI
301 Supprimer le statut du cohabitant -2045 -2045 -2045 -2045 -2045
Ecolo
301 Individualisation des droits sociaux via la suppression du statut de cohabitant -2045 -2045 -2045 -2045 -2045
302 Augmentation des allocations sociales à 110% du seuil de pauvreté -2043 -2942 -3392 -3392 -4303
Groen
301 Meer solidariteit tussen de allerhoogste en lagere pensioenen 167 167 167 157 157
Les Engagés
301 Individualisation des droits sociaux 0 0 -390 -390 -390
302 Allocations familiales à 300 euros : Réforme de l’exonération fiscale pour les enfants à charge 0 1341 1561 1773 1983
303 Allocations familiales à 300 euros - Wallonie 0 -347 -403 -461 -521
304 Allocations familiales à 300 euros - Bruxelles 0 -166 -189 -212 -233
MR
301 La revalorisation des pensions des indépendants -1 -2 -3 -4 -6
302 L’instauration d’une pension à mi-temps -16 -31 -31 -31 -31
303 Une revalorisation du travail effectif dans le calcul de la pension minimum 0 0 0 1 1
N-VA
301 We voorzien een bijdrage van de allerhoogste pensioenen 276 532 817 817 841
302 We schrappen de pensioenbonus 80 237 249 328 359
303 We besteden alleen het gedeelte van pensioenen uit de welvaartsenveloppe 243 487 732 983 1240
304 We hervormen het leefloon zodat de kloof tussen werken en niet-werken groter wordt 412 441 458 485 507
305 De verblijfsvoorwaarden en de controle om aanspraak te maken op IGO worden opnieuw verstrengd 9 9 9 9 9
Open Vld
301 De perequatie van de ambtenarenpensioenen wordt afgeschaft. 24 24 48 48 72
PS
301 Offrir un repas chaud gratuit de qualité à tous les élèves de l’enseignement fondamental -20 -41 -61 -82 -102
302 Elargir la base de perception des cotisations patronales à toutes les formes de rémunérations alternatives 1496 1748 2066 2043 2055
PVDA-PTB
301 Retour de l'âge légal de la pension à 65 ans | Wettelijke pensioenleeftijd terug naar 65 jaar -751 -1233 -1663 -2083 -2232
VB
301 Pensioenen versterken door de correcte indexering van het minimumpensioen. -567 -573 -578 -583 -588
302 Eerlijke pensioenen door de koppeling van het pensioenbedrag aan de levensduurte in het land van uitbetaling buiten de Europese Unie. 165 165 165 165 165
303 Eerlijke pensioenen door de verlaging van het maximumpensioen. 788 788 788 788 788
304 Gezinnen steunen door het herstel van de automatische indexering van het Groeipakket (kinderbijslag) -30 -31 -9 0 22
305 Meer solidariteit door automatische en onmiddellijke toekenning van een huursubsidie aan kandidaat-huurders van een sociale woning -375 -375 -375 -375 -375
306 Migratiekosten beperken door een maximale verstrenging van gezinshereniging binnen de Europese wetgeving 18 54 81 100 116
Vooruit
301 Gratis gezonde schoolmaaltijd in het kleuter- en lager onderwijs -260 -260 -260 -260 -260
302 Maximumfactuur secundair onderwijs -202 -202 -202 -202 -202
303 Betaalbaar wonen: uitbreiding huurpremie -149 -149 -149 -149 -149
Budgettaire impuls (mio €)
20252026202720282029
4. Gezondheidszorg, invaliditeit
cd&v
401 Sociale akkoorden op federaal niveau in de gezondheidssector 0 -40 -80 -120 -160
402 Sociale akkoorden op Vlaams niveau in de gezondheidssector 0 -80 -160 -240 -320
DéFI
401 Augmenter le budget prévention en soins de santé à hauteur de 3 % contre 1,7 % actuellement à partir de 2025 -464 -464 -464 -464 -464
Ecolo
401 Revalorisation des salaires du personnel soignant -350 -350 -350 -350 -350
Groen
401 Behoud van wettelijke groeinorm van 2,5% op de begroting van de ziekteverzekering (RIZIV) -67 260 623 953 1244
402 Ziektebriefje afschaffen bij kort ziekteverzuim tot 3 dagen 40 40 40 40 40
Les Engagés
401 Norme de croissance santé : 3.5% -438 -504 -558 -669 -845
402 Fin des quota Inami 0 0 0 0 0
403 Doubler la part allouée à la promotion de la santé et prévention dans le PIB -107 -268 -537 -1073 -1073
404 Assurance autonomie 0 -85 -225 -295 -295
MR
401 Une valorisation des capacités des malades de longue durée 38 75 113 151 190
402 La revalorisation de la médecine générale, à travers la reconnaissance de l’importance du temps passé avec le patient -18 -18 -18 -18 -18
N-VA
401 We brengen de uitgaven gezondheidszorg meer in lijn met de economische groei 675 1767 2918 3719 4537
402 We schaffen het stelsel van verplicht ziektepensioen voor statutaire ambtenaren af 52 107 158 207 252
403 We willen langdurige arbeidsongeschiktheid vermijden en de re-integratie van langdurig zieken/invaliden in de arbeidsmarkt bevorderen 292 432 562 684 796
Open Vld
401 We beperken de overhead in de sociale zekerheid door de administratiekosten van de verzekeringsinstellingen onder controle te houden. 51 91 140 191 249
402 We maken onze gezondheidszorg financieel houdbaar op lange termijn door de groeinorm te verlagen naar 1,5% (boven op de index). 304 1018 1782 2529 3253
PS
401 Assurer une norme de croissance des soins de santé de 3% -449 -535 -625 -764 -942
402 Rendre gratuit les soins de base en supprimant les tickets modérateurs pour toutes les prestations des médecins généralistes et les soins préventifs, conservatoires et réparateurs chez les dentistes -175 -175 -175 -175 -175
403 Objectiver la manière de calculer les prix des médicaments et la rendre transparente 0 100 200 300 400
PVDA-PTB
401 Le prix des médicaments sous brevets est ramené à un niveau raisonnable | De prijs van gepatenteerde geneesmiddelen wordt verlaagd tot een redelijk niveau 0 100 200 300 400
402 Les médicaments hors brevet moins chers via le modèle kiwi | Medicijnen waarvan het octrooi is verlopen goedkoper volgens het kiwimodel 250 250 250 250 250
403 Consultation chez le médecin généraliste sans argent en poche | Raadpleging bij een huisarts zonder geld op zak -149 -149 -149 -149 -149
VB
401 Migratiekosten beperken door de afbouw van de asielinstroom en de verhoging van de asieluitstroom. 716 716 716 716 716
402 Meer solidariteit door de afbouw van de wachtlijsten voor persoonsgebonden budgetten voor mensen met een beperking. -370 -370 -370 -370 -370
403 Meer solidariteit door de invoering van de maximumfactuur voor rusthuizen, via de begrensde bijpassing tussen de factuur en het gemiddeld pensioen. -136 -136 -136 -136 -136
404 Beperken van de administratiekosten door vakbonden en ziekenfondsen 51 91 140 191 249
Vooruit
401 Investeringen in preventieve gezondheidszorg, met focus op jongeren en geestelijke gezondheidszorg -18 -35 -53 -71 -89
402 Uitbreiding centra geestelijke gezondheidszorg -17 -35 -53 -70 -87
403 Bijkomende plaatsen in jeugdhulpvoorzieningen en pleegzorg -48 -95 -143 -190 -238
404 Zorg voor iedere persoon met een handicap -74 -148 -222 -296 -370
Budgettaire impuls (mio €)
20252026202720282029
5. Economisch beleid (industrie- en mededingingsbeleid, O&O)
cd&v
501 Investering in O&O: onderzoeksinfrastructuur, Einsteintelescoop,… -250 -300 -350 -450 -500
DéFI
501 Exonérer à 85 % le précompte professionnel pour les chercheurs pour stimuler la R&D -92 -92 -92 -92 -92
Ecolo
501 Soutien complémentaire au développement de l’économie circulaire -200 -200 -200 -200 -200
502 Renforcement de la déduction fiscale pour investissements verts -100 -100 -100 -100 -100
503 Réduction supplémentaire du précompte professionnel pour les chercheurs (R&D) -100 -100 -100 -100 -100
Groen
501 Extra investeringen in O&O -50 -100 -150 -200 -200
502 Administratieve vereenvoudiging voor bedrijven 0 0 0 0 0
503 Transitie naar een circulaire economie: een verlaagd btw-tarief op herstellingen -29 -29 -29 -29 -29
MR
501 Une réduction de l’impôt des sociétés pour les PME -710 -710 -710 -710 -710
502 Un soutien à l’embauche dans les PME à travers un amortissement du capital humain 0 0 0 0 0
N-VA
501 We verhogen de productiviteit van de economie door het versoepelen van de regels rond e-commerce, openingsuren/zondagsopening, flexi-jobs,… 0 0 0 0 0
Open Vld
501 Loonkosten drukken tot de loonkloof gedicht is. -1000 -1000 0 0 0
502 Invoering van een fiscale korting voor personeel bij bedrijven die innovatie en kennis verspreiden. -0 -0 -0 -0 -0
503 Steun voor bedrijven die aan hoogtechnologische serieproductie doen in strategische en toekomstgerichte industriële sectoren. -68 -68 -68 -68 -68
504 Wegwerken van de energiekostenhandicap van de industrie door transmissienettarieven voor grootverbruikers te verlagen tot het niveau van de buren. -100 -100 -100 -120 -120
PVDA-PTB
501 Hausse du budget dans la recherche publique pour arriver à un budget de la recherche publique à 1 % du PIB | Het budget voor publiek wetenschappelijk onderzoek verhogen tot 1% van het BBP -550 -550 -550 -550 -550
502 Le taux d'intérêt sur l’épargne minimum est relevé et le taux hypothécaire est abaissé : fixation d'un écart légal de maximum 2 points de pourcentage entre les deux | De minimum spaarrente wordt verhoogd en de hypotheekrente verlaagd: een wettelijk maximaal verschil van 2 procentpunten tussen beide 0 0 0 0 0
VB
501 Afschaffen van de subsidie voor krantenbedeling en halveren van de subsidie voor de openbare omroep (VRT). 179 179 274 274 274
502 Invoeren van btw op kranten 183 183 183 183 183
503 Oprichting van een Vlaams energiebedrijf voor de bouw van nieuwe kerncentrales -2000 -2000 -2000 -2000 -2000
504 Strategisch investeren door de verkoop van niet-strategische overheidsparticipaties. 0 0 0 0 15000
Vooruit
501 Minder marktmacht voor lagere facturen 0 0 0 0 0
Budgettaire impuls (mio €)
20252026202720282029
6. Werking van de overheid
cd&v
601 Beperken van het aantal opvangplaatsen voor asielzoekers 185 451 451 451 451
602 Efficiëntere overheid 240 240 240 240 240
DéFI
601 Augmenter le remboursement de l'Etat fédéral à hauteur de 95% du RIS pour le financement des CPAS 0 0 0 0 0
602 Prise en charge à hauteur de 30 % par l'Etat fédéral pour les zones de secours 0 0 0 0 0
Ecolo
601 Réduction de 30% de la rémunération des députés et des ministres 10 10 10 10 10
602 Augmentation de l’efficacité des services publics et de l’administration 190 190 190 190 190
603 Investissements dans la police et la justice -350 -350 -350 -350 -350
Groen
601 Hervorming van de partijfinanciering en vereenvoudiging federale en regionale structuren (o.a. Senaat, Brussel, provincies en intercommunales) 55 58 61 64 67
602 Efficiënte overheid 240 240 240 240 240
Les Engagés
601 Justice : remplir les cadres -4 -8 -12 -16 -20
602 Police : 3684 engagements -4 -60 -114 -169 -238
603 Réforme des pouvoirs locaux: Indexation automatique des dotations aux zones de secours 0 0 0 0 0
604 Réforme des pouvoirs locaux: Amener à un seuil 50/50 le financement fédéral/local des zones de secours (dotations) 0 0 0 0 0
605 Budget base zéro : pouvoir fédéral 100 100 100 100 100
606 Budget base zéro : Région de Bruxelles-Capitale et Commissions communautaires 15 15 15 15 15
607 Budget base zéro : Région wallonne 20 20 20 20 20
608 Budget base zéro : Communauté française 50 50 50 50 50
MR
601 Réduction des frais de fonctionnement du Pouvoir fédéral et de la Sécurité sociale 20 40 60 80 100
602 Réduction des frais de fonctionnement de la Région de Bruxelles-Capitale et des commissions communautaires 3 6 9 12 15
603 Réduction des frais de fonctionnement de la Région wallonne 4 8 12 16 20
604 Réduction des frais de fonctionnement de la Communauté française 10 20 30 40 50
605 Un renforcement des moyens humains et financiers de la police -20 -40 -60 -80 -100
606 Réduction du nombre de mandataires à tous les niveaux de pouvoir 18 18 18 18 18
N-VA
601 We verminderen subsidies op federaal niveau en bouwen taken af 824 821 887 989 1291
602 Besparing op de werkingskosten van de overheid 151 191 240 291 349
603 We passen ontwikkelingssamenwerking binnen een bredere economische en veiligheidsagenda 1432 1432 1432 1432 1432
604 We besparen op de werkingskosten van het politiek apparaat 233 233 234 235 236
605 We hervormen de uitbetaling van de werkloosheidsuitkeringen: deel administratiekosten 0 200 204 210 214
606 We maken de vakbondspremies belastbaar 0 99 99 99 99
607 We beperken de instroom inzake migratie 293 508 528 548 548
608 We voorzien een structurele verhoging van het budget voor de kerntaak veiligheid -100 -200 -300 -400 -500
Open Vld
601 Afschaffen van de Senaat 45 45 45 45 45
602 Afbouw van de subsidies voor erediensten 33 45 56 66 75
603 Halvering van de kabinetten 51 51 51 51 51
PS
601 Renforcer les moyens de la Justice -50 -100 -200 -300 -400
602 Rendre la Justice plus accessible pour les personnes les plus précarisées en mettant en place des bureaux d'avocats dédiés à l'aide juridique dans chacun des 27 sièges des (anciens) arrondissements du pays 0 -5 -10 -15 -20
603 Renforcer les moyens de la police -50 -125 -225 -350 -500
PVDA-PTB
601 Suppression des indemnités de sortie pour les députés des Chambres fédérales | Afschaffing van de uittredingsvergoedingen voor leden van de federale kamers 6 1 0 0 6
602 Suppression des indemnités de sortie pour les députés du Parlement flamand | Afschaffing van de uittredingsvergoedingen voor leden van het Vlaams Parlement 5 1 0 0 5
603 Suppression des indemnités de sortie pour les députés du Parlement wallon | Afschaffing van de uittredingsvergoedingen voor leden van het Waals Parlement 2 0 0 0 2
604 Suppression des indemnités de sortie pour les députés du Parlement bruxellois | Stopzetting van de maandelijkse uittredingsvergoedingen voor leden van het Brussels Parlement 2 0 0 0 2
605 Réduction de moitié des dotations publiques pour les partis | Halvering van de partijdotaties 39 39 39 39 39
VB
601 Besparing op politiek systeem door de afschaffing van de Vlaamse provincies, de afschaffing van de senaat, de afschaffing van de federale partijdotaties, de afschaffing van de dotatie van de monarchie, en door de halvering van de ministeriële kabinetten. 210 235 259 284 309
602 Migratiekosten beperken door inburgering en integratie betalend te maken 97 97 97 97 97
Vooruit
601 Vermindering uitgaven overheid: personeel en werkingskosten 235 235 235 235 235
602 Vermindering uitgaven overheid: partijfinanciering 48 48 48 48 48
603 Besparing op bedrijfssubsidies 0 0 677 807 936
Budgettaire impuls (mio €)
20252026202720282029
7. Overheidsinvesteringen
cd&v
701 Defensie: lokale verankering in Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij -167 -167 -167 0 0
702 Overheidsinvesteringen in infrastructuur: ziekenhuizen en scholenbouw -50 -100 -150 -250 -300
703 Investeringen in het kader van de modal shift (openbaar vervoer, fietsinfrastructuur, voetpaden,…) -300 -300 -300 -300 -300
DéFI
701 Transfert budgétaire d'une clé 50/50 (au lieu de 60/40) pour les investissements SNCB 0 0 0 0 0
702 Rénovation complète des établissements pénitentiaires 0 -65 -65 -65 -65
Ecolo
701 Programme d’investissements publics : Rénovation et isolation du bâti -1200 -1200 -1200 -1200 -1200
702 Création de 5.000 places d’accueil supplémentaires pour la petite enfance -59 -70 -81 -92 -104
Groen
701 Grootschalig sociaal investeringsprogramma voor energiezuinige woningen -1400 -1400 -1400 -1400 -1400
Les Engagés
701 Barème enseignant 401 et augmentation du temps de travail 0 0 -12 -25 -40
702 Pool remplaçants -13 -13 -13 -13 -13
703 Refinancement enseignement supérieur -50 -100 -150 -200 -250
704 Isolation : Forfait 'Trois zéros' -101 -339 -570 -793 -1010
MR
701 La rénovation de nos palais de justice -40 -40 -40 -40 -40
702 Accroissement des dépenses de Défense afin d'atteindre 2% du PIB dans un horizon de 10 ans -277 -554 -831 -1108 -1385
N-VA
701 We voorzien een tijdelijke investeringsimpuls voor defensie, digitalisering en de energietransitie (SMR, …) -1500 -1000 -500 -250 -50
702 We verkopen niet-strategische overheidsparticipaties: we spreiden de opbrengst gelijkmatig in schuldafbouw en extra investeringen (defensie en energie) 0 0 0 0 10000
PS
701 Créer plus de logements publics -130 -130 -130 -130 -130
702 Rénovation de logements publics 0 -315 -315 -315 -315
PVDA-PTB
701 Système tiers-payant pour l’isolation et la rénovation des logements avec création d’une Banque publique d’investissement | Derdebetalerssysteem voor woningisolatie en -renovatie met de oprichting van een openbare investeringsbank -1000 -1000 -1000 -1000 -1000
Vooruit
701 Kwaliteit onderwijs: extra remediëring Nederlands in het basisonderwijs -3 -7 -10 -14 -17
702 Kwaliteit onderwijs: Masters in het basisonderwijs -12 -24 -37 -49 -61
703 Kwaliteit onderwijs: Extra leerkrachten kleuteronderwijs -45 -90 -134 -179 -224
704 Kwaliteit onderwijs: Opwaardering beroeps- en technisch onderwijs -12 -25 -37 -50 -62
705 Kwaliteit onderwijs: Betere begeleiding beginnende leerkrachten -64 -64 -64 -64 -64
706 Herschikking lesuren secundair onderwijs 0 128 257 385 513
707 Kinderopvang: Een plaats voor ieder kind -38 -75 -112 -149 -186
708 Kinderopvang: 130 dagen per jaar gratis voor ieder kind -118 -128 -138 -148 -158
709 Kinderopvang: Meer begeleiders per kind in de kinderopvang -39 -78 -117 -156 -195
710 Hervorming groeipakket - shift naar diensten 13 52 90 128 166
Budgettaire impuls (mio €)
20252026202720282029
8. Energie, mobiliteit, milieu, klimaatverandering
cd&v
801 Stimuleren van burgers om te investeren in hernieuwbare energiebronnen e.d. (uitbreiding Mijn VerbouwLening) -100 -100 -150 -150 -150
DéFI
801 Prolongement de l'exploitation des réacteurs nucléaires actuellement en service et ce dans la limite du possible -185 -185 -185 -185 -185
Ecolo
801 Programme d’investissements publics : Énergies renouvelables -821 -821 -821 -821 -821
802 Gratuité ciblée SNCB (Jeunes, BIM, Seniors) -215 -215 -215 -215 -215
803 Offrir un entretien vélo gratuit par an à l’ensemble des citoyens -150 -150 -150 -150 -150
804 Suppression de la TVA sur les transports publics -77 -77 -77 -77 -77
Groen
801 Stroomversnelling naar een hernieuwbaar elektriciteitssysteem -471 -471 -471 -471 -471
802 Accijnshervorming die elektriciteit goedkoper maakt 0 0 0 0 0
803 Nultarief voor btw op openbaar vervoer en quasi gratis openbaar vervoer voor jongeren, ouderen en mensen die moeilijk rondkomen -292 -292 -292 -292 -292
804 Afbouwen van fossiele subsidies transportsector en vlottere mobiliteit dankzij een sturende verkeersfiscaliteit 706 706 981 981 1256
805 Eerlijke bijdrage van de luchtvaart: diverse taksen 245 245 245 245 245
806 Eerlijke bijdrage van de luchvaart: zakenreizen 52 52 52 52 52
Les Engagés
801 Maintien des 4GW de nucléaire dans le mix énergétique -185 -185 -185 -185 -185
MR
801 La prolongation de nos réacteurs nucléaires -185 -185 -185 -185 -185
802 Un soutien fiscal pour soutenir l’amélioration de la performance énergétique du logement -1354 -1354 -1354 -1354 -1354
N-VA
801 We verlengen maximaal de levensduur van zoveel mogelijk kerncentrales -185 -185 -185 -185 -185
PS
801 Rendre gratuits les transport publics : SNCB -179 -179 -179 -179 -179
802 Rendre gratuits les transports publics : TEC/STIB -34 -34 -315 -315 -315
PVDA-PTB
801 Gratuité des transports publics (bus, tram et métro) | Gratis openbaar vervoer (bus, tram en metro) -232 -232 -232 -232 -232
802 Gratuité des transports publics (bus, tram et métro) | Gratis openbaar vervoer (bus, tram en metro) -98 -98 -98 -98 -98
803 Gratuité des transports publics (bus, tram et métro) | Gratis openbaar vervoer (bus, tram en metro) -217 -217 -217 -217 -217
804 Annulation de l'augmentation des accises sur l’électricité et le gaz | Ongedaan maken van de accijnsverhoging op elektriciteit en aardgas -835 -837 -838 -839 -840
VB
801 Schonere en betaalbare energie garanderen door de afschaffing van de subsidies voor nieuwe gascentrales, windmolenparken en renovaties 200 200 200 200 200
802 Schonere en betaalbare energie garanderen door de verlenging van de looptijd van Doel 1-2 en Tihange 1 vanaf begin 2026 gedurende minstens 10 jaar -185 -185 -185 -185 -185
Vooruit
801 Verbetering openbaar vervoer: verhoging investeringsbudget De Lijn -100 -100 -100 -100 -100
802 Verbetering openbaar vervoer: verhoging werkingsmiddelen De Lijn -200 -200 -200 -200 -200
803 Afschaffing subsidie professionele diesel 165 330 495 660 825
804 Spitsheffing op snelwegen rond Brussel (GEN zone), Antwerpen en Gent 510 510 510 510 510

Metadata

Budgettaire impuls: Het betreft de budgettaire impact van de maatregel voordat hij zijn geïnduceerde effecten produceert. De impact kan positief (daling van de uitgaven of stijging van de ontvangsten), negatief (stijging van de uitgaven of daling van de ontvangsten) of nul zijn (geen impact). De budgettaire impuls wordt uitgedrukt in prijzen en volgens de socio-demografische situatie van het jaar 2024, en dat voor elk van de jaren van de legislatuur.

Metadata

Budgettaire impuls: Het betreft de budgettaire impact van de maatregel voordat hij zijn geïnduceerde effecten produceert. De impact kan positief (daling van de uitgaven of stijging van de ontvangsten), negatief (stijging van de uitgaven of daling van de ontvangsten) of nul zijn (geen impact). De budgettaire impuls wordt uitgedrukt in prijzen en volgens de socio-demografische situatie van het jaar 2024, en dat voor elk van de jaren van de legislatuur.

Metadata

Budgettaire impuls: Het betreft de budgettaire impact van de maatregel voordat hij zijn geïnduceerde effecten produceert. De impact kan positief (daling van de uitgaven of stijging van de ontvangsten), negatief (stijging van de uitgaven of daling van de ontvangsten) of nul zijn (geen impact). De budgettaire impuls wordt uitgedrukt in prijzen en volgens de socio-demografische situatie van het jaar 2024, en dat voor elk van de jaren van de legislatuur.

Metadata

Budgettaire impuls: Het betreft de budgettaire impact van de maatregel voordat hij zijn geïnduceerde effecten produceert. De impact kan positief (daling van de uitgaven of stijging van de ontvangsten), negatief (stijging van de uitgaven of daling van de ontvangsten) of nul zijn (geen impact). De budgettaire impuls wordt uitgedrukt in prijzen en volgens de socio-demografische situatie van het jaar 2024, en dat voor elk van de jaren van de legislatuur.

Metadata

Budgettaire impuls: Het betreft de budgettaire impact van de maatregel voordat hij zijn geïnduceerde effecten produceert. De impact kan positief (daling van de uitgaven of stijging van de ontvangsten), negatief (stijging van de uitgaven of daling van de ontvangsten) of nul zijn (geen impact). De budgettaire impuls wordt uitgedrukt in prijzen en volgens de socio-demografische situatie van het jaar 2024, en dat voor elk van de jaren van de legislatuur.

Metadata

Budgettaire impuls: Het betreft de budgettaire impact van de maatregel voordat hij zijn geïnduceerde effecten produceert. De impact kan positief (daling van de uitgaven of stijging van de ontvangsten), negatief (stijging van de uitgaven of daling van de ontvangsten) of nul zijn (geen impact). De budgettaire impuls wordt uitgedrukt in prijzen en volgens de socio-demografische situatie van het jaar 2024, en dat voor elk van de jaren van de legislatuur.

Metadata

Budgettaire impuls: Het betreft de budgettaire impact van de maatregel voordat hij zijn geïnduceerde effecten produceert. De impact kan positief (daling van de uitgaven of stijging van de ontvangsten), negatief (stijging van de uitgaven of daling van de ontvangsten) of nul zijn (geen impact). De budgettaire impuls wordt uitgedrukt in prijzen en volgens de socio-demografische situatie van het jaar 2024, en dat voor elk van de jaren van de legislatuur.

Metadata

Budgettaire impuls: Het betreft de budgettaire impact van de maatregel voordat hij zijn geïnduceerde effecten produceert. De impact kan positief (daling van de uitgaven of stijging van de ontvangsten), negatief (stijging van de uitgaven of daling van de ontvangsten) of nul zijn (geen impact). De budgettaire impuls wordt uitgedrukt in prijzen en volgens de socio-demografische situatie van het jaar 2024, en dat voor elk van de jaren van de legislatuur.

Macro-economische impact tijdens de legislatuur 

Bbp

Index 2024 = 100
loading...

Privé-consumptie

Index 2024 = 100
loading...

Overheidsconsumptie

Index 2024 = 100
loading...

Investeringen

Index 2024 = 100
loading...

Uitvoer

Index 2024 = 100
loading...

Invoer

Index 2024 = 100
loading...

Consumptieprijsindex

Index 2024 = 100
loading...

Nominale uurloonkosten (ondernemingen)

Index 2024 = 100
loading...

Reëel beschikbaar inkomen van de particulieren

Index 2024 = 100
loading...

Werkgelegenheid

Aantal personen, in duizendtallen
loading...

Werkgelegenheidsgraad

In %
loading...

Werkloosheidsgraad

In %
loading...

Vorderingensaldo van de overheid

% van het bbp
loading...

Overheidsschuld

% van het bbp
loading...

Broeikasgasemissies

Miljoen ton (Mt) CO2-equivalenten
loading...

Macro-economische impact tijdens de legislatuur 

Verschillen ten opzichte van het referentiescenario
2025 2026 2027 2028 2029
Bbp en zijn componenten
Bbp
cd&v +0,60% +0,84% +1,06% +1,16% +1,23%
DéFI +0,62% +0,87% +0,96% +0,94% +0,84%
Ecolo +0,47% +0,50% +0,49% +0,43% +0,39%
Groen +0,50% +0,51% +0,46% +0,43% +0,41%
Les Engagés +0,22% +0,44% +0,67% +0,89% +1,00%
MR +0,32% +0,91% +1,22% +1,50% +1,72%
N-VA +0,05% +0,31% +0,21% +0,19% +0,12%
Open Vld +0,15% +0,23% +0,26% +0,34% +0,37%
PS +0,08% +0,06% +0,08% +0,09% +0,10%
PVDA-PTB +0,29% +0,04% -0,12% -0,25% -0,33%
VB +1,04% +1,35% +1,49% +1,49% +1,42%
Vooruit +0,26% +0,41% +0,46% +0,49% +0,46%
Privé-consumptie
cd&v +0,99% +1,40% +1,73% +1,87% +1,95%
DéFI +1,52% +1,95% +2,09% +2,00% +1,75%
Ecolo -0,01% -0,05% -0,25% -0,44% -0,55%
Groen +0,19% +0,19% +0,16% +0,08% +0,02%
Les Engagés +0,07% +0,00% -0,02% +0,01% -0,01%
MR +0,53% +1,24% +2,03% +2,69% +3,33%
N-VA -0,16% -0,13% -0,41% -0,63% -0,84%
Open Vld +0,13% +0,31% +0,34% +0,42% +0,38%
PS -0,11% -0,53% -0,82% -1,05% -1,22%
PVDA-PTB +0,39% +0,15% -0,01% -0,13% -0,26%
VB +2,40% +3,01% +3,39% +3,57% +3,63%
Vooruit -0,18% -0,02% +0,08% +0,06% +0,02%
Overheidsconsumptie
cd&v -0,19% -0,23% -0,14% +0,01% +0,30%
DéFI +0,33% +0,32% +0,33% +0,34% +0,36%
Ecolo +0,05% +0,06% +0,08% +0,10% +0,11%
Groen -0,21% -0,45% -0,69% -0,91% -1,10%
Les Engagés +0,38% +0,80% +1,24% +1,84% +2,09%
MR +0,07% +0,12% +0,21% +0,31% +0,43%
N-VA -0,80% -1,82% -2,54% -3,06% -3,57%
Open Vld -0,32% -0,84% -1,39% -1,92% -2,42%
PS +0,50% +0,62% +0,78% +1,00% +1,25%
PVDA-PTB +0,03% +0,07% +0,07% +0,07% +0,07%
VB -0,32% -0,39% -0,44% -0,48% -0,51%
Vooruit +0,28% +0,35% +0,44% +0,52% +0,61%
Investeringen
cd&v +1,15% +1,62% +2,01% +2,17% +2,31%
DéFI +0,70% +1,27% +1,44% +1,46% +1,37%
Ecolo +3,25% +3,08% +3,08% +2,97% +2,88%
Groen +2,88% +2,83% +2,84% +2,82% +2,74%
Les Engagés +1,05% +1,54% +2,01% +2,44% +2,81%
MR +0,61% +1,51% +1,96% +2,40% +2,77%
N-VA +1,17% +1,16% +0,83% +0,59% +0,28%
Open Vld +0,16% +0,29% +0,40% +0,50% +0,57%
PS +0,16% +0,15% +0,17% +0,18% +0,19%
PVDA-PTB +1,81% +1,39% +1,28% +1,13% +1,03%
VB +2,38% +3,12% +3,38% +3,45% +3,41%
Vooruit +0,51% +0,61% +0,61% +0,60% +0,50%
Uitvoer
cd&v +0,26% +0,35% +0,43% +0,44% +0,44%
DéFI +0,17% +0,15% +0,19% +0,07% +0,04%
Ecolo +0,04% +0,09% +0,09% +0,05% +0,03%
Groen +0,11% +0,13% +0,12% +0,12% +0,13%
Les Engagés +0,05% +0,02% +0,10% +0,04% +0,06%
MR +0,14% +0,29% +0,36% +0,33% +0,36%
N-VA +0,09% +0,30% +0,35% +0,32% +0,35%
Open Vld +0,14% +0,22% +0,29% +0,37% +0,44%
PS -0,00% +0,05% +0,10% +0,11% +0,11%
PVDA-PTB -0,01% -0,14% -0,24% -0,32% -0,34%
VB +0,32% +0,30% +0,36% +0,22% +0,17%
Vooruit +0,17% +0,25% +0,27% +0,29% +0,26%
Invoer
cd&v +0,42% +0,60% +0,75% +0,82% +0,88%
DéFI +0,66% +0,75% +0,82% +0,67% +0,57%
Ecolo +0,42% +0,35% +0,26% +0,16% +0,09%
Groen +0,39% +0,33% +0,28% +0,20% +0,13%
Les Engagés +0,24% +0,17% +0,22% +0,22% +0,27%
MR +0,26% +0,43% +0,75% +0,93% +1,20%
N-VA +0,04% -0,32% -0,60% -0,92% -1,12%
Open Vld +0,00% -0,01% -0,09% -0,15% -0,25%
PS +0,02% -0,11% -0,20% -0,27% -0,31%
PVDA-PTB +0,41% +0,30% +0,25% +0,21% +0,17%
VB +1,13% +1,30% +1,46% +1,42% +1,44%
Vooruit -0,02% +0,04% +0,08% +0,07% +0,05%
Prijzen en inkomens
Consumptieprijsindex
cd&v +0,09% -0,01% -0,13% -0,14% -0,07%
DéFI +0,12% -0,11% -0,26% -0,21% -0,10%
Ecolo +0,23% +0,10% +0,06% +0,13% +0,22%
Groen +0,39% +0,31% +0,42% +0,41% +0,40%
Les Engagés +0,01% +0,03% +0,06% +0,09% +0,14%
MR +0,02% +0,01% -0,01% -0,10% -0,11%
N-VA +0,04% +0,05% +0,07% +0,02% +0,01%
Open Vld -0,05% -0,06% -0,01% -0,02% -0,04%
PS +0,24% +0,07% -0,10% -0,19% -0,24%
PVDA-PTB -1,33% -1,31% -1,20% -1,14% -1,15%
VB +0,35% +0,09% -0,13% -0,10% +0,02%
Vooruit +0,01% -0,18% -0,23% -0,34% -0,24%
Nominale uurloonkosten (ondernemingen)
cd&v +0,19% -0,68% -1,83% -2,35% -2,54%
DéFI +0,33% -1,22% -2,32% -2,44% -2,23%
Ecolo +1,15% +0,09% -0,55% -0,57% -0,49%
Groen +1,04% +0,04% +0,03% -0,61% -1,09%
Les Engagés +0,04% +0,04% -0,05% -0,35% -0,50%
MR +0,03% -0,39% -1,10% -2,27% -3,09%
N-VA +0,11% -0,16% -0,54% -1,35% -1,76%
Open Vld -0,52% -0,78% -0,80% -1,25% -1,77%
PS +1,02% -0,09% -1,00% -1,48% -1,70%
PVDA-PTB -1,52% -1,36% -0,64% -0,21% -0,04%
VB +0,90% -1,13% -3,08% -3,61% -3,73%
Vooruit -0,77% -2,20% -3,17% -4,12% -4,04%
Reëel beschikbaar inkomen van de particulieren
cd&v +1,64% +2,04% +2,29% +2,31% +2,35%
DéFI +3,13% +2,98% +2,67% +2,30% +1,83%
Ecolo -0,87% -0,74% -0,98% -1,12% -1,12%
Groen +0,14% -0,06% -0,07% -0,25% -0,31%
Les Engagés +0,15% +0,01% -0,04% -0,01% -0,03%
MR +1,10% +1,90% +3,10% +3,87% +4,61%
N-VA -0,17% -0,77% -0,95% -1,13% -1,27%
Open Vld +0,38% +0,66% +0,58% +0,60% +0,44%
PS -2,15% -2,34% -2,42% -2,47% -2,48%
PVDA-PTB -0,69% -0,96% -0,95% -0,98% -1,08%
VB +4,73% +4,59% +4,50% +4,44% +4,39%
Vooruit -0,24% -0,08% +0,04% -0,05% -0,01%
Werkgelegenheid en werkloosheid
Werkgelegenheid
cd&v +17860 +41430 +68610 +88370 +103520
DéFI +10290 +35180 +56160 +64940 +65910
Ecolo +1190 +13450 +23450 +26620 +27710
Groen -7830 +5220 +8610 +17010 +24480
Les Engagés +5670 +16920 +38870 +55450 +68690
MR +9850 +39470 +63260 +92140 +118320
N-VA +1420 +22990 +33140 +47060 +57320
Open Vld +3330 +13060 +21260 +34070 +47610
PS -14690 -5010 +6620 +15020 +20750
PVDA-PTB +20830 +13170 +50 -12420 -20790
VB +15080 +50530 +83910 +101490 +110060
Vooruit +11710 +33770 +47960 +62640 +65460
Werkgelegenheidsgraad
cd&v +0,26pp +0,60pp +0,99pp +1,27pp +1,49pp
DéFI +0,14pp +0,50pp +0,81pp +0,93pp +0,95pp
Ecolo +0,01pp +0,19pp +0,33pp +0,38pp +0,40pp
Groen -0,12pp +0,07pp +0,12pp +0,24pp +0,35pp
Les Engagés +0,08pp +0,24pp +0,55pp +0,79pp +0,98pp
MR +0,04pp +0,47pp +0,81pp +1,23pp +1,60pp
N-VA +0,02pp +0,36pp +0,52pp +0,73pp +0,88pp
Open Vld -0,07pp +0,07pp +0,18pp +0,36pp +0,56pp
PS -0,21pp -0,07pp +0,10pp +0,22pp +0,30pp
PVDA-PTB +0,48pp +0,60pp +0,52pp +0,46pp +0,40pp
VB +0,21pp +0,73pp +1,21pp +1,47pp +1,59pp
Vooruit +0,16pp +0,48pp +0,69pp +0,90pp +0,94pp
Werkloosheidsgraad
cd&v -0,51pp -0,75pp -1,04pp -1,24pp -1,35pp
DéFI +0,25pp -0,17pp -0,51pp -0,65pp -0,65pp
Ecolo +0,28pp +0,08pp -0,07pp -0,12pp -0,11pp
Groen +0,60pp +0,37pp +0,35pp +0,21pp +0,13pp
Les Engagés +0,04pp +0,06pp +0,02pp -0,12pp -0,18pp
MR +0,12pp -0,52pp -0,74pp -1,06pp -1,33pp
N-VA +0,22pp -0,91pp -0,85pp -0,84pp -0,76pp
Open Vld +0,20pp +0,25pp +0,26pp +0,17pp +0,09pp
PS +0,26pp +0,10pp -0,10pp -0,24pp -0,34pp
PVDA-PTB -0,64pp -0,86pp -0,83pp -0,82pp -0,78pp
VB -0,08pp -0,73pp -1,31pp -1,63pp -1,78pp
Vooruit +0,20pp -0,12pp -0,34pp -0,57pp -0,60pp
Overheidsfinanciën
Vorderingensaldo van de overheid
cd&v -0,41pp -0,58pp -0,74pp -0,75pp -0,79pp
DéFI -1,32pp -1,30pp -1,19pp -0,98pp -0,76pp
Ecolo +0,82pp +0,48pp +0,49pp +0,54pp +0,55pp
Groen +0,65pp +0,56pp +0,62pp +0,63pp +0,67pp
Les Engagés -0,09pp +0,06pp +0,18pp +0,15pp +0,18pp
MR -0,69pp -0,73pp -1,28pp -1,68pp -2,06pp
N-VA +0,47pp +1,31pp +1,58pp +1,75pp +1,97pp
Open Vld -0,11pp -0,09pp +0,15pp +0,28pp +0,47pp
PS +1,44pp +1,25pp +1,15pp +1,12pp +1,12pp
PVDA-PTB +0,76pp +0,81pp +0,80pp +0,75pp +0,75pp
VB -1,87pp -1,87pp -1,96pp -1,93pp -1,95pp
Vooruit +0,36pp +0,18pp +0,08pp +0,06pp +0,10pp
Overheidsschuld
cd&v -0,40pp +0,12pp +0,82pp +1,41pp +1,93pp
DéFI +0,43pp +1,83pp +3,08pp +3,86pp +4,39pp
Ecolo -1,81pp -1,92pp -2,21pp -2,71pp -3,27pp
Groen -1,97pp -2,22pp -2,92pp -3,34pp -3,86pp
Les Engagés -0,18pp -0,48pp -0,96pp -1,35pp -1,69pp
MR +0,52pp +0,66pp +1,58pp +3,02pp +4,71pp
N-VA -0,54pp -2,01pp -3,37pp -4,85pp -8,11pp
Open Vld +0,04pp +0,05pp -0,22pp -0,53pp -0,96pp
PS -1,91pp -2,70pp -3,50pp -4,38pp -5,33pp
PVDA-PTB -0,08pp -0,71pp -1,55pp -2,21pp -2,78pp
VB +0,28pp +2,31pp +4,39pp +6,04pp +5,34pp
Vooruit -0,63pp -0,61pp -0,69pp -0,61pp -0,86pp
Milieu
Broeikasgasemissies
cd&v +0,49% +0,62% +0,75% +0,81% +0,86%
DéFI +0,75% +0,45% +0,51% +0,38% +0,32%
Ecolo -0,34% -0,62% -0,96% -1,32% -1,68%
Groen -0,06% -0,45% -0,85% -1,18% -1,69%
Les Engagés +0,26% -0,16% -0,19% -0,46% -0,72%
MR +0,48% +0,44% +0,67% +0,75% +0,93%
N-VA +0,28% +0,12% +0,10% -0,05% -0,09%
Open Vld +0,24% +0,38% +0,48% +0,63% +0,73%
PS +0,05% -0,06% -0,16% -0,26% -0,34%
PVDA-PTB -0,01% -0,41% -0,74% -1,11% -1,45%
VB +1,14% +0,87% +0,98% +0,91% +0,91%
Vooruit +0,13% +0,19% +0,20% +0,20% +0,20%

-Geen maatregelen doorgerekend voor deze partij
ppProcentpunt

Maatregelen waarvan de impact in aanmerking wordt genomen in de resultaten van het model – voorstelling voor de geselecteerde partijen

cd&v
101 Digitale belasting vanaf 2025
102 Lastenverlaging op arbeid - luik sociale werkbonus
103 Lastenverlaging op arbeid - luik uitdoving bijzondere bijdrage sociale zekerheid
104 Lastenverlaging op arbeid - luik hervorming belastingschijven
201 Beperking langdurige werkloosheidsuitkering
202 Vrije instroom in sociale economie (extra arbeidsplaatsen)
203 Versterking geestelijke gezondheidszorg
204 Versterking re-integratie langdurig zieken
301 Versterking inkomensgerelateerde kinderopvang
401 Sociale akkoorden op federaal niveau in de gezondheidssector
402 Sociale akkoorden op Vlaams niveau in de gezondheidssector
501 Investering in O&O: onderzoeksinfrastructuur, Einsteintelescoop,…
601 Beperken van het aantal opvangplaatsen voor asielzoekers
602 Efficiëntere overheid
701 Defensie: lokale verankering in Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij
702 Overheidsinvesteringen in infrastructuur: ziekenhuizen en scholenbouw
703 Investeringen in het kader van de modal shift (openbaar vervoer, fietsinfrastructuur, voetpaden,…)
801 Stimuleren van burgers om te investeren in hernieuwbare energiebronnen e.d. (uitbreiding Mijn VerbouwLening)
DéFI
101 Augmenter la progressivité de l'impôt en modifiant les tranches d'imposition
102 Supprimer progressivement les niches fiscales à l'IPP (voitures de société, écochèques et chèques-repas)
103 Augmenter la majoration de la quotité exemptée d'impôt pour chaque enfant à charge de 2 500 euros
104 Supprimer progressivement par année le quotient conjugal
105 Globalisation des revenus financiers et taxation des loyers réels
106 Augmenter le seuil de rémunération du dirigeant d'entreprise (60 000 euros)
201 Allonger le congé de maternité à 21 semaines
202 Suppression du délai de 7 jours en cas d'incapacité de travail (indépendants)
203 Prolonger la mesure des heures supplémentaires de relance exonérées de cotisations sociales et de précompte professionnel
301 Supprimer le statut du cohabitant
401 Augmenter le budget prévention en soins de santé à hauteur de 3 % contre 1,7 % actuellement à partir de 2025
501 Exonérer à 85 % le précompte professionnel pour les chercheurs pour stimuler la R&D
601 Augmenter le remboursement de l'Etat fédéral à hauteur de 95% du RIS pour le financement des CPAS
602 Prise en charge à hauteur de 30 % par l'Etat fédéral pour les zones de secours
701 Transfert budgétaire d'une clé 50/50 (au lieu de 60/40) pour les investissements SNCB
702 Rénovation complète des établissements pénitentiaires
801 Prolongement de l'exploitation des réacteurs nucléaires actuellement en service et ce dans la limite du possible
Ecolo
101 Augmentation des bas et moyens salaires jusqu’à 350 euros nets
102 Globalisation des revenus du travail et du capital
103 Contribution des gros patrimoines nets supérieurs à 1 million d’euros
104 Imposition des plus-values sur revente d’actions
105 Suppression de l’avantage fiscal lié à la voiture salaire et à la carte carburant
106 Instauration d’un prélèvement kilométrique intelligent en Belgique
107 Imposition des géants du numérique
108 Glissement fiscal des accises vers les produits énergétiques polluants
201 Baisse des cotisations sociales ciblée sur les bas et moyens salaires
202 Augmentation du salaire minimum fixé à 60% du salaire médian
203 Augmentation du salaire minimum fixé à 60% du salaire médian : volet bonus à l'emploi
301 Individualisation des droits sociaux via la suppression du statut de cohabitant
302 Augmentation des allocations sociales à 110% du seuil de pauvreté
401 Revalorisation des salaires du personnel soignant
501 Soutien complémentaire au développement de l’économie circulaire
502 Renforcement de la déduction fiscale pour investissements verts
503 Réduction supplémentaire du précompte professionnel pour les chercheurs (R&D)
601 Réduction de 30% de la rémunération des députés et des ministres
602 Augmentation de l’efficacité des services publics et de l’administration
603 Investissements dans la police et la justice
701 Programme d’investissements publics : Rénovation et isolation du bâti
702 Création de 5.000 places d’accueil supplémentaires pour la petite enfance
801 Programme d’investissements publics : Énergies renouvelables
802 Gratuité ciblée SNCB (Jeunes, BIM, Seniors)
803 Offrir un entretien vélo gratuit par an à l’ensemble des citoyens
804 Suppression de la TVA sur les transports publics
Groen
101 Welvaartsgarantie - een bescherming tegen armoede en een bonus voor werkenden
102 Lastenverlaging op arbeid - luik hogere en bredere sociale werkbonus
103 Lastenverlaging op arbeid - luik afschaffing bijzondere bijdrage sociale zekerheid (bbsz)
104 Lastenverlaging op arbeid - luik verhoging belastingvrije som
105 Een miljonairsbelasting op grote vermogens
106 Een meer rechtvaardige bijdrage op vermogenswinsten
107 Hogere belasting op de gokindustrie
108 Billijke bijdrage van tech giganten
109 Minder uitzonderingsregimes in de vennootschapsbelasting
110 Aanpassing fiscale en parafiscale behandeling van componenten van alternatieve verloning: deel personenbelasting
111 Aanpassing fiscale en parafiscale behandeling van componenten van alternatieve verloning: deel werknemersbijdragen
112 Aanpassing fiscale en parafiscale behandeling van componenten van alternatieve verloning: deel werkgeversbijdragen
113 Beperking gunstregime profvoetbalclubs
114 Aanwervingssubsidie eerste werknemer beperken in de tijd en hoogte degressief maken
115 Gerichte verlaging van de werkgeversbijdragen
201 Hogere minimumlonen
202 Responsabiliseringsbijdrage die bedrijven met disproportioneel veel langdurig zieken stimuleert om in te zetten op werkbaar werk
301 Meer solidariteit tussen de allerhoogste en lagere pensioenen
401 Behoud van wettelijke groeinorm van 2,5% op de begroting van de ziekteverzekering (RIZIV)
402 Ziektebriefje afschaffen bij kort ziekteverzuim tot 3 dagen
501 Extra investeringen in O&O
503 Transitie naar een circulaire economie: een verlaagd btw-tarief op herstellingen
601 Hervorming van de partijfinanciering en vereenvoudiging federale en regionale structuren (o.a. Senaat, Brussel, provincies en intercommunales)
602 Efficiënte overheid
701 Grootschalig sociaal investeringsprogramma voor energiezuinige woningen
801 Stroomversnelling naar een hernieuwbaar elektriciteitssysteem
802 Accijnshervorming die elektriciteit goedkoper maakt
803 Nultarief voor btw op openbaar vervoer en quasi gratis openbaar vervoer voor jongeren, ouderen en mensen die moeilijk rondkomen
804 Afbouwen van fossiele subsidies transportsector en vlottere mobiliteit dankzij een sturende verkeersfiscaliteit
805 Eerlijke bijdrage van de luchtvaart: diverse taksen
806 Eerlijke bijdrage van de luchvaart: zakenreizen
Les Engagés
101 Bonus bosseur : instauration d’un ‘bonus bosseur’ en Wallonie et à Bruxelles
102 Suppression des droits de succession / introduction une taxe de 4-5% sur toutes les transmissions
103 Taxation du capital (plus-value)
201 Droit à la démission
202 Crèches : Augmentation des places d’accueil
203 100 heures d’aides à domicile à la naissance
204 Réintégration des malades de longue durée
301 Individualisation des droits sociaux
302 Allocations familiales à 300 euros : Réforme de l’exonération fiscale pour les enfants à charge
303 Allocations familiales à 300 euros - Wallonie
304 Allocations familiales à 300 euros - Bruxelles
401 Norme de croissance santé : 3.5%
402 Fin des quota Inami
403 Doubler la part allouée à la promotion de la santé et prévention dans le PIB
404 Assurance autonomie
601 Justice : remplir les cadres
602 Police : 3684 engagements
603 Réforme des pouvoirs locaux: Indexation automatique des dotations aux zones de secours
604 Réforme des pouvoirs locaux: Amener à un seuil 50/50 le financement fédéral/local des zones de secours (dotations)
605 Budget base zéro : pouvoir fédéral
606 Budget base zéro : Région de Bruxelles-Capitale et Commissions communautaires
607 Budget base zéro : Région wallonne
608 Budget base zéro : Communauté française
701 Barème enseignant 401 et augmentation du temps de travail
702 Pool remplaçants
703 Refinancement enseignement supérieur
704 Isolation : Forfait 'Trois zéros'
801 Maintien des 4GW de nucléaire dans le mix énergétique
MR
101 Rehausser la quotité exemptée d’impôt au niveau du revenu d’intégration sociale (RIS)
102 Une augmentation des salaires nets grâce à la suppression de la cotisation spéciale de sécurité sociale
201 Des allocations de chômage limitées à deux ans
202 Extension de l'application des titres-services à la garde et au transport des enfants en Région wallonne
203 Extension de l'application des titres-services à la garde et au transport des enfants en Région de Bruxelles-Capitale
204 Bonus d’activité pour tous les travailleurs qui gagnent moins de 4.500 € brut par mois
205 Extension du cadre des flexi-jobs à l'ensemble des secteurs de l'économie
206 Un droit encadré à un soutien en cas de démission
301 La revalorisation des pensions des indépendants
302 L’instauration d’une pension à mi-temps
303 Une revalorisation du travail effectif dans le calcul de la pension minimum
401 Une valorisation des capacités des malades de longue durée
402 La revalorisation de la médecine générale, à travers la reconnaissance de l’importance du temps passé avec le patient
501 Une réduction de l’impôt des sociétés pour les PME
502 Un soutien à l’embauche dans les PME à travers un amortissement du capital humain
601 Réduction des frais de fonctionnement du Pouvoir fédéral et de la Sécurité sociale
602 Réduction des frais de fonctionnement de la Région de Bruxelles-Capitale et des commissions communautaires
603 Réduction des frais de fonctionnement de la Région wallonne
604 Réduction des frais de fonctionnement de la Communauté française
605 Un renforcement des moyens humains et financiers de la police
606 Réduction du nombre de mandataires à tous les niveaux de pouvoir
701 La rénovation de nos palais de justice
702 Accroissement des dépenses de Défense afin d'atteindre 2% du PIB dans un horizon de 10 ans
801 La prolongation de nos réacteurs nucléaires
802 Un soutien fiscal pour soutenir l’amélioration de la performance énergétique du logement
N-VA
101 We vergroten het verschil werken en niet-werken door de belasting op arbeid te verlagen
102 De aftrek voor kinderopvang gaat naar 100%
103 We verhogen de taks op nationaliteitsverkrijging
104 We ondersteunen zelfstandigen met een ondernemersaftrek en een hogere investeringsaftrek
105 We schrappen belastingaftrekken voor niet-actieven
106 We verlagen de subsidies voor fossiele brandstoffen
107 We harmoniseren het loonbegrip van aandelenopties via een bijdrage
108 We hervormen de DBI-aftrek
109 We streven naar betaalbaar wonen door de BTW op sloop- en heropbouw te verlagen
201 We schaffen de inschakelingsuitkeringen geleidelijk af
202 We schaffen het Stelsel van Werkloosheid met Bedrijfstoeslag (SWT) geleidelijk af
203 We beperken de werkloosheidsuitkering in de tijd
301 We voorzien een bijdrage van de allerhoogste pensioenen
302 We schrappen de pensioenbonus
303 We besteden alleen het gedeelte van pensioenen uit de welvaartsenveloppe
304 We hervormen het leefloon zodat de kloof tussen werken en niet-werken groter wordt
305 De verblijfsvoorwaarden en de controle om aanspraak te maken op IGO worden opnieuw verstrengd
401 We brengen de uitgaven gezondheidszorg meer in lijn met de economische groei
402 We schaffen het stelsel van verplicht ziektepensioen voor statutaire ambtenaren af
403 We willen langdurige arbeidsongeschiktheid vermijden en de re-integratie van langdurig zieken/invaliden in de arbeidsmarkt bevorderen
601 We verminderen subsidies op federaal niveau en bouwen taken af
602 Besparing op de werkingskosten van de overheid
603 We passen ontwikkelingssamenwerking binnen een bredere economische en veiligheidsagenda
604 We besparen op de werkingskosten van het politiek apparaat
605 We hervormen de uitbetaling van de werkloosheidsuitkeringen: deel administratiekosten
606 We maken de vakbondspremies belastbaar
607 We beperken de instroom inzake migratie
608 We voorzien een structurele verhoging van het budget voor de kerntaak veiligheid
701 We voorzien een tijdelijke investeringsimpuls voor defensie, digitalisering en de energietransitie (SMR, …)
702 We verkopen niet-strategische overheidsparticipaties: we spreiden de opbrengst gelijkmatig in schuldafbouw en extra investeringen (defensie en energie)
801 We verlengen maximaal de levensduur van zoveel mogelijk kerncentrales
Open Vld
101 Werken meer laten lonen door de afschaffing van de 45%-schijf.
102 Werken meer laten lonen door de verbreding en verdieping van de Vlaamse jobbonus.
103 Single-korting op de onroerende voorheffing voor alleenstaanden.
201 Het verschil tussen werken en niet-werken vergroten. Werken stimuleren door de werkloosheid in de tijd te beperken tot 2 jaar
202 Mensen aanmoedigen om zo snel mogelijk weer aan de slag te gaan door de degressiviteit van de werkloosheidsuitkering te versterken.
203 Uitbreiding van de flexi-jobs naar alle sectoren en naar zelfstandigen.
204 Werken stimuleren door transitietrajecten voor werknemers (vóór ontslag) mogelijk te maken.
205 Werken stimuleren door transitietrajecten voor langdurig arbeidsongeschikten mogelijk te maken.
206 Werken stimuleren door de OCMW’s financieel te responsabiliseren voor de uitstroom van gerechtigden op (equivalent) leefloon naar werk.
207 Werken stimuleren via de responsabilisering van ziekenfondsen op basis van de effectieve uitstroom naar werk.
208 Werken stimuleren via het uitbreiden en permanent maken van 240 relance-overuren per jaar (bovenop de 100 vrijwillige overuren).
209 De welvaartsenveloppe wordt hervormd om er voor te zorgen dat werken of gewerkt hebben altijd meer loont dan niet werken of niet-gewerkt hebben.
210 Geen nieuwe instroom meer voor SWT
301 De perequatie van de ambtenarenpensioenen wordt afgeschaft.
401 We beperken de overhead in de sociale zekerheid door de administratiekosten van de verzekeringsinstellingen onder controle te houden.
402 We maken onze gezondheidszorg financieel houdbaar op lange termijn door de groeinorm te verlagen naar 1,5% (boven op de index).
501 Loonkosten drukken tot de loonkloof gedicht is.
502 Invoering van een fiscale korting voor personeel bij bedrijven die innovatie en kennis verspreiden.
503 Steun voor bedrijven die aan hoogtechnologische serieproductie doen in strategische en toekomstgerichte industriële sectoren.
504 Wegwerken van de energiekostenhandicap van de industrie door transmissienettarieven voor grootverbruikers te verlagen tot het niveau van de buren.
601 Afschaffen van de Senaat
602 Afbouw van de subsidies voor erediensten
603 Halvering van de kabinetten
PS
101 Globaliser les revenus
102 Taxer le patrimoine
103 Taxer les plus-values
104 Supprimer le régime fiscal favorable des stock-options: partie impôt des personnes physiques
105 Supprimer le régime fiscal favorable des stock-options: partie contributions personnelles
106 Supprimer le régime fiscal favorable des stock-options: partie contributions patronales
201 Augmenter les bas et moyens salaires via un crédit d'impôt
301 Offrir un repas chaud gratuit de qualité à tous les élèves de l’enseignement fondamental
302 Elargir la base de perception des cotisations patronales à toutes les formes de rémunérations alternatives
401 Assurer une norme de croissance des soins de santé de 3%
402 Rendre gratuit les soins de base en supprimant les tickets modérateurs pour toutes les prestations des médecins généralistes et les soins préventifs, conservatoires et réparateurs chez les dentistes
403 Objectiver la manière de calculer les prix des médicaments et la rendre transparente
601 Renforcer les moyens de la Justice
602 Rendre la Justice plus accessible pour les personnes les plus précarisées en mettant en place des bureaux d'avocats dédiés à l'aide juridique dans chacun des 27 sièges des (anciens) arrondissements du pays
603 Renforcer les moyens de la police
701 Créer plus de logements publics
702 Rénovation de logements publics
801 Rendre gratuits les transport publics : SNCB
802 Rendre gratuits les transports publics : TEC/STIB
PVDA-PTB
101 Taxe des millionnaires | miljonairsbelasting
102 Suppression de la TVA sur les produits alimentaires | Afschaffing van de btw op voedingsmiddelen
103 Imposition des plus-values financières | Belasting op de financiële meerwaarde
104 Taxe sur les surprofits bancaires | Overwinstbelasting voor de banken
301 Retour de l'âge légal de la pension à 65 ans | Wettelijke pensioenleeftijd terug naar 65 jaar
401 Le prix des médicaments sous brevets est ramené à un niveau raisonnable | De prijs van gepatenteerde geneesmiddelen wordt verlaagd tot een redelijk niveau
402 Les médicaments hors brevet moins chers via le modèle kiwi | Medicijnen waarvan het octrooi is verlopen goedkoper volgens het kiwimodel
403 Consultation chez le médecin généraliste sans argent en poche | Raadpleging bij een huisarts zonder geld op zak
501 Hausse du budget dans la recherche publique pour arriver à un budget de la recherche publique à 1 % du PIB | Het budget voor publiek wetenschappelijk onderzoek verhogen tot 1% van het BBP
502 Le taux d'intérêt sur l’épargne minimum est relevé et le taux hypothécaire est abaissé : fixation d'un écart légal de maximum 2 points de pourcentage entre les deux | De minimum spaarrente wordt verhoogd en de hypotheekrente verlaagd: een wettelijk maximaal verschil van 2 procentpunten tussen beide
601 Suppression des indemnités de sortie pour les députés des Chambres fédérales | Afschaffing van de uittredingsvergoedingen voor leden van de federale kamers
602 Suppression des indemnités de sortie pour les députés du Parlement flamand | Afschaffing van de uittredingsvergoedingen voor leden van het Vlaams Parlement
603 Suppression des indemnités de sortie pour les députés du Parlement wallon | Afschaffing van de uittredingsvergoedingen voor leden van het Waals Parlement
604 Suppression des indemnités de sortie pour les députés du Parlement bruxellois | Stopzetting van de maandelijkse uittredingsvergoedingen voor leden van het Brussels Parlement
605 Réduction de moitié des dotations publiques pour les partis | Halvering van de partijdotaties
701 Système tiers-payant pour l’isolation et la rénovation des logements avec création d’une Banque publique d’investissement | Derdebetalerssysteem voor woningisolatie en -renovatie met de oprichting van een openbare investeringsbank
801 Gratuité des transports publics (bus, tram et métro) | Gratis openbaar vervoer (bus, tram en metro)
802 Gratuité des transports publics (bus, tram et métro) | Gratis openbaar vervoer (bus, tram en metro)
803 Gratuité des transports publics (bus, tram et métro) | Gratis openbaar vervoer (bus, tram en metro)
804 Annulation de l'augmentation des accises sur l’électricité et le gaz | Ongedaan maken van de accijnsverhoging op elektriciteit en aardgas
VB
101 Koopkracht versterken door de verhoging van de belastingvrije som tot 13000 euro
102 Koopkracht versterken door de verlaging van de belastingschijf van 40% naar 30%
103 Koopkracht versterken door de verlaging van de belastingschijf van 45% naar 40%.
104 Koopkracht versterken door de verhoging van de ondergrens van de belastingschijf van 50%
201 Werken aanmoedigen door de sociale beperking van de werkloosheidsuitkering tot 2 jaar.
202 Werken aanmoedigen door de verhoging van het minimumloon met 5%
203 Gezinnen steunen door de invoering van een deeltijds opvoedersinkomen voor de ouder die kiest om deeltijds te werken en deeltijds voor de kinderen te zorgen.
204 Eerlijke parafiscaliteit door de opheffing van de voordelen in de werknemersbijdragen voor voetballers
205 Eerlijke parafiscaliteit door de opheffing van de voordelen in de werkgeversbijdragen voor voetballers
301 Pensioenen versterken door de correcte indexering van het minimumpensioen.
302 Eerlijke pensioenen door de koppeling van het pensioenbedrag aan de levensduurte in het land van uitbetaling buiten de Europese Unie.
303 Eerlijke pensioenen door de verlaging van het maximumpensioen.
304 Gezinnen steunen door het herstel van de automatische indexering van het Groeipakket (kinderbijslag)
305 Meer solidariteit door automatische en onmiddellijke toekenning van een huursubsidie aan kandidaat-huurders van een sociale woning
306 Migratiekosten beperken door een maximale verstrenging van gezinshereniging binnen de Europese wetgeving
401 Migratiekosten beperken door de afbouw van de asielinstroom en de verhoging van de asieluitstroom.
402 Meer solidariteit door de afbouw van de wachtlijsten voor persoonsgebonden budgetten voor mensen met een beperking.
403 Meer solidariteit door de invoering van de maximumfactuur voor rusthuizen, via de begrensde bijpassing tussen de factuur en het gemiddeld pensioen.
404 Beperken van de administratiekosten door vakbonden en ziekenfondsen
501 Afschaffen van de subsidie voor krantenbedeling en halveren van de subsidie voor de openbare omroep (VRT).
502 Invoeren van btw op kranten
503 Oprichting van een Vlaams energiebedrijf voor de bouw van nieuwe kerncentrales
504 Strategisch investeren door de verkoop van niet-strategische overheidsparticipaties.
601 Besparing op politiek systeem door de afschaffing van de Vlaamse provincies, de afschaffing van de senaat, de afschaffing van de federale partijdotaties, de afschaffing van de dotatie van de monarchie, en door de halvering van de ministeriële kabinetten.
602 Migratiekosten beperken door inburgering en integratie betalend te maken
801 Schonere en betaalbare energie garanderen door de afschaffing van de subsidies voor nieuwe gascentrales, windmolenparken en renovaties
802 Schonere en betaalbare energie garanderen door de verlenging van de looptijd van Doel 1-2 en Tihange 1 vanaf begin 2026 gedurende minstens 10 jaar
Vooruit
101 Lagere belasting op werk: verhoging belastingvrije som
102 Lagere belasting op werk: versterking werkbonus
103 Globalisering personenbelasting: inkomsten uit financieel vermogen
104 Globalisering personenbelasting: reële huurinkomsten
105 Globalisering personenbelasting: meerwaarden op aandelen
106 Hervorming van de erf- en schenkbelasting
107 Belasting aankoop woning: verlaging belasting aankoop gezinswoning en verhoging belasting aankoop buitenverblijven
201 Verhoging minimumloon naar 2.500 euro tegen 2029
202 Verlaging werkgeversbijdrage op lage lonen, gekoppeld aan optrekken van het minimumloon
301 Gratis gezonde schoolmaaltijd in het kleuter- en lager onderwijs
302 Maximumfactuur secundair onderwijs
303 Betaalbaar wonen: uitbreiding huurpremie
401 Investeringen in preventieve gezondheidszorg, met focus op jongeren en geestelijke gezondheidszorg
402 Uitbreiding centra geestelijke gezondheidszorg
403 Bijkomende plaatsen in jeugdhulpvoorzieningen en pleegzorg
404 Zorg voor iedere persoon met een handicap
601 Vermindering uitgaven overheid: personeel en werkingskosten
602 Vermindering uitgaven overheid: partijfinanciering
603 Besparing op bedrijfssubsidies
701 Kwaliteit onderwijs: extra remediëring Nederlands in het basisonderwijs
702 Kwaliteit onderwijs: Masters in het basisonderwijs
703 Kwaliteit onderwijs: Extra leerkrachten kleuteronderwijs
704 Kwaliteit onderwijs: Opwaardering beroeps- en technisch onderwijs
705 Kwaliteit onderwijs: Betere begeleiding beginnende leerkrachten
706 Herschikking lesuren secundair onderwijs
707 Kinderopvang: Een plaats voor ieder kind
708 Kinderopvang: 130 dagen per jaar gratis voor ieder kind
709 Kinderopvang: Meer begeleiders per kind in de kinderopvang
710 Hervorming groeipakket - shift naar diensten
801 Verbetering openbaar vervoer: verhoging investeringsbudget De Lijn
802 Verbetering openbaar vervoer: verhoging werkingsmiddelen De Lijn
803 Afschaffing subsidie professionele diesel
804 Spitsheffing op snelwegen rond Brussel (GEN zone), Antwerpen en Gent

Over wat gaat het?

Het betreft de macro-economische impact van de maatregelen die worden berekend over de duur van de legislatuur (tot 2029).

De resultaten worden verkregen aan de hand van het HERMES-model en uitgedrukt ofwel in niveau of index (in de grafieken), ofwel als verschil ten opzichte van het referentiescenario (in de tabellen). Het referentiescenario verwijst naar de situatie vóór de verrekening van de voorgestelde maatregelen en bestaat uit de ‘Economische vooruitzichten 2024-2029’ die midden februari 2024 door het Federaal Planbureau zijn gepubliceerd. Die vooruitzichten worden opgesteld bij ongewijzigd beleid, d.w.z. dat alleen de besliste beleidsmaatregelen worden opgenomen. 

De resultaten betreffende het vorderingensaldo van de overheid kunnen niet zomaar worden vergeleken met het totaal van de budgettaire impulsen voorgesteld bij de ‘Budgettaire Impuls’. In tegenstelling tot deze impulsen houdt de hier opgenomen budgettaire impact rekening met de afgeleide effecten, wordt de impact uitgedrukt in lopende prijzen en wordt hier rekening gehouden met eventuele interacties tussen maatregelen.

Meer informatie over het HERMES-model is beschikbaar in de betreffende Working Paper.

Metadata

Referentiescenario: Het referentiescenario verwijst naar de situatie vóór de verrekening van de voorgestelde maatregelen en bestaat uit de ‘Economische vooruitzichten 2024-2029’ die midden februari 2024 door het Federaal Planbureau zijn gepubliceerd. Die vooruitzichten worden opgesteld bij ongewijzigd beleid, d.w.z. dat alleen de besliste beleidsmaatregelen worden opgenomen. 

Bbp: Het bruto binnenlands product (bbp) is een indicator van de totale economische activiteit op een bepaald grondgebied, gedurende een bepaalde periode. Het bbp is gelijk aan de som van de binnenlandse finale bestedingen aan goederen en diensten (consumptieve bestedingen en bruto-investeringen) en het saldo van uitvoer en invoer van goederen en diensten. Het bbp wordt uitgedrukt in volume, dus vóór de verrekening van de prijsevolutie.

Privé-consumptie: Het betreft de consumptieve bestedingen van de huishoudens en van de instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens in volume (dus vóór de verrekening van de prijsevolutie).

Overheidsconsumptie: De consumptieve bestedingen van de overheid in volume omvatten in hoofdzaak de lonen van de ambtenaren, de netto-aankoop van goederen en diensten van de overheid, de uitgaven voor gezondheidszorg ten laste van de overheidssector en de afschrijving van overheidskapitaal. Ze worden uitgedrukt in volume, dus vóór de verrekening van de prijsevolutie.

Investeringen: De totale investeringen omvatten de investeringen van de huishoudens, van de ondernemingen en van de overheid in volume. De investeringen van de huishoudens zijn uitsluitend investeringen in woongebouwen (nieuwbouw en renovatie). De investeringen van de ondernemingen en van de overheid zijn onder meer de investeringen in uitrusting, infrastructuur, onderzoek en ontwikkeling, gebouwen, software, enz. Ze worden uitgedrukt in volume, dus vóór de verrekening van de prijsevolutie.

Uitvoer: Uitvoer van goederen en diensten in volume (dus vóór de verrekening van de prijsevolutie).

Invoer: Invoer van goederen en diensten in volume (dus vóór de verrekening van de prijsevolutie).

Consumptieprijsindex: De consumptieprijsindex wordt maandelijks berekend en weerspiegelt de prijsevolutie van de door een gemiddeld gezin geconsumeerde goederen en diensten in België. Er wordt rekening gehouden met de prijsevolutie van honderden producten op tal van plaatsen in België, waarvan een gewogen gemiddelde wordt berekend op basis van gewichten die afgeleid worden uit het huishoudbudgetonderzoek.

Nominale uurloonkosten (ondernemingen): De nominale loonkosten van de sector van de ondernemingen (marktbedrijfstakken) zijn gelijk aan de brutolonen vermeerderd met werkgeversbijdragen en loonsubsidies. Het betreft de uurloonkosten, m.a.w. in euro, per gepresteerd uur.

Reëel beschikbaar inkomen van de particulieren: Het reëel beschikbaar inkomen van de huishoudens en van de instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van de huishoudens wordt berekend door het nominaal beschikbaar inkomen te corrigeren voor inflatie.

Werkgelegenheid: De binnenlandse werkgelegenheid (uitgedrukt in aantal personen) bevat zowel loontrekkenden als zelfstandigen. De werkgelegenheid is hier gedefinieerd volgens het concept van de nationale rekeningen (die gebaseerd zijn op administratieve gegevens van de instellingen voor sociale zekerheid) en dus niet volgens de enquête naar de arbeidskrachten (EAK).

Werkgelegenheidsgraad: De werkgelegenheidsgraad wordt gedefinieerd als de verhouding tussen het aantal werkenden van 20 tot 64 jaar die in België wonen enerzijds en het totaal aantal 20-64-jarigen die in België wonen anderzijds. Het aantal werkenden van 20 tot 64 jaar is afkomstig van de enquête naar de arbeidskrachten (EAK) en wordt gedefinieerd als alle personen die, in de loop van de referentieweek van de enquête, arbeid verrichtten "tegen betaling" of met als doel "winst te maken" ongeacht de duur (ook al was dit maar één uur), of die een job hadden maar tijdelijk afwezig waren.

Werkloosheidsgraad: De werkloosheidsgraad is de verhouding tussen het aantal werklozen en de beroepsbevolking, uitgedrukt in procent. Het aantal werklozen volgens de FPB-definitie wordt berekend op basis van administratieve gegevens. Het omvat alle personen (15 jaar en ouder) die als werkzoekende zijn ingeschreven bij de gewestelijke instellingen voor arbeidsbemiddeling (Actiris in Brussel, Forem in Wallonië, VDAB in Vlaanderen en ADG in de Duitstalige Gemeenschap), alsook “oudere uitkeringsgerechtigde volledig werklozen die vrijgesteld zijn van inschrijving als werkzoekende" (statuut dat inmiddels is uitgedoofd). De beroepsbevolking volgens de FPB-definitie omvat alle werkenden (van 15 jaar en ouder, volgens concept nationale rekeningen) en werklozen (zoals hierboven gedefinieerd).

Vorderingensaldo van de overheid: Het betreft het netto vorderingenoverschot (+) of -tekort (-) van de gezamenlijke overheid, uitgedrukt in % van het bbp.

Overheidsschuld: Het betreft de geconsolideerde bruto-schuld van de gezamenlijke overheid, uitgedrukt in % van het bbp.

Broeikasgasemissies: De totale broeikasgasemissies omvatten de uitstoot van koolstofdioxide (CO2), methaan (CH4), distikstofoxide (N2O) en fluorhoudende koolwaterstofverbindingen in België. De emissies worden uitgedrukt in (CO2)-equivalenten, volgens het opwarmingsvermogen van de verschillende gassen zoals die in het vijfde evaluatieverslag van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) worden vermeld.

Impact op lange termijn van fiscale en parafiscale maatregelen

Bbp

Verschillen in % ten opzichte van het referentiescenario na 20 jaar
loading...

Particuliere bestedingen

Verschillen in % ten opzichte van het referentiescenario na 20 jaar
loading...

Bedrijfsinvesteringen

Verschillen in % ten opzichte van het referentiescenario na 20 jaar
loading...

Publieke investeringen

Verschillen in % ten opzichte van het referentiescenario na 20 jaar
loading...

Uitvoer

Verschillen in % ten opzichte van het referentiescenario na 20 jaar
loading...

Invoer

Verschillen in % ten opzichte van het referentiescenario na 20 jaar
loading...

Bbp-deflator

Verschillen in % ten opzichte van het referentiescenario na 20 jaar
loading...

Reële loonkosten

Verschillen in % ten opzichte van het referentiescenario na 20 jaar
loading...

Arbeidsproductiviteit

Verschillen in % ten opzichte van het referentiescenario na 20 jaar
loading...

Werkgelegenheidsgraad

Verschillen in procentpunt ten opzichte van het referentiescenario na 20 jaar
loading...

Verandering structureel overheidssaldo

Verschillen in % van het bbp na 20 jaar
loading...

Impact op lange termijn van hervormingen van de werking van productmarkten

Bbp

Verschillen in % ten opzichte van het referentiescenario na 20 jaar
loading...

Particuliere bestedingen

Verschillen in % ten opzichte van het referentiescenario na 20 jaar
loading...

Bedrijfsinvesteringen

Verschillen in % ten opzichte van het referentiescenario na 20 jaar
loading...

Publieke investeringen

Verschillen in % ten opzichte van het referentiescenario na 20 jaar
loading...

Uitvoer

Verschillen in % ten opzichte van het referentiescenario na 20 jaar
loading...

Invoer

Verschillen in % ten opzichte van het referentiescenario na 20 jaar
loading...

Bbp-deflator

Verschillen in % ten opzichte van het referentiescenario na 20 jaar
loading...

Reële loonkosten

Verschillen in % ten opzichte van het referentiescenario na 20 jaar
loading...

Arbeidsproductiviteit

Verschillen in % ten opzichte van het referentiescenario na 20 jaar
loading...

Werkgelegenheidsgraad

Verschillen in procentpunt ten opzichte van het referentiescenario na 20 jaar
loading...

Verandering structureel overheidssaldo

Verschillen in % van het bbp na 20 jaar
loading...

Impact op lange termijn van de investeringen van de privésector in onderzoek en ontwikkeling

Bbp

Verschillen in % ten opzichte van het referentiescenario na 20 jaar
loading...

Particuliere bestedingen

Verschillen in % ten opzichte van het referentiescenario na 20 jaar
loading...

Bedrijfsinvesteringen

Verschillen in % ten opzichte van het referentiescenario na 20 jaar
loading...

Publieke investeringen

Verschillen in % ten opzichte van het referentiescenario na 20 jaar
loading...

Uitvoer

Verschillen in % ten opzichte van het referentiescenario na 20 jaar
loading...

Invoer

Verschillen in % ten opzichte van het referentiescenario na 20 jaar
loading...

Bbp-deflator

Verschillen in % ten opzichte van het referentiescenario na 20 jaar
loading...

Reële loonkosten

Verschillen in % ten opzichte van het referentiescenario na 20 jaar
loading...

Arbeidsproductiviteit

Verschillen in % ten opzichte van het referentiescenario na 20 jaar
loading...

Werkgelegenheidsgraad

Verschillen in procentpunt ten opzichte van het referentiescenario na 20 jaar
loading...

Verandering structureel overheidssaldo

Verschillen in % van het bbp na 20 jaar
loading...

Impact op lange termijn van maatregelen van administratieve vereenvoudiging

Bbp

Verschillen in % ten opzichte van het referentiescenario na 20 jaar
loading...

Particuliere bestedingen

Verschillen in % ten opzichte van het referentiescenario na 20 jaar
loading...

Bedrijfsinvesteringen

Verschillen in % ten opzichte van het referentiescenario na 20 jaar
loading...

Publieke investeringen

Verschillen in % ten opzichte van het referentiescenario na 20 jaar
loading...

Uitvoer

Verschillen in % ten opzichte van het referentiescenario na 20 jaar
loading...

Invoer

Verschillen in % ten opzichte van het referentiescenario na 20 jaar
loading...

Bbp-deflator

Verschillen in % ten opzichte van het referentiescenario na 20 jaar
loading...

Reële loonkosten

Verschillen in % ten opzichte van het referentiescenario na 20 jaar
loading...

Arbeidsproductiviteit

Verschillen in % ten opzichte van het referentiescenario na 20 jaar
loading...

Werkgelegenheidsgraad

Verschillen in procentpunt ten opzichte van het referentiescenario na 20 jaar
loading...

Verandering structureel overheidssaldo

Verschillen in % van het bbp na 20 jaar
loading...

Impact op lange termijn van publieke investeringen

Bbp

Verschillen in % ten opzichte van het referentiescenario na 20 jaar
loading...

Particuliere bestedingen

Verschillen in % ten opzichte van het referentiescenario na 20 jaar
loading...

Bedrijfsinvesteringen

Verschillen in % ten opzichte van het referentiescenario na 20 jaar
loading...

Publieke investeringen

Verschillen in % ten opzichte van het referentiescenario na 20 jaar
loading...

Uitvoer

Verschillen in % ten opzichte van het referentiescenario na 20 jaar
loading...

Invoer

Verschillen in % ten opzichte van het referentiescenario na 20 jaar
loading...

Bbp-deflator

Verschillen in % ten opzichte van het referentiescenario na 20 jaar
loading...

Reële loonkosten

Verschillen in % ten opzichte van het referentiescenario na 20 jaar
loading...

Arbeidsproductiviteit

Verschillen in % ten opzichte van het referentiescenario na 20 jaar
loading...

Werkgelegenheidsgraad

Verschillen in procentpunt ten opzichte van het referentiescenario na 20 jaar
loading...

Verandering structureel overheidssaldo

Verschillen in % van het bbp na 20 jaar
loading...

Impact op lange termijn van fiscale en parafiscale maatregelen

Verschillen ten opzichte van het referentiescenario na 20 jaar
Bbp en zijn componenten
Bbp
cd&v +1,26%
DéFI +0,24%
Ecolo -1,82%
Groen -2,06%
Les Engagés -0,50%
MR +2,50%
N-VA +0,10%
Open Vld +0,50%
PS -1,49%
PVDA-PTB -0,92%
VB +2,31%
Vooruit -0,28%
Particuliere bestedingen
cd&v +1,00%
DéFI +1,02%
Ecolo -0,01%
Groen +0,27%
Les Engagés -0,04%
MR +1,87%
N-VA +0,08%
Open Vld +0,37%
PS +0,77%
PVDA-PTB +0,20%
VB +1,79%
Vooruit +1,53%
Bedrijfsinvesteringen
cd&v +1,05%
DéFI -2,25%
Ecolo -5,79%
Groen -7,36%
Les Engagés -1,44%
MR +2,30%
N-VA +0,07%
Open Vld +0,47%
PS -7,02%
PVDA-PTB -3,47%
VB +1,97%
Vooruit -5,35%
Publieke investeringen
cd&v +0,96%
DéFI +0,16%
Ecolo -1,44%
Groen -1,63%
Les Engagés -0,39%
MR +1,89%
N-VA +0,08%
Open Vld +0,38%
PS -1,19%
PVDA-PTB -0,72%
VB +1,74%
Vooruit -0,25%
Uitvoer
cd&v +0,72%
DéFI +0,16%
Ecolo -1,04%
Groen -1,17%
Les Engagés -0,28%
MR +1,42%
N-VA +0,06%
Open Vld +0,29%
PS -0,83%
PVDA-PTB -0,51%
VB +1,31%
Vooruit -0,12%
Invoer
cd&v +0,04%
DéFI -0,10%
Ecolo -0,23%
Groen -0,29%
Les Engagés -0,06%
MR +0,07%
N-VA -0,00%
Open Vld +0,01%
PS -0,28%
PVDA-PTB -0,14%
VB +0,07%
Vooruit -0,21%
Aanvullende indicatoren
Bbp-deflator
cd&v -0,68%
DéFI -0,23%
Ecolo +0,83%
Groen +0,91%
Les Engagés +0,23%
MR -1,33%
N-VA -0,06%
Open Vld -0,27%
PS +0,58%
PVDA-PTB +0,39%
VB -1,24%
Vooruit -0,05%
Reële loonkosten
cd&v +0,00%
DéFI -0,65%
Ecolo -1,22%
Groen -1,69%
Les Engagés -0,30%
MR +0,02%
N-VA +0,02%
Open Vld +0,05%
PS -1,75%
PVDA-PTB -0,85%
VB +0,04%
Vooruit -1,56%
Arbeidsproductiviteit
cd&v +0,16%
DéFI -0,58%
Ecolo -1,39%
Groen -1,86%
Les Engagés -0,35%
MR +0,32%
N-VA +0,04%
Open Vld +0,11%
PS -1,84%
PVDA-PTB -0,92%
VB +0,33%
Vooruit -1,51%
Werkgelegenheidsgraad
cd&v +0,76pp
DéFI +0,57pp
Ecolo -0,31pp
Groen -0,15pp
Les Engagés -0,10pp
MR +1,49pp
N-VA +0,04pp
Open Vld +0,27pp
PS +0,24pp
PVDA-PTB +0,00pp
VB +1,36pp
Vooruit +0,86pp
Verandering structureel overheidssaldo
cd&v -1,28% van het bbp
DéFI -0,93% van het bbp
Ecolo +1,66% van het bbp
Groen +1,99% van het bbp
Les Engagés +0,45% van het bbp
MR -2,46% van het bbp
N-VA -0,23% van het bbp
Open Vld -0,59% van het bbp
PS +1,34% van het bbp
PVDA-PTB +0,78% van het bbp
VB -2,82% van het bbp
Vooruit -0,03% van het bbp

ppProcentpunt

Impact op lange termijn van hervormingen van de werking van productmarkten

Verschillen ten opzichte van het referentiescenario na 20 jaar
Bbp en zijn componenten
Bbp
cd&v -
DéFI -
Ecolo -
Groen -
Les Engagés -
MR -
N-VA +0,04%
Open Vld -
PS -
PVDA-PTB -
VB -
Vooruit +0,52%
Particuliere bestedingen
cd&v -
DéFI -
Ecolo -
Groen -
Les Engagés -
MR -
N-VA +0,03%
Open Vld -
PS -
PVDA-PTB -
VB -
Vooruit +0,42%
Bedrijfsinvesteringen
cd&v -
DéFI -
Ecolo -
Groen -
Les Engagés -
MR -
N-VA +0,04%
Open Vld -
PS -
PVDA-PTB -
VB -
Vooruit +0,52%
Publieke investeringen
cd&v -
DéFI -
Ecolo -
Groen -
Les Engagés -
MR -
N-VA +0,03%
Open Vld -
PS -
PVDA-PTB -
VB -
Vooruit +0,41%
Uitvoer
cd&v -
DéFI -
Ecolo -
Groen -
Les Engagés -
MR -
N-VA +0,02%
Open Vld -
PS -
PVDA-PTB -
VB -
Vooruit +0,30%
Invoer
cd&v -
DéFI -
Ecolo -
Groen -
Les Engagés -
MR -
N-VA +0,00%
Open Vld -
PS -
PVDA-PTB -
VB -
Vooruit +0,04%
Aanvullende indicatoren
Bbp-deflator
cd&v -
DéFI -
Ecolo -
Groen -
Les Engagés -
MR -
N-VA -0,02%
Open Vld -
PS -
PVDA-PTB -
VB -
Vooruit -0,26%
Reële loonkosten
cd&v -
DéFI -
Ecolo -
Groen -
Les Engagés -
MR -
N-VA +0,04%
Open Vld -
PS -
PVDA-PTB -
VB -
Vooruit +0,55%
Arbeidsproductiviteit
cd&v -
DéFI -
Ecolo -
Groen -
Les Engagés -
MR -
N-VA +0,03%
Open Vld -
PS -
PVDA-PTB -
VB -
Vooruit +0,42%
Werkgelegenheidsgraad
cd&v -
DéFI -
Ecolo -
Groen -
Les Engagés -
MR -
N-VA +0,01pp
Open Vld -
PS -
PVDA-PTB -
VB -
Vooruit +0,07pp
Verandering structureel overheidssaldo
cd&v -
DéFI -
Ecolo -
Groen -
Les Engagés -
MR -
N-VA +0,01% van het bbp
Open Vld -
PS -
PVDA-PTB -
VB -
Vooruit +0,12% van het bbp

-Geen maatregelen doorgerekend voor deze partij
ppProcentpunt

Impact op lange termijn van de investeringen van de privésector in onderzoek en ontwikkeling

Verschillen ten opzichte van het referentiescenario na 20 jaar
Bbp en zijn componenten
Bbp
cd&v +0,02%
DéFI +0,04%
Ecolo +0,05%
Groen +0,01%
Les Engagés -
MR -
N-VA -
Open Vld -
PS -
PVDA-PTB -
VB -
Vooruit -
Particuliere bestedingen
cd&v +0,01%
DéFI +0,04%
Ecolo +0,04%
Groen +0,00%
Les Engagés -
MR -
N-VA -
Open Vld -
PS -
PVDA-PTB -
VB -
Vooruit -
Bedrijfsinvesteringen
cd&v +0,01%
DéFI +0,01%
Ecolo +0,02%
Groen +0,00%
Les Engagés -
MR -
N-VA -
Open Vld -
PS -
PVDA-PTB -
VB -
Vooruit -
Publieke investeringen
cd&v +0,01%
DéFI +0,03%
Ecolo +0,03%
Groen +0,00%
Les Engagés -
MR -
N-VA -
Open Vld -
PS -
PVDA-PTB -
VB -
Vooruit -
Uitvoer
cd&v +0,01%
DéFI +0,02%
Ecolo +0,03%
Groen +0,00%
Les Engagés -
MR -
N-VA -
Open Vld -
PS -
PVDA-PTB -
VB -
Vooruit -
Invoer
cd&v -0,00%
DéFI +0,00%
Ecolo +0,00%
Groen -0,00%
Les Engagés -
MR -
N-VA -
Open Vld -
PS -
PVDA-PTB -
VB -
Vooruit -
Aanvullende indicatoren
Bbp-deflator
cd&v -0,01%
DéFI -0,03%
Ecolo -0,03%
Groen -0,01%
Les Engagés -
MR -
N-VA -
Open Vld -
PS -
PVDA-PTB -
VB -
Vooruit -
Reële loonkosten
cd&v +0,01%
DéFI +0,03%
Ecolo +0,07%
Groen +0,01%
Les Engagés -
MR -
N-VA -
Open Vld -
PS -
PVDA-PTB -
VB -
Vooruit -
Arbeidsproductiviteit
cd&v +0,01%
DéFI +0,04%
Ecolo +0,04%
Groen +0,01%
Les Engagés -
MR -
N-VA -
Open Vld -
PS -
PVDA-PTB -
VB -
Vooruit -
Werkgelegenheidsgraad
cd&v +0,00pp
DéFI +0,01pp
Ecolo +0,01pp
Groen +0,00pp
Les Engagés -
MR -
N-VA -
Open Vld -
PS -
PVDA-PTB -
VB -
Vooruit -
Verandering structureel overheidssaldo
cd&v -0,01% van het bbp
DéFI -0,00% van het bbp
Ecolo -0,00% van het bbp
Groen -0,00% van het bbp
Les Engagés -
MR -
N-VA -
Open Vld -
PS -
PVDA-PTB -
VB -
Vooruit -

-Geen maatregelen doorgerekend voor deze partij
ppProcentpunt

Impact op lange termijn van maatregelen van administratieve vereenvoudiging

Verschillen ten opzichte van het referentiescenario na 20 jaar
Bbp en zijn componenten
Bbp
cd&v -
DéFI -
Ecolo -
Groen +0,42%
Les Engagés -
MR -
N-VA -
Open Vld -
PS -
PVDA-PTB -
VB -
Vooruit -
Particuliere bestedingen
cd&v -
DéFI -
Ecolo -
Groen +0,37%
Les Engagés -
MR -
N-VA -
Open Vld -
PS -
PVDA-PTB -
VB -
Vooruit -
Bedrijfsinvesteringen
cd&v -
DéFI -
Ecolo -
Groen +0,29%
Les Engagés -
MR -
N-VA -
Open Vld -
PS -
PVDA-PTB -
VB -
Vooruit -
Publieke investeringen
cd&v -
DéFI -
Ecolo -
Groen +0,33%
Les Engagés -
MR -
N-VA -
Open Vld -
PS -
PVDA-PTB -
VB -
Vooruit -
Uitvoer
cd&v -
DéFI -
Ecolo -
Groen +0,24%
Les Engagés -
MR -
N-VA -
Open Vld -
PS -
PVDA-PTB -
VB -
Vooruit -
Invoer
cd&v -
DéFI -
Ecolo -
Groen +0,03%
Les Engagés -
MR -
N-VA -
Open Vld -
PS -
PVDA-PTB -
VB -
Vooruit -
Aanvullende indicatoren
Bbp-deflator
cd&v -
DéFI -
Ecolo -
Groen -0,21%
Les Engagés -
MR -
N-VA -
Open Vld -
PS -
PVDA-PTB -
VB -
Vooruit -
Reële loonkosten
cd&v -
DéFI -
Ecolo -
Groen -0,02%
Les Engagés -
MR -
N-VA -
Open Vld -
PS -
PVDA-PTB -
VB -
Vooruit -
Arbeidsproductiviteit
cd&v -
DéFI -
Ecolo -
Groen +0,58%
Les Engagés -
MR -
N-VA -
Open Vld -
PS -
PVDA-PTB -
VB -
Vooruit -
Werkgelegenheidsgraad
cd&v -
DéFI -
Ecolo -
Groen -0,11pp
Les Engagés -
MR -
N-VA -
Open Vld -
PS -
PVDA-PTB -
VB -
Vooruit -
Verandering structureel overheidssaldo
cd&v -
DéFI -
Ecolo -
Groen -0,18% van het bbp
Les Engagés -
MR -
N-VA -
Open Vld -
PS -
PVDA-PTB -
VB -
Vooruit -

-Geen maatregelen doorgerekend voor deze partij
ppProcentpunt

Impact op lange termijn van publieke investeringen

Verschillen ten opzichte van het referentiescenario na 20 jaar
Bbp en zijn componenten
Bbp
cd&v +0,06%
DéFI +0,01%
Ecolo +0,10%
Groen +0,01%
Les Engagés +0,01%
MR +0,01%
N-VA +0,12%
Open Vld -
PS +0,01%
PVDA-PTB +0,08%
VB +0,02%
Vooruit +0,01%
Particuliere bestedingen
cd&v +0,04%
DéFI +0,01%
Ecolo +0,06%
Groen +0,00%
Les Engagés +0,00%
MR +0,00%
N-VA +0,07%
Open Vld -
PS +0,01%
PVDA-PTB +0,05%
VB +0,02%
Vooruit +0,01%
Bedrijfsinvesteringen
cd&v +0,04%
DéFI +0,01%
Ecolo +0,07%
Groen +0,00%
Les Engagés +0,00%
MR +0,01%
N-VA +0,08%
Open Vld -
PS +0,01%
PVDA-PTB +0,06%
VB +0,02%
Vooruit +0,01%
Publieke investeringen
cd&v +0,05%
DéFI +0,01%
Ecolo +0,07%
Groen +0,00%
Les Engagés +0,00%
MR +0,01%
N-VA +0,09%
Open Vld -
PS +0,01%
PVDA-PTB +0,06%
VB +0,02%
Vooruit +0,01%
Uitvoer
cd&v +0,04%
DéFI +0,01%
Ecolo +0,06%
Groen +0,00%
Les Engagés +0,00%
MR +0,00%
N-VA +0,08%
Open Vld -
PS +0,01%
PVDA-PTB +0,05%
VB +0,01%
Vooruit +0,01%
Invoer
cd&v -0,01%
DéFI -0,00%
Ecolo -0,01%
Groen -0,00%
Les Engagés -0,00%
MR -0,00%
N-VA -0,02%
Open Vld -
PS -0,00%
PVDA-PTB -0,01%
VB +0,00%
Vooruit -0,00%
Aanvullende indicatoren
Bbp-deflator
cd&v -0,04%
DéFI -0,01%
Ecolo -0,06%
Groen -0,00%
Les Engagés -0,00%
MR -0,00%
N-VA -0,07%
Open Vld -
PS -0,01%
PVDA-PTB -0,05%
VB -0,01%
Vooruit -0,01%
Reële loonkosten
cd&v +0,05%
DéFI +0,01%
Ecolo +0,08%
Groen +0,00%
Les Engagés +0,00%
MR +0,01%
N-VA +0,10%
Open Vld -
PS +0,01%
PVDA-PTB +0,07%
VB +0,02%
Vooruit +0,01%
Arbeidsproductiviteit
cd&v +0,06%
DéFI +0,01%
Ecolo +0,09%
Groen +0,01%
Les Engagés +0,01%
MR +0,01%
N-VA +0,10%
Open Vld -
PS +0,01%
PVDA-PTB +0,07%
VB +0,02%
Vooruit +0,01%
Werkgelegenheidsgraad
cd&v +0,01pp
DéFI +0,00pp
Ecolo +0,01pp
Groen +0,00pp
Les Engagés +0,00pp
MR +0,00pp
N-VA +0,01pp
Open Vld -
PS +0,00pp
PVDA-PTB +0,01pp
VB +0,00pp
Vooruit +0,00pp
Verandering structureel overheidssaldo
cd&v -0,00% van het bbp
DéFI -0,00% van het bbp
Ecolo -0,02% van het bbp
Groen -0,01% van het bbp
Les Engagés -0,01% van het bbp
MR -0,00% van het bbp
N-VA -0,00% van het bbp
Open Vld -
PS -0,00% van het bbp
PVDA-PTB -0,00% van het bbp
VB -0,03% van het bbp
Vooruit -0,00% van het bbp

-Geen maatregelen doorgerekend voor deze partij
ppProcentpunt

Maatregelen waarvan de impact in aanmerking wordt genomen in de resultaten van het model – voorstelling voor de geselecteerde partijen

cd&v
101 Digitale belasting vanaf 2025
102 Lastenverlaging op arbeid - luik sociale werkbonus
103 Lastenverlaging op arbeid - luik uitdoving bijzondere bijdrage sociale zekerheid
104 Lastenverlaging op arbeid - luik hervorming belastingschijven
202 Vrije instroom in sociale economie (extra arbeidsplaatsen)
401 Sociale akkoorden op federaal niveau in de gezondheidssector
402 Sociale akkoorden op Vlaams niveau in de gezondheidssector
501 Investering in O&O: onderzoeksinfrastructuur, Einsteintelescoop,…
702 Overheidsinvesteringen in infrastructuur: ziekenhuizen en scholenbouw
703 Investeringen in het kader van de modal shift (openbaar vervoer, fietsinfrastructuur, voetpaden,…)
DéFI
101 Augmenter la progressivité de l'impôt en modifiant les tranches d'imposition
102 Supprimer progressivement les niches fiscales à l'IPP (voitures de société, écochèques et chèques-repas)
103 Augmenter la majoration de la quotité exemptée d'impôt pour chaque enfant à charge de 2 500 euros
104 Supprimer progressivement par année le quotient conjugal
105 Globalisation des revenus financiers et taxation des loyers réels
106 Augmenter le seuil de rémunération du dirigeant d'entreprise (60 000 euros)
501 Exonérer à 85 % le précompte professionnel pour les chercheurs pour stimuler la R&D
702 Rénovation complète des établissements pénitentiaires
801 Prolongement de l'exploitation des réacteurs nucléaires actuellement en service et ce dans la limite du possible
Ecolo
101 Augmentation des bas et moyens salaires jusqu’à 350 euros nets
102 Globalisation des revenus du travail et du capital
103 Contribution des gros patrimoines nets supérieurs à 1 million d’euros
104 Imposition des plus-values sur revente d’actions
105 Suppression de l’avantage fiscal lié à la voiture salaire et à la carte carburant
107 Imposition des géants du numérique
201 Baisse des cotisations sociales ciblée sur les bas et moyens salaires
203 Augmentation du salaire minimum fixé à 60% du salaire médian : volet bonus à l'emploi
501 Soutien complémentaire au développement de l’économie circulaire
502 Renforcement de la déduction fiscale pour investissements verts
503 Réduction supplémentaire du précompte professionnel pour les chercheurs (R&D)
603 Investissements dans la police et la justice
701 Programme d’investissements publics : Rénovation et isolation du bâti
702 Création de 5.000 places d’accueil supplémentaires pour la petite enfance
801 Programme d’investissements publics : Énergies renouvelables
804 Suppression de la TVA sur les transports publics
Groen
102 Lastenverlaging op arbeid - luik hogere en bredere sociale werkbonus
103 Lastenverlaging op arbeid - luik afschaffing bijzondere bijdrage sociale zekerheid (bbsz)
104 Lastenverlaging op arbeid - luik verhoging belastingvrije som
105 Een miljonairsbelasting op grote vermogens
106 Een meer rechtvaardige bijdrage op vermogenswinsten
107 Hogere belasting op de gokindustrie
108 Billijke bijdrage van tech giganten
109 Minder uitzonderingsregimes in de vennootschapsbelasting
110 Aanpassing fiscale en parafiscale behandeling van componenten van alternatieve verloning: deel personenbelasting
111 Aanpassing fiscale en parafiscale behandeling van componenten van alternatieve verloning: deel werknemersbijdragen
112 Aanpassing fiscale en parafiscale behandeling van componenten van alternatieve verloning: deel werkgeversbijdragen
113 Beperking gunstregime profvoetbalclubs
114 Aanwervingssubsidie eerste werknemer beperken in de tijd en hoogte degressief maken
115 Gerichte verlaging van de werkgeversbijdragen
501 Extra investeringen in O&O
502 Administratieve vereenvoudiging voor bedrijven
503 Transitie naar een circulaire economie: een verlaagd btw-tarief op herstellingen
701 Grootschalig sociaal investeringsprogramma voor energiezuinige woningen
801 Stroomversnelling naar een hernieuwbaar elektriciteitssysteem
803 Nultarief voor btw op openbaar vervoer en quasi gratis openbaar vervoer voor jongeren, ouderen en mensen die moeilijk rondkomen
804 Afbouwen van fossiele subsidies transportsector en vlottere mobiliteit dankzij een sturende verkeersfiscaliteit
805 Eerlijke bijdrage van de luchtvaart: diverse taksen
806 Eerlijke bijdrage van de luchvaart: zakenreizen
Les Engagés
101 Bonus bosseur : instauration d’un ‘bonus bosseur’ en Wallonie et à Bruxelles
103 Taxation du capital (plus-value)
202 Crèches : Augmentation des places d’accueil
302 Allocations familiales à 300 euros : Réforme de l’exonération fiscale pour les enfants à charge
704 Isolation : Forfait 'Trois zéros'
801 Maintien des 4GW de nucléaire dans le mix énergétique
MR
101 Rehausser la quotité exemptée d’impôt au niveau du revenu d’intégration sociale (RIS)
102 Une augmentation des salaires nets grâce à la suppression de la cotisation spéciale de sécurité sociale
202 Extension de l'application des titres-services à la garde et au transport des enfants en Région wallonne
203 Extension de l'application des titres-services à la garde et au transport des enfants en Région de Bruxelles-Capitale
204 Bonus d’activité pour tous les travailleurs qui gagnent moins de 4.500 € brut par mois
501 Une réduction de l’impôt des sociétés pour les PME
701 La rénovation de nos palais de justice
801 La prolongation de nos réacteurs nucléaires
802 Un soutien fiscal pour soutenir l’amélioration de la performance énergétique du logement
N-VA
101 We vergroten het verschil werken en niet-werken door de belasting op arbeid te verlagen
102 De aftrek voor kinderopvang gaat naar 100%
104 We ondersteunen zelfstandigen met een ondernemersaftrek en een hogere investeringsaftrek
105 We schrappen belastingaftrekken voor niet-actieven
106 We verlagen de subsidies voor fossiele brandstoffen
107 We harmoniseren het loonbegrip van aandelenopties via een bijdrage
108 We hervormen de DBI-aftrek
109 We streven naar betaalbaar wonen door de BTW op sloop- en heropbouw te verlagen
501 We verhogen de productiviteit van de economie door het versoepelen van de regels rond e-commerce, openingsuren/zondagsopening, flexi-jobs,…
601 We verminderen subsidies op federaal niveau en bouwen taken af
606 We maken de vakbondspremies belastbaar
701 We voorzien een tijdelijke investeringsimpuls voor defensie, digitalisering en de energietransitie (SMR, …)
702 We verkopen niet-strategische overheidsparticipaties: we spreiden de opbrengst gelijkmatig in schuldafbouw en extra investeringen (defensie en energie)
801 We verlengen maximaal de levensduur van zoveel mogelijk kerncentrales
Open Vld
101 Werken meer laten lonen door de afschaffing van de 45%-schijf.
102 Werken meer laten lonen door de verbreding en verdieping van de Vlaamse jobbonus.
501 Loonkosten drukken tot de loonkloof gedicht is.
502 Invoering van een fiscale korting voor personeel bij bedrijven die innovatie en kennis verspreiden.
503 Steun voor bedrijven die aan hoogtechnologische serieproductie doen in strategische en toekomstgerichte industriële sectoren.
504 Wegwerken van de energiekostenhandicap van de industrie door transmissienettarieven voor grootverbruikers te verlagen tot het niveau van de buren.
PS
101 Globaliser les revenus
102 Taxer le patrimoine
103 Taxer les plus-values
104 Supprimer le régime fiscal favorable des stock-options: partie impôt des personnes physiques
105 Supprimer le régime fiscal favorable des stock-options: partie contributions personnelles
106 Supprimer le régime fiscal favorable des stock-options: partie contributions patronales
201 Augmenter les bas et moyens salaires via un crédit d'impôt
302 Elargir la base de perception des cotisations patronales à toutes les formes de rémunérations alternatives
601 Renforcer les moyens de la Justice
701 Créer plus de logements publics
702 Rénovation de logements publics
PVDA-PTB
101 Taxe des millionnaires | miljonairsbelasting
102 Suppression de la TVA sur les produits alimentaires | Afschaffing van de btw op voedingsmiddelen
103 Imposition des plus-values financières | Belasting op de financiële meerwaarde
104 Taxe sur les surprofits bancaires | Overwinstbelasting voor de banken
501 Hausse du budget dans la recherche publique pour arriver à un budget de la recherche publique à 1 % du PIB | Het budget voor publiek wetenschappelijk onderzoek verhogen tot 1% van het BBP
804 Annulation de l'augmentation des accises sur l’électricité et le gaz | Ongedaan maken van de accijnsverhoging op elektriciteit en aardgas
VB
101 Koopkracht versterken door de verhoging van de belastingvrije som tot 13000 euro
102 Koopkracht versterken door de verlaging van de belastingschijf van 40% naar 30%
103 Koopkracht versterken door de verlaging van de belastingschijf van 45% naar 40%.
104 Koopkracht versterken door de verhoging van de ondergrens van de belastingschijf van 50%
204 Eerlijke parafiscaliteit door de opheffing van de voordelen in de werknemersbijdragen voor voetballers
205 Eerlijke parafiscaliteit door de opheffing van de voordelen in de werkgeversbijdragen voor voetballers
502 Invoeren van btw op kranten
503 Oprichting van een Vlaams energiebedrijf voor de bouw van nieuwe kerncentrales
802 Schonere en betaalbare energie garanderen door de verlenging van de looptijd van Doel 1-2 en Tihange 1 vanaf begin 2026 gedurende minstens 10 jaar
Vooruit
101 Lagere belasting op werk: verhoging belastingvrije som
102 Lagere belasting op werk: versterking werkbonus
103 Globalisering personenbelasting: inkomsten uit financieel vermogen
104 Globalisering personenbelasting: reële huurinkomsten
105 Globalisering personenbelasting: meerwaarden op aandelen
107 Belasting aankoop woning: verlaging belasting aankoop gezinswoning en verhoging belasting aankoop buitenverblijven
202 Verlaging werkgeversbijdrage op lage lonen, gekoppeld aan optrekken van het minimumloon
303 Betaalbaar wonen: uitbreiding huurpremie
501 Minder marktmacht voor lagere facturen
603 Besparing op bedrijfssubsidies
801 Verbetering openbaar vervoer: verhoging investeringsbudget De Lijn
803 Afschaffing subsidie professionele diesel
804 Spitsheffing op snelwegen rond Brussel (GEN zone), Antwerpen en Gent

Over wat gaat het? 

Het betreft de macro-economische impact op lange termijn (2044) van de zogenaamde ‘structurele’ maatregelen, ingedeeld in vijf domeinen: fiscale en parafiscale maatregelen, marktwerking, onderzoek en ontwikkeling, administratieve lasten en publieke investeringen.

De resultaten worden verkregen aan de hand van het QUEST III R&D-model en voorgesteld als verschil ten opzichte van het referentiescenario in 2044.  Meer informatie over dat model is beschikbaar in de betreffende Working Paper.

Metadata

Fiscale en parafiscale maatregelen: Deze maatregelen omvatten alleen consumptiebelastingen, belastingen op inkomsten uit arbeid, belastingen op kapitaalinkomsten en socialezekerheidsbijdragen.

Verschillen ten opzichte van het referentiescenario na 20 jaar: De hoogte van een indicator in 2044 volgens het referentiescenario zal worden vermeerderd (of verminderd als het cijfer negatief is) met het percentage (of met de procentpunt bij de werkgelegenheidsgraad) in de tabel of grafiek.

Bbp: Het bruto binnenlands product (bbp) is een indicator van de totale economische activiteit op een bepaald grondgebied, gedurende een bepaalde periode. Het bbp is gelijk aan de som van de binnenlandse finale bestedingen aan goederen en diensten (consumptieve bestedingen en bruto-investeringen) en het saldo van uitvoer en invoer van goederen en diensten. Het bbp wordt uitgedrukt in volume, dus vóór de verrekening van de prijsevolutie.

Particuliere bestedingen: Consumptieve bestedingen van de huishoudens en van de instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens, en investeringen van de huishoudens in woongebouwen (nieuwbouw en renovatie) in volume (dus vóór de verrekening van de prijsevolutie).

Bedrijfsinvesteringen: De bedrijfsinvesteringen vormen een deel van de bruto-investeringen van de ondernemingen. Ze omvatten de aankopen minus de verkopen van vaste activa (zoals gebouwen, wegen, IT- of telecommunicatie-uitrusting, software, onderzoek en ontwikkeling) uitgevoerd door ondernemingen. Ze worden uitgedrukt in volume, dus vóór de verrekening van de prijsevolutie.

Publieke investeringen: Met publieke investeringen in volume worden de bruto-investeringen in vaste activa door openbare besturen bedoeld. Deze worden gedefinieerd als de aankopen minus de verkopen van vaste activa uitgevoerd door de sector van de openbare besturen bestaande uit de federale overheid, de sociale zekerheid, de gemeenschappen en gewesten en de lokale overheden. Tot de vaste activa behoren materiële activa zoals gebouwen, civieltechnische werken (in het bijzonder wegen- en waterbouwkundige werken), transportmaterieel, IT- of telecommunicatie-uitrusting en wapensystemen, en immateriële activa zoals uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling of software. De indicator wordt uitgedrukt in volume, dus vóór de verrekening van de prijsevolutie.

Uitvoer: Uitvoer van goederen en diensten in volume (dus vóór de verrekening van de prijsevolutie).

Invoer: Invoer van goederen en diensten in volume (dus vóór de verrekening van de prijsevolutie).

Bbp-deflator: Deflator (prijsindex) van het bruto binnenlands product (index 2024=100).

Reële loonkosten: De reële loonkosten worden verkregen door de loonkosten te delen door de bbp-deflator. De loonkosten zijn gelijk aan het brutoloon vermeerderd met het geheel van werkgeversbijdragen. Het betreft de gemiddelde loonkosten, m.a.w. de loonkosten per tewerkgestelde persoon.

Arbeidsproductiviteit: De arbeidsproductiviteit wordt verkregen door het bbp in volume te delen door het aantal werknemers.

Werkgelegenheidsgraad : De werkgelegenheidsgraad wordt gedefinieerd als de verhouding tussen het aantal werkenden van 20 tot 64 jaar die in België wonen enerzijds en het totaal aantal 20-64-jarigen die in België wonen anderzijds. Het aantal werkenden van 20 tot 64 jaar is afkomstig van de enquête naar de arbeidskrachten (EAK) en wordt gedefinieerd als alle personen die, in de loop van de referentieweek van de enquête, arbeid verrichtten "tegen betaling" of met als doel "winst te maken" ongeacht de duur (ook al was dit maar één uur), of die een job hadden maar tijdelijk afwezig waren.

Verandering structureel overheidssaldo: Om de overheidsschuldgraad op lange termijn vast te prikken op haar initiële niveau, creëert het model een jaarlijkse, forfaitaire belasting, die het effect van een maatregel op de overheidsfinanciën compenseert. Het tegengestelde van deze variabele geeft dus het effect weer van een maatregel op het structurele overheidssaldo.

Metadata

Werking van productmarkten: Marktwerking slaat op de voorwaarden voor markttoetreding en -uittreding en voor het functioneren van economische actoren, die de graad van competitiviteit op de markt bepalen. De analyse op dit domein heeft betrekking op de maatregelen die de algemene kosten van markttoetreding verlagen enerzijds en op sectorspecifieke markthervormingen in de sector van de kleinhandel, de gereguleerde professionele diensten (juridische beroepen, accountants en architecten) en de netwerkdiensten (energie, communicatie en transport) anderzijds.

Verschillen ten opzichte van het referentiescenario na 20 jaar: De hoogte van een indicator in 2044 volgens het referentiescenario zal worden vermeerderd (of verminderd als het cijfer negatief is) met het percentage (of met de procentpunt bij de werkgelegenheidsgraad) in de tabel of grafiek.

Bbp: Het bruto binnenlands product (bbp) is een indicator van de totale economische activiteit op een bepaald grondgebied, gedurende een bepaalde periode. Het bbp is gelijk aan de som van de binnenlandse finale bestedingen aan goederen en diensten (consumptieve bestedingen en bruto-investeringen) en het saldo van uitvoer en invoer van goederen en diensten. Het bbp wordt uitgedrukt in volume, dus vóór de verrekening van de prijsevolutie.

Particuliere bestedingen: Consumptieve bestedingen van de huishoudens en van de instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens, en investeringen van de huishoudens in woongebouwen (nieuwbouw en renovatie) in volume (dus vóór de verrekening van de prijsevolutie).

Bedrijfsinvesteringen: De bedrijfsinvesteringen vormen een deel van de bruto-investeringen van de ondernemingen. Ze omvatten de aankopen minus de verkopen van vaste activa (zoals gebouwen, wegen, IT- of telecommunicatie-uitrusting, software, onderzoek en ontwikkeling) uitgevoerd door ondernemingen. Ze worden uitgedrukt in volume, dus vóór de verrekening van de prijsevolutie.

Publieke investeringen: Met publieke investeringen in volume worden de bruto-investeringen in vaste activa door openbare besturen bedoeld. Deze worden gedefinieerd als de aankopen minus de verkopen van vaste activa uitgevoerd door de sector van de openbare besturen bestaande uit de federale overheid, de sociale zekerheid, de gemeenschappen en gewesten en de lokale overheden. Tot de vaste activa behoren materiële activa zoals gebouwen, civieltechnische werken (in het bijzonder wegen- en waterbouwkundige werken), transportmaterieel, IT- of telecommunicatie-uitrusting en wapensystemen, en immateriële activa zoals uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling of software. De indicator wordt uitgedrukt in volume, dus vóór de verrekening van de prijsevolutie.

Uitvoer: Uitvoer van goederen en diensten in volume (dus vóór de verrekening van de prijsevolutie).

Invoer: Invoer van goederen en diensten in volume (dus vóór de verrekening van de prijsevolutie).

Bbp-deflator: Deflator (prijsindex) van het bruto binnenlands product (index 2024=100).

Reële loonkosten: De reële loonkosten worden verkregen door de loonkosten te delen door de bbp-deflator. De loonkosten zijn gelijk aan het brutoloon vermeerderd met het geheel van werkgeversbijdragen. Het betreft de gemiddelde loonkosten, m.a.w. de loonkosten per tewerkgestelde persoon.

Arbeidsproductiviteit: De arbeidsproductiviteit wordt verkregen door het bbp in volume te delen door het aantal werknemers.

Werkgelegenheidsgraad : De werkgelegenheidsgraad wordt gedefinieerd als de verhouding tussen het aantal werkenden van 20 tot 64 jaar die in België wonen enerzijds en het totaal aantal 20-64-jarigen die in België wonen anderzijds. Het aantal werkenden van 20 tot 64 jaar is afkomstig van de enquête naar de arbeidskrachten (EAK) en wordt gedefinieerd als alle personen die, in de loop van de referentieweek van de enquête, arbeid verrichtten "tegen betaling" of met als doel "winst te maken" ongeacht de duur (ook al was dit maar één uur), of die een job hadden maar tijdelijk afwezig waren.

Verandering structureel overheidssaldo: Om de overheidsschuldgraad op lange termijn vast te prikken op haar initiële niveau, creëert het model een jaarlijkse, forfaitaire belasting, die het effect van een maatregel op de overheidsfinanciën compenseert. Het tegengestelde van deze variabele geeft dus het effect weer van een maatregel op het structurele overheidssaldo.

Metadata

Onderzoek en ontwikkeling: Onderzoek betreft activiteiten van de privésector die gericht zijn op het verwerven van nieuwe wetenschappelijke of technologische kennis. Ontwikkeling betreft activiteiten van de privésector die gericht zijn op het gebruik van kennis voor nieuwe of aanzienlijk verbeterde producten of processen.

Verschillen ten opzichte van het referentiescenario na 20 jaar: De hoogte van een indicator in 2044 volgens het referentiescenario zal worden vermeerderd (of verminderd als het cijfer negatief is) met het percentage (of met de procentpunt bij de werkgelegenheidsgraad) in de tabel of grafiek.

Bbp: Het bruto binnenlands product (bbp) is een indicator van de totale economische activiteit op een bepaald grondgebied, gedurende een bepaalde periode. Het bbp is gelijk aan de som van de binnenlandse finale bestedingen aan goederen en diensten (consumptieve bestedingen en bruto-investeringen) en het saldo van uitvoer en invoer van goederen en diensten. Het bbp wordt uitgedrukt in volume, dus vóór de verrekening van de prijsevolutie.

Particuliere bestedingen: Consumptieve bestedingen van de huishoudens en van de instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens, en investeringen van de huishoudens in woongebouwen (nieuwbouw en renovatie) in volume (dus vóór de verrekening van de prijsevolutie).

Bedrijfsinvesteringen: De bedrijfsinvesteringen vormen een deel van de bruto-investeringen van de ondernemingen. Ze omvatten de aankopen minus de verkopen van vaste activa (zoals gebouwen, wegen, IT- of telecommunicatie-uitrusting, software, onderzoek en ontwikkeling) uitgevoerd door ondernemingen. Ze worden uitgedrukt in volume, dus vóór de verrekening van de prijsevolutie.

Publieke investeringen: Met publieke investeringen in volume worden de bruto-investeringen in vaste activa door openbare besturen bedoeld. Deze worden gedefinieerd als de aankopen minus de verkopen van vaste activa uitgevoerd door de sector van de openbare besturen bestaande uit de federale overheid, de sociale zekerheid, de gemeenschappen en gewesten en de lokale overheden. Tot de vaste activa behoren materiële activa zoals gebouwen, civieltechnische werken (in het bijzonder wegen- en waterbouwkundige werken), transportmaterieel, IT- of telecommunicatie-uitrusting en wapensystemen, en immateriële activa zoals uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling of software. De indicator wordt uitgedrukt in volume, dus vóór de verrekening van de prijsevolutie.

Uitvoer: Uitvoer van goederen en diensten in volume (dus vóór de verrekening van de prijsevolutie).

Invoer: Invoer van goederen en diensten in volume (dus vóór de verrekening van de prijsevolutie).

Bbp-deflator: Deflator (prijsindex) van het bruto binnenlands product (index 2024=100).

Reële loonkosten: De reële loonkosten worden verkregen door de loonkosten te delen door de bbp-deflator. De loonkosten zijn gelijk aan het brutoloon vermeerderd met het geheel van werkgeversbijdragen. Het betreft de gemiddelde loonkosten, m.a.w. de loonkosten per tewerkgestelde persoon.

Arbeidsproductiviteit: De arbeidsproductiviteit wordt verkregen door het bbp in volume te delen door het aantal werknemers.

Werkgelegenheidsgraad : De werkgelegenheidsgraad wordt gedefinieerd als de verhouding tussen het aantal werkenden van 20 tot 64 jaar die in België wonen enerzijds en het totaal aantal 20-64-jarigen die in België wonen anderzijds. Het aantal werkenden van 20 tot 64 jaar is afkomstig van de enquête naar de arbeidskrachten (EAK) en wordt gedefinieerd als alle personen die, in de loop van de referentieweek van de enquête, arbeid verrichtten "tegen betaling" of met als doel "winst te maken" ongeacht de duur (ook al was dit maar één uur), of die een job hadden maar tijdelijk afwezig waren.

Verandering structureel overheidssaldo: Om de overheidsschuldgraad op lange termijn vast te prikken op haar initiële niveau, creëert het model een jaarlijkse, forfaitaire belasting, die het effect van een maatregel op de overheidsfinanciën compenseert. Het tegengestelde van deze variabele geeft dus het effect weer van een maatregel op het structurele overheidssaldo.

Metadata

Administratieve vereenvoudiging: De vereenvoudiging van de administratieve lasten, die worden gedefinieerd als het geheel van procedures en formaliteiten die de ondernemingen en zelfstandigen moeten doorlopen om in orde te zijn met de bestaande regelgeving. 

Verschillen ten opzichte van het referentiescenario na 20 jaar: De hoogte van een indicator in 2044 volgens het referentiescenario zal worden vermeerderd (of verminderd als het cijfer negatief is) met het percentage (of met de procentpunt bij de werkgelegenheidsgraad) in de tabel of grafiek.

Bbp: Het bruto binnenlands product (bbp) is een indicator van de totale economische activiteit op een bepaald grondgebied, gedurende een bepaalde periode. Het bbp is gelijk aan de som van de binnenlandse finale bestedingen aan goederen en diensten (consumptieve bestedingen en bruto-investeringen) en het saldo van uitvoer en invoer van goederen en diensten. Het bbp wordt uitgedrukt in volume, dus vóór de verrekening van de prijsevolutie.

Particuliere bestedingen: Consumptieve bestedingen van de huishoudens en van de instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens, en investeringen van de huishoudens in woongebouwen (nieuwbouw en renovatie) in volume (dus vóór de verrekening van de prijsevolutie).

Bedrijfsinvesteringen: De bedrijfsinvesteringen vormen een deel van de bruto-investeringen van de ondernemingen. Ze omvatten de aankopen minus de verkopen van vaste activa (zoals gebouwen, wegen, IT- of telecommunicatie-uitrusting, software, onderzoek en ontwikkeling) uitgevoerd door ondernemingen. Ze worden uitgedrukt in volume, dus vóór de verrekening van de prijsevolutie.

Publieke investeringen: Met publieke investeringen in volume worden de bruto-investeringen in vaste activa door openbare besturen bedoeld. Deze worden gedefinieerd als de aankopen minus de verkopen van vaste activa uitgevoerd door de sector van de openbare besturen bestaande uit de federale overheid, de sociale zekerheid, de gemeenschappen en gewesten en de lokale overheden. Tot de vaste activa behoren materiële activa zoals gebouwen, civieltechnische werken (in het bijzonder wegen- en waterbouwkundige werken), transportmaterieel, IT- of telecommunicatie-uitrusting en wapensystemen, en immateriële activa zoals uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling of software. De indicator wordt uitgedrukt in volume, dus vóór de verrekening van de prijsevolutie.

Uitvoer: Uitvoer van goederen en diensten in volume (dus vóór de verrekening van de prijsevolutie).

Invoer: Invoer van goederen en diensten in volume (dus vóór de verrekening van de prijsevolutie).

Bbp-deflator: Deflator (prijsindex) van het bruto binnenlands product (index 2024=100).

Reële loonkosten: De reële loonkosten worden verkregen door de loonkosten te delen door de bbp-deflator. De loonkosten zijn gelijk aan het brutoloon vermeerderd met het geheel van werkgeversbijdragen. Het betreft de gemiddelde loonkosten, m.a.w. de loonkosten per tewerkgestelde persoon.

Arbeidsproductiviteit: De arbeidsproductiviteit wordt verkregen door het bbp in volume te delen door het aantal werknemers.

Werkgelegenheidsgraad : De werkgelegenheidsgraad wordt gedefinieerd als de verhouding tussen het aantal werkenden van 20 tot 64 jaar die in België wonen enerzijds en het totaal aantal 20-64-jarigen die in België wonen anderzijds. Het aantal werkenden van 20 tot 64 jaar is afkomstig van de enquête naar de arbeidskrachten (EAK) en wordt gedefinieerd als alle personen die, in de loop van de referentieweek van de enquête, arbeid verrichtten "tegen betaling" of met als doel "winst te maken" ongeacht de duur (ook al was dit maar één uur), of die een job hadden maar tijdelijk afwezig waren.

Verandering structureel overheidssaldo: Om de overheidsschuldgraad op lange termijn vast te prikken op haar initiële niveau, creëert het model een jaarlijkse, forfaitaire belasting, die het effect van een maatregel op de overheidsfinanciën compenseert. Het tegengestelde van deze variabele geeft dus het effect weer van een maatregel op het structurele overheidssaldo.

Metadata

Verschillen ten opzichte van het referentiescenario na 20 jaar: De hoogte van een indicator in 2044 volgens het referentiescenario zal worden vermeerderd (of verminderd als het cijfer negatief is) met het percentage (of met de procentpunt bij de werkgelegenheidsgraad) in de tabel of grafiek.

Bbp: Het bruto binnenlands product (bbp) is een indicator van de totale economische activiteit op een bepaald grondgebied, gedurende een bepaalde periode. Het bbp is gelijk aan de som van de binnenlandse finale bestedingen aan goederen en diensten (consumptieve bestedingen en bruto-investeringen) en het saldo van uitvoer en invoer van goederen en diensten. Het bbp wordt uitgedrukt in volume, dus vóór de verrekening van de prijsevolutie.

Particuliere bestedingen: Consumptieve bestedingen van de huishoudens en van de instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens, en investeringen van de huishoudens in woongebouwen (nieuwbouw en renovatie) in volume (dus vóór de verrekening van de prijsevolutie).

Bedrijfsinvesteringen: De bedrijfsinvesteringen vormen een deel van de bruto-investeringen van de ondernemingen. Ze omvatten de aankopen minus de verkopen van vaste activa (zoals gebouwen, wegen, IT- of telecommunicatie-uitrusting, software, onderzoek en ontwikkeling) uitgevoerd door ondernemingen. Ze worden uitgedrukt in volume, dus vóór de verrekening van de prijsevolutie.

Publieke investeringen: Met publieke investeringen in volume worden de bruto-investeringen in vaste activa door openbare besturen bedoeld. Deze worden gedefinieerd als de aankopen minus de verkopen van vaste activa uitgevoerd door de sector van de openbare besturen bestaande uit de federale overheid, de sociale zekerheid, de gemeenschappen en gewesten en de lokale overheden. Tot de vaste activa behoren materiële activa zoals gebouwen, civieltechnische werken (in het bijzonder wegen- en waterbouwkundige werken), transportmaterieel, IT- of telecommunicatie-uitrusting en wapensystemen, en immateriële activa zoals uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling of software. De indicator wordt uitgedrukt in volume, dus vóór de verrekening van de prijsevolutie.

Uitvoer: Uitvoer van goederen en diensten in volume (dus vóór de verrekening van de prijsevolutie).

Invoer: Invoer van goederen en diensten in volume (dus vóór de verrekening van de prijsevolutie).

Bbp-deflator: Deflator (prijsindex) van het bruto binnenlands product (index 2024=100).

Reële loonkosten: De reële loonkosten worden verkregen door de loonkosten te delen door de bbp-deflator. De loonkosten zijn gelijk aan het brutoloon vermeerderd met het geheel van werkgeversbijdragen. Het betreft de gemiddelde loonkosten, m.a.w. de loonkosten per tewerkgestelde persoon.

Arbeidsproductiviteit: De arbeidsproductiviteit wordt verkregen door het bbp in volume te delen door het aantal werknemers.

Werkgelegenheidsgraad : De werkgelegenheidsgraad wordt gedefinieerd als de verhouding tussen het aantal werkenden van 20 tot 64 jaar die in België wonen enerzijds en het totaal aantal 20-64-jarigen die in België wonen anderzijds. Het aantal werkenden van 20 tot 64 jaar is afkomstig van de enquête naar de arbeidskrachten (EAK) en wordt gedefinieerd als alle personen die, in de loop van de referentieweek van de enquête, arbeid verrichtten "tegen betaling" of met als doel "winst te maken" ongeacht de duur (ook al was dit maar één uur), of die een job hadden maar tijdelijk afwezig waren.

Verandering structureel overheidssaldo: Om de overheidsschuldgraad op lange termijn vast te prikken op haar initiële niveau, creëert het model een jaarlijkse, forfaitaire belasting, die het effect van een maatregel op de overheidsfinanciën compenseert. Het tegengestelde van deze variabele geeft dus het effect weer van een maatregel op het structurele overheidssaldo.

Directe impact op de verdeling van het gemiddeld beschikbaar maandinkomen van de huishoudens ingedeeld naar equivalent beschikbaar inkomensdeciel

Het hier gebruikte concept van beschikbaar inkomen bevat niet het inkomen uit vermogen

Verschillen in euro en in % ten opzichte van het referentiescenario

loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...

Directe impact op de verdeling van het gemiddeld beschikbaar maandinkomen van de huishoudens ingedeeld naar socio-economische positie

Het hier gebruikte concept van beschikbaar inkomen bevat niet het inkomen uit vermogen

Verschillen in euro en in % ten opzichte van het referentiescenario

loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...

Directe impact op de verdeling van het gemiddeld beschikbaar maandinkomen van de huishoudens ingedeeld naar huishoudsamenstelling

Het hier gebruikte concept van beschikbaar inkomen bevat niet het inkomen uit vermogen

Verschillen in euro en in % ten opzichte van het referentiescenario

loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...

Directe impact op de verdeling van het gemiddeld beschikbaar maandinkomen van de huishoudens ingedeeld naar gewest

Het hier gebruikte concept van beschikbaar inkomen bevat niet het inkomen uit vermogen

Verschillen in euro en in % ten opzichte van het referentiescenario

loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...

Bijkomende indicatoren

Risico op monetaire armoede

loading...

Inkomenskwintielverhouding (S80/S20)

loading...

Directe impact op de verdeling van het gemiddeld beschikbaar maandinkomen van de huishoudens ingedeeld naar equivalent beschikbaar inkomensdeciel

Het hier gebruikte concept van beschikbaar inkomen bevat niet het inkomen uit vermogen

Equivalent beschikbaar inkomensdeciel (aandeel in de populatie) Beschikbaar inkomen in het referentiescenario Verschil in beschikbaar inkomen ten opzichte van het referentiescenario
In euro In %
1ste deciel (10%) 1623€
cd&v -32€ -2,0%
DéFI +80€ +5,0%
Ecolo +244€ +15,0%
Groen +777€ +47,9%
Les Engagés +21€ +1,3%
MR +8€ +0,5%
N-VA -122€ -7,5%
Open Vld -118€ -7,2%
PS +28€ +1,7%
PVDA-PTB - -
VB +16€ +1,0%
Vooruit +32€ +2,0%
2de deciel (10%) 2195€
cd&v +13€ +0,6%
DéFI +103€ +4,7%
Ecolo +186€ +8,5%
Groen +244€ +11,1%
Les Engagés +31€ +1,4%
MR +45€ +2,0%
N-VA -63€ -2,9%
Open Vld -72€ -3,3%
PS +51€ +2,3%
PVDA-PTB - -
VB +49€ +2,2%
Vooruit +69€ +3,1%
3de deciel (10%) 2249€
cd&v +74€ +3,3%
DéFI +118€ +5,3%
Ecolo +124€ +5,5%
Groen +184€ +8,2%
Les Engagés +17€ +0,8%
MR +121€ +5,4%
N-VA +6€ +0,3%
Open Vld -24€ -1,1%
PS +52€ +2,3%
PVDA-PTB - -
VB +115€ +5,1%
Vooruit +84€ +3,8%
4de deciel (10%) 2721€
cd&v +95€ +3,5%
DéFI +176€ +6,5%
Ecolo +166€ +6,1%
Groen +191€ +7,0%
Les Engagés +26€ +1,0%
MR +177€ +6,5%
N-VA +9€ +0,3%
Open Vld -16€ -0,6%
PS +90€ +3,3%
PVDA-PTB - -
VB +169€ +6,2%
Vooruit +141€ +5,2%
5de deciel (10%) 3284€
cd&v +131€ +4,0%
DéFI +232€ +7,1%
Ecolo +184€ +5,6%
Groen +168€ +5,1%
Les Engagés +32€ +1,0%
MR +236€ +7,2%
N-VA +39€ +1,2%
Open Vld +10€ +0,3%
PS +132€ +4,0%
PVDA-PTB - -
VB +223€ +6,8%
Vooruit +187€ +5,7%
6de deciel (10%) 3738€
cd&v +159€ +4,2%
DéFI +287€ +7,7%
Ecolo +195€ +5,2%
Groen +174€ +4,6%
Les Engagés +36€ +1,0%
MR +287€ +7,7%
N-VA +53€ +1,4%
Open Vld +31€ +0,8%
PS +186€ +5,0%
PVDA-PTB - -
VB +280€ +7,5%
Vooruit +230€ +6,2%
7de deciel (10%) 4307€
cd&v +174€ +4,0%
DéFI +353€ +8,2%
Ecolo +181€ +4,2%
Groen +186€ +4,3%
Les Engagés +34€ +0,8%
MR +339€ +7,9%
N-VA +70€ +1,6%
Open Vld +57€ +1,3%
PS +224€ +5,2%
PVDA-PTB - -
VB +341€ +7,9%
Vooruit +264€ +6,1%
8ste deciel (10%) 4973€
cd&v +203€ +4,1%
DéFI +393€ +7,9%
Ecolo +168€ +3,4%
Groen +197€ +4,0%
Les Engagés +32€ +0,6%
MR +381€ +7,7%
N-VA +94€ +1,9%
Open Vld +86€ +1,7%
PS +223€ +4,5%
PVDA-PTB - -
VB +402€ +8,1%
Vooruit +296€ +6,0%
9de deciel (10%) 5721€
cd&v +219€ +3,8%
DéFI +407€ +7,1%
Ecolo +141€ +2,5%
Groen +198€ +3,5%
Les Engagés +24€ +0,4%
MR +384€ +6,7%
N-VA +96€ +1,7%
Open Vld +111€ +1,9%
PS +203€ +3,5%
PVDA-PTB - -
VB +443€ +7,8%
Vooruit +311€ +5,4%
10de deciel (10%) 8646€
cd&v +238€ +2,8%
DéFI +284€ +3,3%
Ecolo +76€ +0,9%
Groen +146€ +1,7%
Les Engagés +10€ +0,1%
MR +345€ +4,0%
N-VA +112€ +1,3%
Open Vld +131€ +1,5%
PS +110€ +1,3%
PVDA-PTB - -
VB +483€ +5,6%
Vooruit +301€ +3,5%
Alle huishoudens (100%) 3944€
cd&v +127€ +3,2%
DéFI +243€ +6,2%
Ecolo +167€ +4,2%
Groen +248€ +6,3%
Les Engagés +26€ +0,7%
MR +232€ +5,9%
N-VA +29€ +0,7%
Open Vld +20€ +0,5%
PS +130€ +3,3%
PVDA-PTB - -
VB +252€ +6,4%
Vooruit +192€ +4,9%

-Geen maatregelen doorgerekend voor deze partij

Directe impact op de verdeling van het gemiddeld beschikbaar maandinkomen van de huishoudens ingedeeld naar socio-economische positie

Het hier gebruikte concept van beschikbaar inkomen bevat niet het inkomen uit vermogen

Socio-economische positie van het individu met het hoogste bruto-inkomen in het huishouden (aandeel in de populatie) Beschikbaar inkomen in het referentiescenario Verschil in beschikbaar inkomen ten opzichte van het referentiescenario
In euro In %
Loon- of weddetrekkend (49%) 4785€
cd&v +190€ +4,0%
DéFI +331€ +6,9%
Ecolo +214€ +4,5%
Groen +322€ +6,7%
Les Engagés +43€ +0,9%
MR +336€ +7,0%
N-VA +86€ +1,8%
Open Vld +73€ +1,5%
PS +248€ +5,2%
PVDA-PTB - -
VB +352€ +7,4%
Vooruit +273€ +5,7%
Zelfstandige (8%) 6188€
cd&v +177€ +2,9%
DéFI +224€ +3,6%
Ecolo +75€ +1,2%
Groen +352€ +5,7%
Les Engagés -4€ -0,1%
MR +263€ +4,3%
N-VA +173€ +2,8%
Open Vld +90€ +1,5%
PS +52€ +0,8%
PVDA-PTB - -
VB +348€ +5,6%
Vooruit +234€ +3,8%
Gepensioneerd (30%) 2690€
cd&v +100€ +3,7%
DéFI +160€ +6,0%
Ecolo +46€ +1,7%
Groen +88€ +3,3%
Les Engagés +7€ +0,3%
MR +161€ +6,0%
N-VA +26€ +1,0%
Open Vld +8€ +0,3%
PS +8€ +0,3%
PVDA-PTB - -
VB +179€ +6,7%
Vooruit +100€ +3,7%
RVA-uitkeringsgerechtigd (4%) 2052€
cd&v -411€ -20,0%
DéFI +87€ +4,2%
Ecolo +322€ +15,7%
Groen +286€ +13,9%
Les Engagés +22€ +1,1%
MR -286€ -13,9%
N-VA -894€ -43,5%
Open Vld -596€ -29,0%
PS +19€ +0,9%
PVDA-PTB - -
VB -290€ -14,1%
Vooruit +47€ +2,3%
ZIV-uitkeringsgerechtigd (6%) 2495€
cd&v +87€ +3,5%
DéFI +181€ +7,2%
Ecolo +165€ +6,6%
Groen +126€ +5,1%
Les Engagés +16€ +0,6%
MR +150€ +6,0%
N-VA +32€ +1,3%
Open Vld -22€ -0,9%
PS +24€ +1,0%
PVDA-PTB - -
VB +153€ +6,1%
Vooruit +141€ +5,7%
Leefloon of financiële hulp (3%) 1918€
cd&v +38€ +2,0%
DéFI +106€ +5,5%
Ecolo +639€ +33,3%
Groen +278€ +14,5%
Les Engagés +43€ +2,3%
MR +36€ +1,9%
N-VA -76€ -3,9%
Open Vld -50€ -2,6%
PS +6€ +0,3%
PVDA-PTB - -
VB +37€ +2,0%
Vooruit +8€ +0,4%
Overige socio-economische positie (1%) 5516€
cd&v +115€ +2,1%
DéFI -9€ -0,2%
Ecolo +60€ +1,1%
Groen +1279€ +23,2%
Les Engagés +15€ +0,3%
MR +159€ +2,9%
N-VA +141€ +2,6%
Open Vld +72€ +1,3%
PS +32€ +0,6%
PVDA-PTB - -
VB +184€ +3,3%
Vooruit +87€ +1,6%
Alle huishoudens (100%) 3944€
cd&v +127€ +3,2%
DéFI +243€ +6,2%
Ecolo +167€ +4,2%
Groen +248€ +6,3%
Les Engagés +26€ +0,7%
MR +232€ +5,9%
N-VA +29€ +0,7%
Open Vld +20€ +0,5%
PS +130€ +3,3%
PVDA-PTB - -
VB +252€ +6,4%
Vooruit +192€ +4,9%

-Geen maatregelen doorgerekend voor deze partij

Directe impact op de verdeling van het gemiddeld beschikbaar maandinkomen van de huishoudens ingedeeld naar huishoudsamenstelling

Het hier gebruikte concept van beschikbaar inkomen bevat niet het inkomen uit vermogen

Huishoudsamenstelling (aandeel in de populatie) Beschikbaar inkomen in het referentiescenario Verschil in beschikbaar inkomen ten opzichte van het referentiescenario
In euro In %
Alleenwonende man (16%) 2311€
cd&v +36€ +1,5%
DéFI +104€ +4,5%
Ecolo +104€ +4,5%
Groen +146€ +6,3%
Les Engagés +18€ +0,8%
MR +100€ +4,3%
N-VA -47€ -2,1%
Open Vld -32€ -1,4%
PS +72€ +3,1%
PVDA-PTB - -
VB +113€ +4,9%
Vooruit +95€ +4,1%
Alleenwonende vrouw (19%) 2074€
cd&v +51€ +2,4%
DéFI +97€ +4,7%
Ecolo +73€ +3,5%
Groen +111€ +5,3%
Les Engagés +12€ +0,6%
MR +105€ +5,0%
N-VA -8€ -0,4%
Open Vld -12€ -0,6%
PS +44€ +2,1%
PVDA-PTB - -
VB +118€ +5,7%
Vooruit +70€ +3,4%
Alleenstaande man met kind(eren) (2%) 4380€
cd&v +137€ +3,1%
DéFI +292€ +6,7%
Ecolo +262€ +6,0%
Groen +374€ +8,5%
Les Engagés +46€ +1,1%
MR +241€ +5,5%
N-VA +52€ +1,2%
Open Vld +12€ +0,3%
PS +177€ +4,0%
PVDA-PTB - -
VB +262€ +6,0%
Vooruit +213€ +4,9%
Alleenstaande vrouw met kind(eren) (8%) 3582€
cd&v +80€ +2,2%
DéFI +221€ +6,2%
Ecolo +303€ +8,5%
Groen +353€ +9,8%
Les Engagés +48€ +1,4%
MR +155€ +4,3%
N-VA -38€ -1,1%
Open Vld -29€ -0,8%
PS +137€ +3,8%
PVDA-PTB - -
VB +164€ +4,6%
Vooruit +164€ +4,6%
Koppel zonder kinderen (26%) 4155€
cd&v +150€ +3,6%
DéFI +233€ +5,6%
Ecolo +129€ +3,1%
Groen +186€ +4,5%
Les Engagés +34€ +0,8%
MR +262€ +6,3%
N-VA +7€ +0,2%
Open Vld +26€ +0,6%
PS +106€ +2,6%
PVDA-PTB - -
VB +277€ +6,7%
Vooruit +216€ +5,2%
Koppel met kind(eren) (27%) 6024€
cd&v +224€ +3,7%
DéFI +437€ +7,3%
Ecolo +246€ +4,1%
Groen +416€ +6,9%
Les Engagés +22€ +0,4%
MR +390€ +6,5%
N-VA +141€ +2,3%
Open Vld +81€ +1,4%
PS +233€ +3,9%
PVDA-PTB - -
VB +427€ +7,1%
Vooruit +313€ +5,2%
Ander type huishouden (2%) 5287€
cd&v +182€ +3,4%
DéFI +340€ +6,4%
Ecolo +341€ +6,4%
Groen +401€ +7,6%
Les Engagés +69€ +1,3%
MR +320€ +6,0%
N-VA +50€ +1,0%
Open Vld +28€ +0,5%
PS +233€ +4,4%
PVDA-PTB - -
VB +324€ +6,1%
Vooruit +265€ +5,0%
Alle huishoudens (100%) 3944€
cd&v +127€ +3,2%
DéFI +243€ +6,2%
Ecolo +167€ +4,2%
Groen +248€ +6,3%
Les Engagés +26€ +0,7%
MR +232€ +5,9%
N-VA +29€ +0,7%
Open Vld +20€ +0,5%
PS +130€ +3,3%
PVDA-PTB - -
VB +252€ +6,4%
Vooruit +192€ +4,9%

-Geen maatregelen doorgerekend voor deze partij

Directe impact op de verdeling van het gemiddeld beschikbaar maandinkomen van de huishoudens ingedeeld naar gewest

Het hier gebruikte concept van beschikbaar inkomen bevat niet het inkomen uit vermogen

Gewest (aandeel in de populatie) Beschikbaar inkomen in het referentiescenario Verschil in beschikbaar inkomen ten opzichte van het referentiescenario
In euro In %
Brussel (10%) 3453€
cd&v +56€ +1,6%
DéFI +188€ +5,5%
Ecolo +226€ +6,5%
Groen +337€ +9,7%
Les Engagés +77€ +2,2%
MR +139€ +4,0%
N-VA -33€ -1,0%
Open Vld -53€ -1,5%
PS +112€ +3,2%
PVDA-PTB - -
VB +143€ +4,2%
Vooruit +151€ +4,4%
Vlaanderen (58%) 4156€
cd&v +149€ +3,6%
DéFI +258€ +6,2%
Ecolo +143€ +3,4%
Groen +230€ +5,5%
Les Engagés -11€ -0,3%
MR +260€ +6,3%
N-VA +54€ +1,3%
Open Vld +47€ +1,1%
PS +134€ +3,2%
PVDA-PTB - -
VB +290€ +7,0%
Vooruit +204€ +4,9%
Wallonië (32%) 3717€
cd&v +110€ +3,0%
DéFI +235€ +6,3%
Ecolo +191€ +5,1%
Groen +252€ +6,8%
Les Engagés +78€ +2,1%
MR +212€ +5,7%
N-VA +5€ +0,1%
Open Vld -7€ -0,2%
PS +127€ +3,4%
PVDA-PTB - -
VB +219€ +5,9%
Vooruit +183€ +4,9%
Alle huishoudens (100%) 3944€
cd&v +127€ +3,2%
DéFI +243€ +6,2%
Ecolo +167€ +4,2%
Groen +248€ +6,3%
Les Engagés +26€ +0,7%
MR +232€ +5,9%
N-VA +29€ +0,7%
Open Vld +20€ +0,5%
PS +130€ +3,3%
PVDA-PTB - -
VB +252€ +6,4%
Vooruit +192€ +4,9%

-Geen maatregelen doorgerekend voor deze partij

Bijkomende indicatoren

Risico op monetaire armoede
Referentiescenario 11,2%
cd&v 11,0%
DéFI 9,7%
Ecolo 7,9%
Groen 0,0%
Les Engagés 10,8%
MR 10,7%
N-VA 13,2%
Open Vld 12,4%
PS 10,5%
PVDA-PTB -
VB 10,4%
Vooruit 10,3%
Inkomenskwintielverhouding (S80/S20)
Referentiescenario 2,98
cd&v 3,11
DéFI 2,98
Ecolo 2,72
Groen 2,46
Les Engagés 2,95
MR 3,09
N-VA 3,22
Open Vld 3,22
PS 2,98
PVDA-PTB -
VB 3,13
Vooruit 3,02

-Geen maatregelen doorgerekend voor deze partij

Directe impact op de verdeling van het gemiddeld beschikbaar maandinkomen van de huishoudens ingedeeld naar equivalent beschikbaar inkomensdeciel

Het hier gebruikte concept van beschikbaar inkomen bevat niet het inkomen uit vermogen

Winnaars en verliezers in %

loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...

Directe impact op de verdeling van het gemiddeld beschikbaar maandinkomen van de huishoudens ingedeeld naar socio-economische positie

Het hier gebruikte concept van beschikbaar inkomen bevat niet het inkomen uit vermogen

Winnaars en verliezers in %

loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...

Directe impact op de verdeling van het gemiddeld beschikbaar maandinkomen van de huishoudens ingedeeld naar huishoudsamenstelling

Het hier gebruikte concept van beschikbaar inkomen bevat niet het inkomen uit vermogen

Winnaars en verliezers in %

loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...

Directe impact op de verdeling van het gemiddeld beschikbaar maandinkomen van de huishoudens ingedeeld naar gewest

Het hier gebruikte concept van beschikbaar inkomen bevat niet het inkomen uit vermogen

Winnaars en verliezers in %

loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...

Directe impact op de verdeling van het gemiddeld beschikbaar maandinkomen van de huishoudens ingedeeld naar equivalent beschikbaar inkomensdeciel

Het hier gebruikte concept van beschikbaar inkomen bevat niet het inkomen uit vermogen

Equivalent beschikbaar inkomensdeciel (aandeel in de populatie) Winnaars en verliezers in %
Winnaars Geen impact Verliezers
1ste deciel (10%)
cd&v 42,3% 46,3% 11,4%
DéFI 36,2% 63,6% 0,2%
Ecolo 67,1% 32,7% 0,2%
Groen 100,0% 0,0% 0,0%
Les Engagés 18,2% 77,5% 4,3%
MR 34,0% 58,4% 7,6%
N-VA 8,8% 32,1% 59,1%
Open Vld 15,0% 31,0% 54,0%
PS 24,8% 75,2% 0,0%
PVDA-PTB - - -
VB 35,0% 56,9% 8,0%
Vooruit 44,6% 54,2% 1,1%
2de deciel (10%)
cd&v 64,5% 27,2% 8,3%
DéFI 58,8% 41,1% 0,1%
Ecolo 63,3% 36,2% 0,5%
Groen 72,2% 27,7% 0,0%
Les Engagés 18,1% 78,6% 3,3%
MR 64,3% 29,4% 6,3%
N-VA 18,6% 31,5% 50,0%
Open Vld 21,5% 27,3% 51,2%
PS 26,9% 73,0% 0,0%
PVDA-PTB - - -
VB 61,3% 31,3% 7,4%
Vooruit 73,9% 25,4% 0,8%
3de deciel (10%)
cd&v 88,6% 6,9% 4,5%
DéFI 87,7% 12,2% 0,1%
Ecolo 48,5% 51,3% 0,2%
Groen 93,2% 6,7% 0,1%
Les Engagés 13,0% 84,0% 3,0%
MR 89,8% 7,2% 3,0%
N-VA 17,7% 51,1% 31,2%
Open Vld 18,8% 27,8% 53,4%
PS 24,5% 75,5% 0,0%
PVDA-PTB - - -
VB 85,1% 9,3% 5,6%
Vooruit 91,8% 7,5% 0,7%
4de deciel (10%)
cd&v 85,4% 5,8% 8,8%
DéFI 92,3% 7,6% 0,2%
Ecolo 56,4% 43,6% 0,1%
Groen 94,7% 5,1% 0,2%
Les Engagés 18,4% 77,3% 4,2%
MR 91,9% 5,5% 2,6%
N-VA 26,3% 33,6% 40,1%
Open Vld 25,7% 19,3% 54,9%
PS 37,7% 62,3% 0,0%
PVDA-PTB - - -
VB 89,5% 6,9% 3,6%
Vooruit 93,4% 6,0% 0,6%
5de deciel (10%)
cd&v 94,2% 2,4% 3,4%
DéFI 96,6% 3,2% 0,1%
Ecolo 62,4% 37,5% 0,2%
Groen 97,7% 2,0% 0,2%
Les Engagés 21,2% 72,7% 6,0%
MR 96,0% 2,3% 1,7%
N-VA 40,0% 28,2% 31,8%
Open Vld 39,7% 17,6% 42,7%
PS 46,8% 53,2% 0,0%
PVDA-PTB - - -
VB 94,3% 3,3% 2,5%
Vooruit 96,7% 2,7% 0,7%
6de deciel (10%)
cd&v 96,8% 1,4% 1,8%
DéFI 97,7% 2,1% 0,1%
Ecolo 66,9% 32,9% 0,2%
Groen 98,0% 1,4% 0,6%
Les Engagés 24,0% 68,3% 7,7%
MR 97,7% 1,4% 0,9%
N-VA 53,8% 18,6% 27,7%
Open Vld 59,6% 11,3% 29,0%
PS 58,5% 41,5% 0,0%
PVDA-PTB - - -
VB 96,7% 2,1% 1,2%
Vooruit 97,9% 1,6% 0,5%
7de deciel (10%)
cd&v 97,5% 0,7% 1,8%
DéFI 98,5% 1,0% 0,5%
Ecolo 64,8% 35,0% 0,2%
Groen 98,6% 0,6% 0,8%
Les Engagés 25,0% 65,9% 9,1%
MR 98,5% 0,6% 0,9%
N-VA 64,2% 10,3% 25,5%
Open Vld 76,4% 6,5% 17,1%
PS 68,8% 31,2% 0,0%
PVDA-PTB - - -
VB 97,9% 0,8% 1,3%
Vooruit 99,1% 0,7% 0,2%
8ste deciel (10%)
cd&v 98,4% 0,4% 1,2%
DéFI 98,5% 0,7% 0,8%
Ecolo 55,6% 44,2% 0,2%
Groen 98,6% 0,3% 1,1%
Les Engagés 23,9% 67,4% 8,6%
MR 99,0% 0,3% 0,7%
N-VA 73,0% 7,1% 19,9%
Open Vld 87,4% 4,2% 8,4%
PS 71,2% 28,8% 0,0%
PVDA-PTB - - -
VB 98,3% 0,5% 1,2%
Vooruit 99,5% 0,4% 0,1%
9de deciel (10%)
cd&v 98,6% 0,2% 1,2%
DéFI 98,1% 0,4% 1,5%
Ecolo 50,6% 49,1% 0,3%
Groen 98,2% 0,2% 1,6%
Les Engagés 17,9% 74,3% 7,8%
MR 99,2% 0,2% 0,6%
N-VA 77,8% 6,5% 15,6%
Open Vld 94,4% 1,1% 4,5%
PS 59,3% 40,6% 0,0%
PVDA-PTB - - -
VB 97,5% 0,3% 2,2%
Vooruit 99,7% 0,3% 0,0%
10de deciel (10%)
cd&v 98,3% 0,5% 1,2%
DéFI 91,1% 1,5% 7,5%
Ecolo 33,0% 66,6% 0,4%
Groen 95,2% 0,4% 4,3%
Les Engagés 12,2% 82,1% 5,7%
MR 98,6% 0,6% 0,8%
N-VA 79,8% 8,2% 12,0%
Open Vld 95,3% 1,1% 3,5%
PS 40,5% 59,5% 0,0%
PVDA-PTB - - -
VB 96,6% 0,5% 2,9%
Vooruit 99,3% 0,6% 0,1%
Alle huishoudens (100%)
cd&v 86,4% 9,2% 4,4%
DéFI 85,5% 13,4% 1,1%
Ecolo 56,9% 42,9% 0,2%
Groen 94,7% 4,4% 0,9%
Les Engagés 19,2% 74,8% 6,0%
MR 86,8% 10,7% 2,5%
N-VA 46,0% 22,7% 31,3%
Open Vld 53,4% 14,7% 31,9%
PS 45,9% 54,1% 0,0%
PVDA-PTB - - -
VB 85,1% 11,3% 3,6%
Vooruit 89,5% 10,0% 0,5%

-Geen maatregelen doorgerekend voor deze partij

Directe impact op de verdeling van het gemiddeld beschikbaar maandinkomen van de huishoudens ingedeeld naar socio-economische positie

Het hier gebruikte concept van beschikbaar inkomen bevat niet het inkomen uit vermogen

Socio-economische positie van het individu met het hoogste bruto-inkomen in het huishouden (aandeel in de populatie) Winnaars en verliezers in %
Winnaars Geen impact Verliezers
Loon- of weddetrekkend (49%)
cd&v 95,8% 1,3% 2,9%
DéFI 92,6% 6,5% 0,9%
Ecolo 68,4% 31,4% 0,2%
Groen 99,3% 0,1% 0,6%
Les Engagés 31,6% 58,6% 9,8%
MR 94,8% 3,1% 2,1%
N-VA 72,7% 10,7% 16,6%
Open Vld 78,3% 11,2% 10,5%
PS 81,1% 18,9% 0,0%
PVDA-PTB - - -
VB 93,1% 4,8% 2,2%
Vooruit 98,2% 1,3% 0,5%
Zelfstandige (8%)
cd&v 87,7% 10,7% 1,6%
DéFI 77,9% 15,3% 6,8%
Ecolo 33,5% 65,9% 0,6%
Groen 98,0% 0,2% 1,7%
Les Engagés 10,8% 79,5% 9,7%
MR 88,4% 10,8% 0,8%
N-VA 69,5% 8,0% 22,6%
Open Vld 66,5% 28,5% 5,1%
PS 26,6% 73,3% 0,0%
PVDA-PTB - - -
VB 87,7% 11,4% 0,8%
Vooruit 88,2% 10,7% 1,2%
Gepensioneerd (30%)
cd&v 87,9% 9,3% 2,9%
DéFI 90,6% 9,2% 0,1%
Ecolo 34,3% 65,6% 0,1%
Groen 93,0% 5,5% 1,5%
Les Engagés 2,8% 97,0% 0,2%
MR 90,8% 8,9% 0,3%
N-VA 10,3% 51,0% 38,7%
Open Vld 28,9% 15,7% 55,4%
PS 5,5% 94,5% 0,0%
PVDA-PTB - - -
VB 89,5% 6,8% 3,7%
Vooruit 90,6% 9,2% 0,2%
RVA-uitkeringsgerechtigd (4%)
cd&v 35,0% 26,2% 38,8%
DéFI 46,0% 54,0% 0,0%
Ecolo 91,3% 8,6% 0,1%
Groen 86,9% 13,0% 0,1%
Les Engagés 22,8% 72,8% 4,4%
MR 37,3% 32,3% 30,4%
N-VA 5,5% 3,7% 90,9%
Open Vld 5,0% 11,5% 83,4%
PS 28,1% 71,9% 0,0%
PVDA-PTB - - -
VB 32,9% 36,5% 30,6%
Vooruit 53,9% 45,3% 0,8%
ZIV-uitkeringsgerechtigd (6%)
cd&v 75,5% 20,9% 3,6%
DéFI 78,9% 20,7% 0,4%
Ecolo 66,5% 32,2% 1,3%
Groen 82,6% 17,3% 0,1%
Les Engagés 11,1% 86,1% 2,8%
MR 78,2% 20,0% 1,8%
N-VA 25,2% 15,7% 59,1%
Open Vld 16,0% 23,6% 60,5%
PS 20,1% 79,9% 0,0%
PVDA-PTB - - -
VB 74,5% 23,6% 1,8%
Vooruit 85,0% 14,2% 0,8%
Leefloon of financiële hulp (3%)
cd&v 22,0% 70,2% 7,9%
DéFI 24,1% 75,7% 0,2%
Ecolo 100,0% 0,0% 0,0%
Groen 64,6% 35,2% 0,2%
Les Engagés 16,7% 82,2% 1,0%
MR 13,7% 85,2% 1,1%
N-VA 6,5% 2,9% 90,7%
Open Vld 3,6% 3,0% 93,4%
PS 10,9% 89,1% 0,0%
PVDA-PTB - - -
VB 13,5% 85,0% 1,4%
Vooruit 17,1% 82,7% 0,2%
Overige socio-economische positie (1%)
cd&v 37,9% 59,8% 2,3%
DéFI 26,5% 66,0% 7,5%
Ecolo 23,7% 75,7% 0,6%
Groen 97,0% 2,7% 0,3%
Les Engagés 13,0% 84,1% 2,9%
MR 39,4% 59,6% 0,9%
N-VA 33,2% 57,8% 9,1%
Open Vld 29,1% 63,3% 7,7%
PS 21,5% 78,5% 0,0%
PVDA-PTB - - -
VB 37,1% 61,9% 1,0%
Vooruit 36,5% 62,6% 1,0%
Alle huishoudens (100%)
cd&v 86,4% 9,2% 4,4%
DéFI 85,5% 13,4% 1,1%
Ecolo 56,9% 42,9% 0,2%
Groen 94,7% 4,4% 0,9%
Les Engagés 19,2% 74,8% 6,0%
MR 86,8% 10,7% 2,5%
N-VA 46,0% 22,7% 31,3%
Open Vld 53,4% 14,7% 31,9%
PS 45,9% 54,1% 0,0%
PVDA-PTB - - -
VB 85,1% 11,3% 3,6%
Vooruit 89,5% 10,0% 0,5%

-Geen maatregelen doorgerekend voor deze partij

Directe impact op de verdeling van het gemiddeld beschikbaar maandinkomen van de huishoudens ingedeeld naar huishoudsamenstelling

Het hier gebruikte concept van beschikbaar inkomen bevat niet het inkomen uit vermogen

Huishoudsamenstelling (aandeel in de populatie) Winnaars en verliezers in %
Winnaars Geen impact Verliezers
Alleenwonende man (16%)
cd&v 78,7% 15,6% 5,6%
DéFI 76,1% 23,2% 0,6%
Ecolo 49,0% 50,9% 0,1%
Groen 91,5% 7,4% 1,1%
Les Engagés 14,5% 85,5% 0,0%
MR 79,6% 17,3% 3,2%
N-VA 40,0% 28,6% 31,4%
Open Vld 45,2% 17,1% 37,7%
PS 34,2% 65,8% 0,0%
PVDA-PTB - - -
VB 79,7% 16,2% 4,1%
Vooruit 82,9% 16,9% 0,1%
Alleenwonende vrouw (19%)
cd&v 79,0% 16,5% 4,5%
DéFI 78,5% 21,1% 0,4%
Ecolo 41,8% 58,1% 0,1%
Groen 89,6% 9,8% 0,5%
Les Engagés 9,3% 90,7% 0,0%
MR 81,3% 17,4% 1,3%
N-VA 23,3% 42,7% 34,0%
Open Vld 33,8% 24,3% 41,9%
PS 21,8% 78,2% 0,0%
PVDA-PTB - - -
VB 79,7% 17,0% 3,3%
Vooruit 84,0% 15,9% 0,1%
Alleenstaande man met kind(eren) (2%)
cd&v 86,9% 7,9% 5,2%
DéFI 88,4% 11,0% 0,6%
Ecolo 69,1% 30,6% 0,3%
Groen 96,0% 3,4% 0,7%
Les Engagés 30,1% 62,6% 7,3%
MR 85,5% 9,3% 5,2%
N-VA 57,1% 10,2% 32,7%
Open Vld 62,9% 12,6% 24,6%
PS 62,5% 37,5% 0,0%
PVDA-PTB - - -
VB 84,6% 10,0% 5,4%
Vooruit 91,6% 8,2% 0,2%
Alleenstaande vrouw met kind(eren) (8%)
cd&v 78,9% 13,5% 7,6%
DéFI 78,7% 21,0% 0,4%
Ecolo 74,4% 25,2% 0,4%
Groen 92,5% 7,3% 0,2%
Les Engagés 32,4% 62,7% 4,9%
MR 73,6% 19,3% 7,1%
N-VA 41,3% 11,8% 46,9%
Open Vld 46,6% 17,0% 36,4%
PS 57,6% 42,4% 0,0%
PVDA-PTB - - -
VB 72,5% 20,4% 7,2%
Vooruit 83,8% 15,8% 0,3%
Koppel zonder kinderen (26%)
cd&v 93,1% 4,4% 2,5%
DéFI 92,7% 5,2% 2,1%
Ecolo 51,6% 48,0% 0,3%
Groen 96,5% 1,8% 1,6%
Les Engagés 13,4% 86,4% 0,1%
MR 94,2% 4,9% 0,8%
N-VA 39,2% 27,8% 33,0%
Open Vld 52,6% 10,1% 37,3%
PS 36,0% 64,0% 0,0%
PVDA-PTB - - -
VB 93,4% 4,0% 2,6%
Vooruit 95,0% 4,8% 0,2%
Koppel met kind(eren) (27%)
cd&v 91,6% 4,0% 4,3%
DéFI 90,5% 8,4% 1,2%
Ecolo 69,6% 30,1% 0,3%
Groen 99,0% 0,5% 0,5%
Les Engagés 28,7% 51,6% 19,6%
MR 91,6% 5,4% 3,0%
N-VA 71,8% 5,4% 22,8%
Open Vld 73,7% 10,8% 15,6%
PS 73,1% 26,9% 0,0%
PVDA-PTB - - -
VB 87,8% 9,0% 3,2%
Vooruit 93,2% 5,5% 1,3%
Ander type huishouden (2%)
cd&v 89,9% 5,8% 4,3%
DéFI 91,6% 7,7% 0,7%
Ecolo 77,0% 22,8% 0,2%
Groen 96,5% 2,5% 0,9%
Les Engagés 32,8% 59,2% 7,9%
MR 89,9% 7,1% 3,0%
N-VA 54,5% 9,9% 35,6%
Open Vld 59,5% 12,4% 28,1%
PS 67,7% 32,3% 0,0%
PVDA-PTB - - -
VB 88,5% 7,6% 3,9%
Vooruit 92,6% 6,8% 0,6%
Alle huishoudens (100%)
cd&v 86,4% 9,2% 4,4%
DéFI 85,5% 13,4% 1,1%
Ecolo 56,9% 42,9% 0,2%
Groen 94,7% 4,4% 0,9%
Les Engagés 19,2% 74,8% 6,0%
MR 86,8% 10,7% 2,5%
N-VA 46,0% 22,7% 31,3%
Open Vld 53,4% 14,7% 31,9%
PS 45,9% 54,1% 0,0%
PVDA-PTB - - -
VB 85,1% 11,3% 3,6%
Vooruit 89,5% 10,0% 0,5%

-Geen maatregelen doorgerekend voor deze partij

Directe impact op de verdeling van het gemiddeld beschikbaar maandinkomen van de huishoudens ingedeeld naar gewest

Het hier gebruikte concept van beschikbaar inkomen bevat niet het inkomen uit vermogen

Gewest (aandeel in de populatie) Winnaars en verliezers in %
Winnaars Geen impact Verliezers
Brussel (10%)
cd&v 75,3% 16,5% 8,2%
DéFI 73,1% 25,6% 1,3%
Ecolo 61,4% 38,5% 0,2%
Groen 91,8% 7,4% 0,8%
Les Engagés 46,3% 51,3% 2,4%
MR 74,1% 19,8% 6,0%
N-VA 41,2% 20,4% 38,4%
Open Vld 35,2% 26,5% 38,3%
PS 44,6% 55,4% 0,0%
PVDA-PTB - - -
VB 70,7% 22,2% 7,1%
Vooruit 80,1% 19,4% 0,5%
Vlaanderen (58%)
cd&v 90,3% 6,2% 3,4%
DéFI 89,5% 9,4% 1,2%
Ecolo 54,8% 45,0% 0,3%
Groen 96,5% 2,6% 0,8%
Les Engagés 0,7% 90,4% 8,9%
MR 91,3% 7,2% 1,5%
N-VA 49,9% 23,3% 26,8%
Open Vld 62,9% 9,6% 27,5%
PS 46,6% 53,3% 0,0%
PVDA-PTB - - -
VB 90,1% 7,5% 2,4%
Vooruit 92,7% 6,8% 0,5%
Wallonië (32%)
cd&v 82,8% 12,3% 4,9%
DéFI 82,3% 16,8% 0,9%
Ecolo 59,2% 40,5% 0,2%
Groen 92,4% 6,5% 1,0%
Les Engagés 44,0% 54,1% 1,8%
MR 82,7% 14,0% 3,3%
N-VA 40,3% 22,4% 37,3%
Open Vld 42,0% 20,3% 37,7%
PS 45,0% 55,0% 0,0%
PVDA-PTB - - -
VB 80,7% 14,7% 4,6%
Vooruit 86,7% 12,9% 0,4%
Alle huishoudens (100%)
cd&v 86,4% 9,2% 4,4%
DéFI 85,5% 13,4% 1,1%
Ecolo 56,9% 42,9% 0,2%
Groen 94,7% 4,4% 0,9%
Les Engagés 19,2% 74,8% 6,0%
MR 86,8% 10,7% 2,5%
N-VA 46,0% 22,7% 31,3%
Open Vld 53,4% 14,7% 31,9%
PS 45,9% 54,1% 0,0%
PVDA-PTB - - -
VB 85,1% 11,3% 3,6%
Vooruit 89,5% 10,0% 0,5%

-Geen maatregelen doorgerekend voor deze partij

Maatregelen waarvan de impact in aanmerking wordt genomen in de resultaten van het model – voorstelling voor de geselecteerde partijen

cd&v
102 Lastenverlaging op arbeid - luik sociale werkbonus
103 Lastenverlaging op arbeid - luik uitdoving bijzondere bijdrage sociale zekerheid
104 Lastenverlaging op arbeid - luik hervorming belastingschijven
201 Beperking langdurige werkloosheidsuitkering
DéFI
101 Augmenter la progressivité de l'impôt en modifiant les tranches d'imposition
103 Augmenter la majoration de la quotité exemptée d'impôt pour chaque enfant à charge de 2 500 euros
104 Supprimer progressivement par année le quotient conjugal
301 Supprimer le statut du cohabitant
Ecolo
101 Augmentation des bas et moyens salaires jusqu’à 350 euros nets
202 Augmentation du salaire minimum fixé à 60% du salaire médian
203 Augmentation du salaire minimum fixé à 60% du salaire médian : volet bonus à l'emploi
301 Individualisation des droits sociaux via la suppression du statut de cohabitant
302 Augmentation des allocations sociales à 110% du seuil de pauvreté
Groen
101 Welvaartsgarantie - een bescherming tegen armoede en een bonus voor werkenden
102 Lastenverlaging op arbeid - luik hogere en bredere sociale werkbonus
103 Lastenverlaging op arbeid - luik afschaffing bijzondere bijdrage sociale zekerheid (bbsz)
104 Lastenverlaging op arbeid - luik verhoging belastingvrije som
110 Aanpassing fiscale en parafiscale behandeling van componenten van alternatieve verloning: deel personenbelasting
201 Hogere minimumlonen
301 Meer solidariteit tussen de allerhoogste en lagere pensioenen
Les Engagés
101 Bonus bosseur : instauration d’un ‘bonus bosseur’ en Wallonie et à Bruxelles
301 Individualisation des droits sociaux
302 Allocations familiales à 300 euros : Réforme de l’exonération fiscale pour les enfants à charge
303 Allocations familiales à 300 euros - Wallonie
304 Allocations familiales à 300 euros - Bruxelles
MR
101 Rehausser la quotité exemptée d’impôt au niveau du revenu d’intégration sociale (RIS)
102 Une augmentation des salaires nets grâce à la suppression de la cotisation spéciale de sécurité sociale
201 Des allocations de chômage limitées à deux ans
204 Bonus d’activité pour tous les travailleurs qui gagnent moins de 4.500 € brut par mois
301 La revalorisation des pensions des indépendants
N-VA
101 We vergroten het verschil werken en niet-werken door de belasting op arbeid te verlagen
102 De aftrek voor kinderopvang gaat naar 100%
104 We ondersteunen zelfstandigen met een ondernemersaftrek en een hogere investeringsaftrek
105 We schrappen belastingaftrekken voor niet-actieven
201 We schaffen de inschakelingsuitkeringen geleidelijk af
202 We schaffen het Stelsel van Werkloosheid met Bedrijfstoeslag (SWT) geleidelijk af
203 We beperken de werkloosheidsuitkering in de tijd
301 We voorzien een bijdrage van de allerhoogste pensioenen
302 We schrappen de pensioenbonus
303 We besteden alleen het gedeelte van pensioenen uit de welvaartsenveloppe
304 We hervormen het leefloon zodat de kloof tussen werken en niet-werken groter wordt
Open Vld
101 Werken meer laten lonen door de afschaffing van de 45%-schijf.
102 Werken meer laten lonen door de verbreding en verdieping van de Vlaamse jobbonus.
201 Het verschil tussen werken en niet-werken vergroten. Werken stimuleren door de werkloosheid in de tijd te beperken tot 2 jaar
202 Mensen aanmoedigen om zo snel mogelijk weer aan de slag te gaan door de degressiviteit van de werkloosheidsuitkering te versterken.
209 De welvaartsenveloppe wordt hervormd om er voor te zorgen dat werken of gewerkt hebben altijd meer loont dan niet werken of niet-gewerkt hebben.
210 Geen nieuwe instroom meer voor SWT
301 De perequatie van de ambtenarenpensioenen wordt afgeschaft.
PS
201 Augmenter les bas et moyens salaires via un crédit d'impôt
VB
101 Koopkracht versterken door de verhoging van de belastingvrije som tot 13000 euro
102 Koopkracht versterken door de verlaging van de belastingschijf van 40% naar 30%
103 Koopkracht versterken door de verlaging van de belastingschijf van 45% naar 40%.
104 Koopkracht versterken door de verhoging van de ondergrens van de belastingschijf van 50%
201 Werken aanmoedigen door de sociale beperking van de werkloosheidsuitkering tot 2 jaar.
202 Werken aanmoedigen door de verhoging van het minimumloon met 5%
203 Gezinnen steunen door de invoering van een deeltijds opvoedersinkomen voor de ouder die kiest om deeltijds te werken en deeltijds voor de kinderen te zorgen.
301 Pensioenen versterken door de correcte indexering van het minimumpensioen.
303 Eerlijke pensioenen door de verlaging van het maximumpensioen.
304 Gezinnen steunen door het herstel van de automatische indexering van het Groeipakket (kinderbijslag)
Vooruit
101 Lagere belasting op werk: verhoging belastingvrije som
102 Lagere belasting op werk: versterking werkbonus
201 Verhoging minimumloon naar 2.500 euro tegen 2029
710 Hervorming groeipakket - shift naar diensten

Over wat gaat het? 

Het betreft de rechtstreekse impact van de maatregelen op de verdeling van het beschikbaar inkomen van de huishoudens in nominale termen. De impact wordt uitgedrukt in termen van het verschil in gemiddeld beschikbaar maandinkomen – in euro of procent – ten opzichte van het referentiescenario. Het referentiescenario verwijst naar de socio-economische situatie vóór de invoering van de maatregelen. Ook wordt een beeld gegeven van het procentuele aandeel van de huishoudens die hun beschikbaar inkomen zien toenemen of afnemen als gevolg van de maatregelen.

De resultaten worden verkregen aan de hand van het EXPEDITION-model en worden voorgesteld volgens inkomensdecielen, de socio-economische positie van het gezin, de samenstelling van het gezin of het gewest waarin ze wonen. Daarnaast worden twee bijkomende indicatoren gerapporteerd: enerzijds het risico op monetaire armoede, anderzijds de inkomenskwintielverhouding. Meer informatie over het EXPEDITION-model is beschikbaar in de betreffende Working Paper.

Metadata

Beschikbaar inkomen: De inkomsten waarover een huishouden beschikt tijdens een maand om hetzij te consumeren, hetzij te sparen. Om dit inkomen te berekenen worden eerst eventueel ontvangen bruto- inkomens uit tewerkstelling, en de ontvangen bruto socialezekerheidsuitkeringen (zoals pensioenen, werkloosheidsuitkeringen, ziekte- en invaliditeitsuitkeringen en bijstandsuitkeringen) en gezinsbijslagen van alle huishoudleden opgeteld. Na aftrek van de socialezekerheidsbijdragen en de finaal verschuldigde personenbelasting bekomt men het beschikbaar inkomen. De doorrekening maakt gebruik van administratieve gegevens. Inkomenscomponenten die niet opgenomen zijn in de gebruikte administratieve bronnen worden niet toegevoegd. Onder andere het inkomen uit vermogen maakt daardoor geen deel uit van het hier gebruikte concept. Dit inkomensconcept is ook te onderscheiden van het vermogen van het huishouden. Maatregelen die specifiek focussen op de belasting van het vermogen werden dus niet met dit model doorgerekend en de effecten ervan zitten dan ook niet in de getoonde output. De inkomens die in de tabellen vermeld staan, tonen het gemiddelde beschikbare inkomen van private huishoudens.

Equivalent beschikbaar inkomen: Het equivalent beschikbaar inkomen is het beschikbaar inkomen van een huishouden gedeeld door de waarde van zijn equivalentieschaal. De equivalentieschaal is een factor die de schaalvoordelen met betrekking tot het beheer van een gemeenschappelijk huishouden uitdrukt, alsook de - verondersteld - minder grote behoeften van kinderen ten opzichte van die van volwassenen. De gebruikte equivalentieschaal is de gewijzigde OESO-equivalentieschaal, waarbij aan elk lid van het huishouden een gewicht wordt toegekend: 1 voor het eerste lid, 0,5 voor elk ander lid vanaf 14 jaar en 0,3 voor elk lid jonger dan 14 jaar. Door het beschikbaar inkomen te delen door de waarde van de equivalentieschaal, wordt het nominaal inkomen herleid tot het welvaartsniveau van een alleenstaand huishouden. Op die manier worden de inkomens van huishoudens van verschillende grootte en samenstelling onderling vergelijkbaar gemaakt. Dat inkomensconcept wordt ook het gestandaardiseerd inkomen genoemd. Schaalvoordelen zijn kostenvoordelen die ontstaan doordat meerdere personen binnen eenzelfde huishouden leven. Ze kunnen in bepaalde mate een aantal gemeenschappelijke kosten delen, zoals de kosten voor verwarming, wagen of verlichting.

Equivalent beschikbaar inkomensdeciel: De private huishoudens zijn hier verdeeld in tien klassen van dezelfde omvang naargelang van hun equivalent beschikbaar inkomen (van laag naar hoog). Elke klasse vertegenwoordigt 10% van de huishoudens en wordt ‘deciel’ genoemd. Het eerste deciel omvat de 10% huishoudens met de laagste inkomens, terwijl het tiende deciel de 10% huishoudens omvat met de hoogste inkomens.

Referentiescenario: De socio-economische situatie vóór de invoering van de voorgestelde maatregelen. De berekeningsregels van de uitkeringen, bijdragen en inhoudingen op de personenbelasting die van kracht zijn op 1 januari 2024 worden toegepast om de inkomens van de leden van een privaat huishouden te bepalen. Een privaat huishouden omvat de individuen die een verblijfplaats delen en die gezamenlijk beslissen over het overgrote deel van hun uitgaven. In deze oefening stemt dat concept overeen met het begrip ‘privaat huishouden’ in de administratieve gegevens. Private huishoudens zijn huishoudens die hetzelfde adres delen en niet als collectief geklasseerd worden. Collectieve huishoudens zijn religieuze gemeenschappen, rust- en verzorgingshuizen, weeshuizen, studenten- of arbeidershomes, ziekenhuizen of verplegingsinrichtingen, en gevangenissen. De leden van een privaat huishouden zijn niet noodzakelijk aan elkaar verwant. Een privaat huishouden kan bestaan uit verschillende gezinskernen en meer dan één fiscaal gezin omvatten.

Winnaars en verliezers: Procentueel aandeel van de huishoudens die hun beschikbaar inkomen met minstens vijf euro per maand zien toenemen (winnaars) of afnemen (verliezers) als gevolg van de voorgestelde maatregelen.

Metadata

Beschikbaar inkomen: De inkomsten waarover een huishouden beschikt tijdens een maand om hetzij te consumeren, hetzij te sparen. Om dit inkomen te berekenen worden eerst eventueel ontvangen bruto- inkomens uit tewerkstelling, en de ontvangen bruto socialezekerheidsuitkeringen (zoals pensioenen, werkloosheidsuitkeringen, ziekte- en invaliditeitsuitkeringen en bijstandsuitkeringen) en gezinsbijslagen van alle huishoudleden opgeteld. Na aftrek van de socialezekerheidsbijdragen en de finaal verschuldigde personenbelasting bekomt men het beschikbaar inkomen. De doorrekening maakt gebruik van administratieve gegevens. Inkomenscomponenten die niet opgenomen zijn in de gebruikte administratieve bronnen worden niet toegevoegd. Onder andere het inkomen uit vermogen maakt daardoor geen deel uit van het hier gebruikte concept. Dit inkomensconcept is ook te onderscheiden van het vermogen van het huishouden. Maatregelen die specifiek focussen op de belasting van het vermogen werden dus niet met dit model doorgerekend en de effecten ervan zitten dan ook niet in de getoonde output. De inkomens die in de tabellen vermeld staan, tonen het gemiddelde beschikbare inkomen van private huishoudens.

Referentiescenario: De socio-economische situatie vóór de invoering van de voorgestelde maatregelen. De berekeningsregels van de uitkeringen, bijdragen en inhoudingen op de personenbelasting die van kracht zijn op 1 januari 2024 worden toegepast om de inkomens van de leden van een privaat huishouden te bepalen. Een privaat huishouden omvat de individuen die een verblijfplaats delen en die gezamenlijk beslissen over het overgrote deel van hun uitgaven. In deze oefening stemt dat concept overeen met het begrip ‘privaat huishouden’ in de administratieve gegevens. Private huishoudens zijn huishoudens die hetzelfde adres delen en niet als collectief geklasseerd worden. Collectieve huishoudens zijn religieuze gemeenschappen, rust- en verzorgingshuizen, weeshuizen, studenten- of arbeidershomes, ziekenhuizen of verplegingsinrichtingen, en gevangenissen. De leden van een privaat huishouden zijn niet noodzakelijk aan elkaar verwant. Een privaat huishouden kan bestaan uit verschillende gezinskernen en meer dan één fiscaal gezin omvatten.

Winnaars en verliezers: Procentueel aandeel van de huishoudens die hun beschikbaar inkomen met minstens vijf euro per maand zien toenemen (winnaars) of afnemen (verliezers) als gevolg van de voorgestelde maatregelen.

Socio-economische positie: De socio-economische positie wordt bepaald aan de hand van de inkomensbron van het hoogste bruto-inkomen binnen het huishouden en is een indicator van de socio-economische positie van het huishouden in zijn geheel.

Loon- of weddetrekkend: De persoon is tewerkgesteld als loon- of weddetrekkende in de private of de publieke sector.

Zelfstandige: De persoon betaalt bijdragen als zelfstandige.

Gepensioneerd: De persoon ontvangt een rust- of overlevingspensioen in het stelsel van de werknemers, zelfstandigen of ambtenaren. Gerechtigden met een uitkering in het stelsel van de werkloosheidsuitkeringen met bedrijfstoeslag, het vroegere brugpensioen, zitten niet in deze groep maar bij de RVA-uitkeringsgerechtigden.

RVA-uitkeringsgerechtigd: De persoon ontvangt een werkloosheidsuitkering, een uitkering in het stelsel met bedrijfstoeslag, een uitkering tijdens een periode van tijdskrediet of loopbaanonderbreking of een activeringsuitkering ten laste van de RVA.

ZIV-uitkeringsgerechtigd: De persoon ontvangt een uitkering tijdens een periode van primaire arbeidsongeschiktheid of van invaliditeit in hetzij het stelsel van de werknemers of dat van de zelfstandigen. Vergoedingen in geval van ziekte tijdens een periode met gewaarborgd loon, zijn hier niet opgenomen. Ook uitkeringen in geval van een arbeidsongeval of een beroepsziekte maken geen deel uit van deze inkomensnotie. De gerechtigden met een uitkering voor een arbeidsongeval of een beroepsziekte zijn opgenomen in de rubriek “andere” inkomsten.

Leefloon of financiële hulp : De persoon ontvangt een uitkering die wordt onderworpen aan een bestaansmiddelenonderzoek, ongeacht of die persoon een handicap heeft of niet. Volgende uitkeringen worden gesimuleerd: het leefloon en het equivalent leefloon, de inkomensvervangende tegemoetkoming (IVT), de integratietegemoetkoming (IT), de inkomensgarantie voor ouderen (IGO) en de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden (THAB). Voor de THAB worden voor de drie gewesten de rekenregels toegepast volgens de vroegere federale regeling, uitgedrukt in prijzen van 1 januari 2024.

Overige socio-economische positie: De persoon ontvangt niet elders geklasseerde uitkeringen of inkomsten die deel uitmaken van de beschikbare inkomensbronnen. Het gaat hier om gezinsbijslagen en uitkeringen wegens een arbeidsongeval of een beroepsziekte.

Metadata

Beschikbaar inkomen: De inkomsten waarover een huishouden beschikt tijdens een maand om hetzij te consumeren, hetzij te sparen. Om dit inkomen te berekenen worden eerst eventueel ontvangen bruto- inkomens uit tewerkstelling, en de ontvangen bruto socialezekerheidsuitkeringen (zoals pensioenen, werkloosheidsuitkeringen, ziekte- en invaliditeitsuitkeringen en bijstandsuitkeringen) en gezinsbijslagen van alle huishoudleden opgeteld. Na aftrek van de socialezekerheidsbijdragen en de finaal verschuldigde personenbelasting bekomt men het beschikbaar inkomen. De doorrekening maakt gebruik van administratieve gegevens. Inkomenscomponenten die niet opgenomen zijn in de gebruikte administratieve bronnen worden niet toegevoegd. Onder andere het inkomen uit vermogen maakt daardoor geen deel uit van het hier gebruikte concept. Dit inkomensconcept is ook te onderscheiden van het vermogen van het huishouden. Maatregelen die specifiek focussen op de belasting van het vermogen werden dus niet met dit model doorgerekend en de effecten ervan zitten dan ook niet in de getoonde output. De inkomens die in de tabellen vermeld staan, tonen het gemiddelde beschikbare inkomen van private huishoudens.

Referentiescenario: De socio-economische situatie vóór de invoering van de voorgestelde maatregelen. De berekeningsregels van de uitkeringen, bijdragen en inhoudingen op de personenbelasting die van kracht zijn op 1 januari 2024 worden toegepast om de inkomens van de leden van een privaat huishouden te bepalen. Een privaat huishouden omvat de individuen die een verblijfplaats delen en die gezamenlijk beslissen over het overgrote deel van hun uitgaven. In deze oefening stemt dat concept overeen met het begrip ‘privaat huishouden’ in de administratieve gegevens. Private huishoudens zijn huishoudens die hetzelfde adres delen en niet als collectief geklasseerd worden. Collectieve huishoudens zijn religieuze gemeenschappen, rust- en verzorgingshuizen, weeshuizen, studenten- of arbeidershomes, ziekenhuizen of verplegingsinrichtingen, en gevangenissen. De leden van een privaat huishouden zijn niet noodzakelijk aan elkaar verwant. Een privaat huishouden kan bestaan uit verschillende gezinskernen en meer dan één fiscaal gezin omvatten.

Winnaars en verliezers: Procentueel aandeel van de huishoudens die hun beschikbaar inkomen met minstens vijf euro per maand zien toenemen (winnaars) of afnemen (verliezers) als gevolg van de voorgestelde maatregelen.

Huishoudsamenstelling: Huishoudens worden ingedeeld op basis van de relaties tussen de verschillende huishoudleden. De indeling die hier gebruikt wordt is gebaseerd op de LIPRO-typologie van de huishoudens (LIfestyle PROjections, ontwikkeld door het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut).

Alleenwonende man : Huishoudens samengesteld uit een alleenwonende man.

Alleenwonende vrouw: Huishoudens samengesteld uit een alleenwonende vrouw.

Alleenstaande man met kind(eren): De referentiepersoon van het huishouden is een ongehuwde niet-samenwonende man met één of meerdere kinderen. De referentiepersoon van het huishouden is het huishoudlid dat gewoonlijk met de administratie in contact staat voor de aangelegenheden die het huishouden betreffen. De kinderen zijn de personen die met de referentiepersoon de relatie ‘kind’ of ‘stiefkind’ hebben, ongeacht de leeftijd. De personen die niet verwant zijn aan de referentiepersoon, en jonger dan 18 zijn, worden als kind aangemerkt.

Alleenstaande vrouw met kind(eren): De referentiepersoon van het huishouden is een ongehuwde niet-samenwonende vrouw met één of meerdere kinderen. De referentiepersoon van het huishouden is het huishoudlid dat gewoonlijk met de administratie in contact staat voor de aangelegenheden die het huishouden betreffen. De kinderen zijn de personen die met de referentiepersoon de relatie ‘kind’ of ‘stiefkind’ hebben, ongeacht de leeftijd. De personen die niet verwant zijn aan de referentiepersoon, en jonger dan 18 zijn, worden als kind aangemerkt.

Koppel zonder kinderen: Huishoudens samengesteld uit twee gehuwde of samenwonende personen zonder bloedverwantschap, van verschillend geslacht en ouder dan 18 jaar.

Koppel met kind(eren): Huishoudens samengesteld uit twee gehuwde of samenwonende personen zonder bloedverwantschap, van verschillend geslacht en ouder dan 18 jaar, met één of meerdere kinderen. De referentiepersoon van het huishouden is het huishoudlid dat gewoonlijk met de administratie in contact staat voor de aangelegenheden die het huishouden betreffen. De kinderen zijn de personen die met de referentiepersoon de relatie ‘kind’ of ‘stiefkind’ hebben, ongeacht de leeftijd. In geval van gehuwde ouders worden daarnaast personen die niet verwant zijn aan de referentiepersoon, en jonger dan 18 zijn, als kind aangemerkt. In geval van samenwonende ouders worden daarnaast personen die niet verwant zijn aan de referentiepersoon, en minstens 15 jaar jonger zijn dan de partner van de referentiepersoon, als kind aangemerkt.

Ander type huishouden: Alles huishoudenstypes die niet in een overige categorie zijn ondergebracht.

Metadata

Beschikbaar inkomen: De inkomsten waarover een huishouden beschikt tijdens een maand om hetzij te consumeren, hetzij te sparen. Om dit inkomen te berekenen worden eerst eventueel ontvangen bruto- inkomens uit tewerkstelling, en de ontvangen bruto socialezekerheidsuitkeringen (zoals pensioenen, werkloosheidsuitkeringen, ziekte- en invaliditeitsuitkeringen en bijstandsuitkeringen) en gezinsbijslagen van alle huishoudleden opgeteld. Na aftrek van de socialezekerheidsbijdragen en de finaal verschuldigde personenbelasting bekomt men het beschikbaar inkomen. De doorrekening maakt gebruik van administratieve gegevens. Inkomenscomponenten die niet opgenomen zijn in de gebruikte administratieve bronnen worden niet toegevoegd. Onder andere het inkomen uit vermogen maakt daardoor geen deel uit van het hier gebruikte concept. Dit inkomensconcept is ook te onderscheiden van het vermogen van het huishouden. Maatregelen die specifiek focussen op de belasting van het vermogen werden dus niet met dit model doorgerekend en de effecten ervan zitten dan ook niet in de getoonde output. De inkomens die in de tabellen vermeld staan, tonen het gemiddelde beschikbare inkomen van private huishoudens.

Referentiescenario: De socio-economische situatie vóór de invoering van de voorgestelde maatregelen. De berekeningsregels van de uitkeringen, bijdragen en inhoudingen op de personenbelasting die van kracht zijn op 1 januari 2024 worden toegepast om de inkomens van de leden van een privaat huishouden te bepalen. Een privaat huishouden omvat de individuen die een verblijfplaats delen en die gezamenlijk beslissen over het overgrote deel van hun uitgaven. In deze oefening stemt dat concept overeen met het begrip ‘privaat huishouden’ in de administratieve gegevens. Private huishoudens zijn huishoudens die hetzelfde adres delen en niet als collectief geklasseerd worden. Collectieve huishoudens zijn religieuze gemeenschappen, rust- en verzorgingshuizen, weeshuizen, studenten- of arbeidershomes, ziekenhuizen of verplegingsinrichtingen, en gevangenissen. De leden van een privaat huishouden zijn niet noodzakelijk aan elkaar verwant. Een privaat huishouden kan bestaan uit verschillende gezinskernen en meer dan één fiscaal gezin omvatten.

Winnaars en verliezers: Procentueel aandeel van de huishoudens die hun beschikbaar inkomen met minstens vijf euro per maand zien toenemen (winnaars) of afnemen (verliezers) als gevolg van de voorgestelde maatregelen.

Gewest: Huishoudens worden ingedeeld op basis van het Gewest waar zij hun hoofdverblijfplaats hebben.

Metadata

Risico op monetaire armoede: Het risico op monetaire armoede is het percentage individuen met een maandelijks equivalent beschikbaar inkomen (dus gecorrigeerd voor huishoudomvang) lager dan 60% van het mediaan equivalente beschikbaar inkomen van de totale Belgische bevolking. De armoededrempel wordt hierbij gemeten in het baselinescenario en wordt niet opnieuw berekend in het hervormingscenario.

Inkomenskwintielverhouding (S80/S20): Deze indicator is een maat voor de ongelijkheid van de inkomensverdeling en wordt hier berekend als de verhouding tussen de inkomens van de 20% individuen met de hoogste inkomens en de 20% individuen met de laagste inkomens. Het inkomen waarnaar gekeken wordt voor deze indicator is het equivalent beschikbaar inkomen.

Directe impact op de consumptieprijsindex voor huishoudens ingedeeld naar inkomensdeciel en op de gezondheidsindex

Verschil in procentpunt ten opzichte van het referentiescenario

loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...

Directe impact op de consumptieprijsindex voor huishoudens ingedeeld naar inkomensdeciel en op de gezondheidsindex

Inkomensdeciel (aandeel in de populatie) Verschil ten opzichte van het referentiescenario
1ste deciel (10%)
cd&v -
DéFI -
Ecolo -0,11pp
Groen +0,06pp
Les Engagés -
MR -
N-VA -0,04pp
Open Vld -
PS -0,21pp
PVDA-PTB -1,94pp
VB +0,04pp
Vooruit -0,39pp
2de deciel (10%)
cd&v -
DéFI -
Ecolo -0,14pp
Groen +0,02pp
Les Engagés -
MR -
N-VA -0,01pp
Open Vld -
PS -0,14pp
PVDA-PTB -1,77pp
VB +0,06pp
Vooruit -0,31pp
3de deciel (10%)
cd&v -
DéFI -
Ecolo -0,08pp
Groen +0,05pp
Les Engagés -
MR -
N-VA -0,02pp
Open Vld -
PS -0,16pp
PVDA-PTB -1,80pp
VB +0,07pp
Vooruit -0,27pp
4de deciel (10%)
cd&v -
DéFI -
Ecolo -0,19pp
Groen +0,05pp
Les Engagés -
MR -
N-VA -0,07pp
Open Vld -
PS -0,16pp
PVDA-PTB -1,81pp
VB +0,06pp
Vooruit -0,18pp
5de deciel (10%)
cd&v -
DéFI -
Ecolo -0,10pp
Groen +0,09pp
Les Engagés -
MR -
N-VA -0,10pp
Open Vld -
PS -0,10pp
PVDA-PTB -1,60pp
VB +0,06pp
Vooruit -0,24pp
6de deciel (10%)
cd&v -
DéFI -
Ecolo -0,15pp
Groen +0,02pp
Les Engagés -
MR -
N-VA -0,10pp
Open Vld -
PS -0,13pp
PVDA-PTB -1,61pp
VB +0,05pp
Vooruit -0,30pp
7de deciel (10%)
cd&v -
DéFI -
Ecolo -0,13pp
Groen +0,08pp
Les Engagés -
MR -
N-VA -0,05pp
Open Vld -
PS -0,14pp
PVDA-PTB -1,54pp
VB +0,05pp
Vooruit -0,32pp
8ste deciel (10%)
cd&v -
DéFI -
Ecolo -0,18pp
Groen +0,11pp
Les Engagés -
MR -
N-VA -0,15pp
Open Vld -
PS -0,11pp
PVDA-PTB -1,43pp
VB +0,05pp
Vooruit -0,37pp
9de deciel (10%)
cd&v -
DéFI -
Ecolo -0,20pp
Groen +0,03pp
Les Engagés -
MR -
N-VA -0,06pp
Open Vld -
PS -0,16pp
PVDA-PTB -1,62pp
VB +0,06pp
Vooruit -0,29pp
10de deciel (10%)
cd&v -
DéFI -
Ecolo -0,10pp
Groen +0,05pp
Les Engagés -
MR -
N-VA -0,09pp
Open Vld -
PS -0,19pp
PVDA-PTB -1,40pp
VB +0,06pp
Vooruit -0,18pp
Consumptieprijsindex (100%)
cd&v -
DéFI -
Ecolo -0,14pp
Groen +0,06pp
Les Engagés -
MR -
N-VA -0,07pp
Open Vld -
PS -0,15pp
PVDA-PTB -1,63pp
VB +0,06pp
Vooruit -0,28pp
Gezondheidsindex (100%)
cd&v -
DéFI -
Ecolo -0,15pp
Groen +0,06pp
Les Engagés -
MR -
N-VA -0,08pp
Open Vld -
PS -0,16pp
PVDA-PTB -1,74pp
VB +0,06pp
Vooruit -0,30pp

-Geen maatregelen doorgerekend voor deze partij
ppProcentpunt

Maatregelen waarvan de impact in aanmerking wordt genomen in de resultaten van het model – voorstelling voor de geselecteerde partijen

Ecolo
108 Glissement fiscal des accises vers les produits énergétiques polluants
802 Gratuité ciblée SNCB (Jeunes, BIM, Seniors)
803 Offrir un entretien vélo gratuit par an à l’ensemble des citoyens
804 Suppression de la TVA sur les transports publics
Groen
503 Transitie naar een circulaire economie: een verlaagd btw-tarief op herstellingen
802 Accijnshervorming die elektriciteit goedkoper maakt
803 Nultarief voor btw op openbaar vervoer en quasi gratis openbaar vervoer voor jongeren, ouderen en mensen die moeilijk rondkomen
804 Afbouwen van fossiele subsidies transportsector en vlottere mobiliteit dankzij een sturende verkeersfiscaliteit
805 Eerlijke bijdrage van de luchtvaart: diverse taksen
N-VA
102 De aftrek voor kinderopvang gaat naar 100%
PS
301 Offrir un repas chaud gratuit de qualité à tous les élèves de l’enseignement fondamental
402 Rendre gratuit les soins de base en supprimant les tickets modérateurs pour toutes les prestations des médecins généralistes et les soins préventifs, conservatoires et réparateurs chez les dentistes
801 Rendre gratuits les transport publics : SNCB
802 Rendre gratuits les transports publics : TEC/STIB
PVDA-PTB
102 Suppression de la TVA sur les produits alimentaires | Afschaffing van de btw op voedingsmiddelen
402 Les médicaments hors brevet moins chers via le modèle kiwi | Medicijnen waarvan het octrooi is verlopen goedkoper volgens het kiwimodel
403 Consultation chez le médecin généraliste sans argent en poche | Raadpleging bij een huisarts zonder geld op zak
801 Gratuité des transports publics (bus, tram et métro) | Gratis openbaar vervoer (bus, tram en metro)
802 Gratuité des transports publics (bus, tram et métro) | Gratis openbaar vervoer (bus, tram en metro)
803 Gratuité des transports publics (bus, tram et métro) | Gratis openbaar vervoer (bus, tram en metro)
804 Annulation de l'augmentation des accises sur l’électricité et le gaz | Ongedaan maken van de accijnsverhoging op elektriciteit en aardgas
VB
502 Invoeren van btw op kranten
Vooruit
301 Gratis gezonde schoolmaaltijd in het kleuter- en lager onderwijs
302 Maximumfactuur secundair onderwijs
708 Kinderopvang: 130 dagen per jaar gratis voor ieder kind

Over wat gaat het?

Het betreft de rechtstreekse impact op de inflatie van de maatregelen die de prijzen van goederen en diensten wijzigen voor verschillende categorieën van huishoudens. De impact wordt uitgedrukt als het verschil in inflatie in procentpunt ten opzichte van het referentiescenario, d.w.z. vóór de invoering van de maatregelen.

De resultaten worden verkregen aan de hand van het HINT-model. Meer informatie over dat model is beschikbaar in de Working Paper betreffende EXPEDITION.

Metadata

Inkomensdeciel: De huishoudens zijn verdeeld in tien klassen van dezelfde omvang naargelang van hun equivalent beschikbaar inkomen (van laag naar hoog). Elke klasse vertegenwoordigt 10% van de huishoudens en wordt ‘deciel’ genoemd. Het eerste deciel omvat de 10% huishoudens met de laagste inkomens, terwijl het tiende deciel de 10% huishoudens omvat met de hoogste inkomens. Het equivalent beschikbaar inkomen is het beschikbaar inkomen van een huishouden gedeeld door de waarde van zijn equivalentieschaal. De equivalentieschaal is een factor die de schaalvoordelen met betrekking tot het beheer van een gemeenschappelijk huishouden uitdrukt, alsook de - verondersteld - minder grote behoeften van kinderen ten opzichte van die van volwassenen. De gebruikte equivalentieschaal is de gewijzigde OESO-equivalentieschaal, waarbij aan elk lid van het huishouden een gewicht wordt toegekend: 1 voor het eerste lid, 0,5 voor elk ander lid vanaf 14 jaar en 0,3 voor elk lid jonger dan 14 jaar. Door het beschikbaar inkomen te delen door de waarde van de equivalentieschaal, wordt het nominaal inkomen herleid tot het welvaartsniveau van een alleenstaand huishouden. Op die manier worden de inkomens van huishoudens van verschillende grootte en samenstelling onderling vergelijkbaar gemaakt. Dat inkomensconcept wordt ook het gestandaardiseerd inkomen genoemd. Schaalvoordelen zijn kostenvoordelen die ontstaan doordat meerdere personen binnen eenzelfde huishouden leven. Ze kunnen in bepaalde mate een aantal gemeenschappelijke kosten delen, zoals de kosten voor verwarming, wagen of verlichting.

Referentiescenario: De socio-economische situatie vóór de invoering van de voorgestelde maatregelen.

Consumptieprijsindex: De consumptieprijsindex wordt maandelijks berekend en weerspiegelt de prijsevolutie van de door een gemiddeld gezin geconsumeerde goederen en diensten in België. Er wordt rekening gehouden met de prijsevolutie van honderden producten op tal van plaatsen in België, waarvan een gewogen gemiddelde wordt berekend op basis van gewichten die afgeleid worden uit het huishoudbudgetonderzoek.

Gezondheidsindex: De gezondheidsindex wordt op dezelfde manier berekend als de consumptieprijsindex, maar dan zonder rekening te houden met het prijsverloop van benzine, diesel, alcoholische dranken en tabakswaren.

Impact op middellange termijn op het gemiddelde arbeidsaanbod van de huishoudens ingedeeld naar deciel van beschikbaar inkomen

Verschil in u/week ten opzichte van het referentiescenario

loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...

Impact op middellange termijn op het gemiddelde arbeidsaanbod per opleidingsniveau

Verschil in u/week ten opzichte van het referentiescenario

loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...

Impact op middellange termijn op het gemiddelde arbeidsaanbod per leeftijdscategorie

Verschil in u/week ten opzichte van het referentiescenario

loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...

Impact op middellange termijn op het gemiddelde arbeidsaanbod per gewest

Verschil in u/week ten opzichte van het referentiescenario

loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...

Impact op middellange termijn op het gemiddelde arbeidsaanbod naar geslacht

Verschil in u/week ten opzichte van het referentiescenario

loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...
loading...

Impact op middellange termijn op het gemiddelde arbeidsaanbod van de huishoudens ingedeeld naar deciel van beschikbaar inkomen

Equivalent beschikbaar inkomensdeciel (aandeel in de populatie) Arbeidsaanbod in het referentiescenario Verschil in het arbeidsaanbod ten opzichte van het referentiescenario
1ste deciel (10%) 4,4 u/week
cd&v +0,87 u/week
DéFI +0,30 u/week
Ecolo +0,40 u/week
Groen +0,79 u/week
Les Engagés +0,91 u/week
MR +1,01 u/week
N-VA +1,82 u/week
Open Vld +1,31 u/week
PS +0,06 u/week
PVDA-PTB -
VB +1,03 u/week
Vooruit +0,36 u/week
2de deciel (10%) 7,4 u/week
cd&v +0,78 u/week
DéFI +0,16 u/week
Ecolo +0,81 u/week
Groen +0,54 u/week
Les Engagés +0,95 u/week
MR +0,92 u/week
N-VA +2,27 u/week
Open Vld +1,51 u/week
PS +0,07 u/week
PVDA-PTB -
VB +0,99 u/week
Vooruit +0,18 u/week
3de deciel (10%) 10,1 u/week
cd&v +0,46 u/week
DéFI +0,24 u/week
Ecolo +0,72 u/week
Groen +0,52 u/week
Les Engagés +0,41 u/week
MR +0,61 u/week
N-VA +0,83 u/week
Open Vld +0,72 u/week
PS +0,13 u/week
PVDA-PTB -
VB +0,58 u/week
Vooruit +0,34 u/week
4de deciel (10%) 16,0 u/week
cd&v +1,03 u/week
DéFI +0,65 u/week
Ecolo +0,63 u/week
Groen +1,15 u/week
Les Engagés +0,50 u/week
MR +1,27 u/week
N-VA +0,92 u/week
Open Vld +0,63 u/week
PS +0,15 u/week
PVDA-PTB -
VB +1,34 u/week
Vooruit +0,75 u/week
5de deciel (10%) 22,9 u/week
cd&v +1,04 u/week
DéFI +0,74 u/week
Ecolo +0,66 u/week
Groen +0,98 u/week
Les Engagés +0,39 u/week
MR +1,27 u/week
N-VA +0,60 u/week
Open Vld +0,36 u/week
PS +0,24 u/week
PVDA-PTB -
VB +1,28 u/week
Vooruit +0,90 u/week
6de deciel (10%) 28,5 u/week
cd&v +0,56 u/week
DéFI +0,37 u/week
Ecolo +0,25 u/week
Groen +0,42 u/week
Les Engagés +0,12 u/week
MR +0,74 u/week
N-VA +0,42 u/week
Open Vld +0,25 u/week
PS +0,16 u/week
PVDA-PTB -
VB +0,81 u/week
Vooruit +0,44 u/week
7de deciel (10%) 30,7 u/week
cd&v +0,56 u/week
DéFI +0,46 u/week
Ecolo +0,09 u/week
Groen +0,46 u/week
Les Engagés +0,08 u/week
MR +0,79 u/week
N-VA +0,21 u/week
Open Vld +0,20 u/week
PS +0,10 u/week
PVDA-PTB -
VB +0,69 u/week
Vooruit +0,53 u/week
8ste deciel (10%) 32,2 u/week
cd&v +0,32 u/week
DéFI +0,35 u/week
Ecolo +0,10 u/week
Groen +0,28 u/week
Les Engagés +0,04 u/week
MR +0,44 u/week
N-VA +0,21 u/week
Open Vld +0,12 u/week
PS +0,08 u/week
PVDA-PTB -
VB +0,44 u/week
Vooruit +0,32 u/week
9de deciel (10%) 33,2 u/week
cd&v +0,20 u/week
DéFI +0,18 u/week
Ecolo +0,03 u/week
Groen +0,09 u/week
Les Engagés +0,00 u/week
MR +0,32 u/week
N-VA +0,12 u/week
Open Vld +0,17 u/week
PS +0,04 u/week
PVDA-PTB -
VB +0,21 u/week
Vooruit +0,14 u/week
10de deciel (10%) 34,4 u/week
cd&v +0,13 u/week
DéFI +0,12 u/week
Ecolo +0,02 u/week
Groen +0,07 u/week
Les Engagés +0,01 u/week
MR +0,18 u/week
N-VA +0,12 u/week
Open Vld +0,11 u/week
PS +0,02 u/week
PVDA-PTB -
VB +0,17 u/week
Vooruit +0,10 u/week
Totaal (100%) 22,0 u/week
cd&v +0,60 u/week
DéFI +0,36 u/week
Ecolo +0,37 u/week
Groen +0,53 u/week
Les Engagés +0,34 u/week
MR +0,75 u/week
N-VA +0,75 u/week
Open Vld +0,54 u/week
PS +0,10 u/week
PVDA-PTB -
VB +0,75 u/week
Vooruit +0,40 u/week

-Geen maatregelen doorgerekend voor deze partij

Impact op middellange termijn op het gemiddelde arbeidsaanbod per opleidingsniveau

Opleidingsniveau (aandeel in de populatie) Arbeidsaanbod in het referentiescenario Verschil in het arbeidsaanbod ten opzichte van het referentiescenario
Lager onderwijs (of geen diploma) (9%) 10,5 u/week
cd&v +0,74 u/week
DéFI +0,45 u/week
Ecolo +0,90 u/week
Groen +0,84 u/week
Les Engagés +0,50 u/week
MR +0,90 u/week
N-VA +2,27 u/week
Open Vld +2,19 u/week
PS +0,22 u/week
PVDA-PTB -
VB +0,79 u/week
Vooruit +0,47 u/week
Lager secundair onderwijs (15%) 16,0 u/week
cd&v +0,59 u/week
DéFI +0,26 u/week
Ecolo +0,60 u/week
Groen +0,40 u/week
Les Engagés +0,34 u/week
MR +0,73 u/week
N-VA +0,87 u/week
Open Vld +0,57 u/week
PS +0,11 u/week
PVDA-PTB -
VB +0,75 u/week
Vooruit +0,31 u/week
Hoger secundair onderwijs (28%) 23,6 u/week
cd&v +0,52 u/week
DéFI +0,29 u/week
Ecolo +0,27 u/week
Groen +0,45 u/week
Les Engagés +0,21 u/week
MR +0,70 u/week
N-VA +0,66 u/week
Open Vld +0,42 u/week
PS +0,10 u/week
PVDA-PTB -
VB +0,74 u/week
Vooruit +0,33 u/week
Hoger onderwijs, korte type (24%) 27,3 u/week
cd&v +0,50 u/week
DéFI +0,32 u/week
Ecolo +0,15 u/week
Groen +0,40 u/week
Les Engagés +0,20 u/week
MR +0,63 u/week
N-VA +0,40 u/week
Open Vld +0,26 u/week
PS +0,08 u/week
PVDA-PTB -
VB +0,61 u/week
Vooruit +0,36 u/week
Hoger onderwijs, lange type (11%) 30,4 u/week
cd&v +0,42 u/week
DéFI +0,32 u/week
Ecolo +0,07 u/week
Groen +0,35 u/week
Les Engagés +0,07 u/week
MR +0,62 u/week
N-VA +0,23 u/week
Open Vld +0,23 u/week
PS +0,03 u/week
PVDA-PTB -
VB +0,53 u/week
Vooruit +0,37 u/week
Informatie niet beschikbaar (13%) 15,5 u/week
cd&v +1,01 u/week
DéFI +0,68 u/week
Ecolo +0,66 u/week
Groen +1,06 u/week
Les Engagés +1,05 u/week
MR +1,16 u/week
N-VA +0,93 u/week
Open Vld +0,46 u/week
PS +0,14 u/week
PVDA-PTB -
VB +1,24 u/week
Vooruit +0,75 u/week
Totaal (100%) 22,0 u/week
cd&v +0,60 u/week
DéFI +0,36 u/week
Ecolo +0,37 u/week
Groen +0,53 u/week
Les Engagés +0,34 u/week
MR +0,75 u/week
N-VA +0,75 u/week
Open Vld +0,54 u/week
PS +0,10 u/week
PVDA-PTB -
VB +0,75 u/week
Vooruit +0,40 u/week

-Geen maatregelen doorgerekend voor deze partij

Impact op middellange termijn op het gemiddelde arbeidsaanbod per leeftijdscategorie

Leeftijdscategorie (aandeel in de populatie) Arbeidsaanbod in het referentiescenario Verschil in het arbeidsaanbod ten opzichte van het referentiescenario
18-24 (2%) 17,1 u/week
cd&v +0,22 u/week
DéFI +0,12 u/week
Ecolo +0,46 u/week
Groen +0,83 u/week
Les Engagés +0,40 u/week
MR +0,82 u/week
N-VA +1,04 u/week
Open Vld +0,60 u/week
PS +0,36 u/week
PVDA-PTB -
VB +0,73 u/week
Vooruit +0,23 u/week
25-34 (17%) 23,9 u/week
cd&v +0,53 u/week
DéFI +0,27 u/week
Ecolo +0,40 u/week
Groen +0,56 u/week
Les Engagés +1,00 u/week
MR +0,90 u/week
N-VA +0,87 u/week
Open Vld +0,55 u/week
PS +0,15 u/week
PVDA-PTB -
VB +0,87 u/week
Vooruit +0,34 u/week
35-44 (25%) 23,6 u/week
cd&v +0,79 u/week
DéFI +0,48 u/week
Ecolo +0,35 u/week
Groen +0,68 u/week
Les Engagés +0,51 u/week
MR +0,97 u/week
N-VA +0,76 u/week
Open Vld +0,50 u/week
PS +0,11 u/week
PVDA-PTB -
VB +1,06 u/week
Vooruit +0,52 u/week
45-54 (33%) 23,1 u/week
cd&v +0,60 u/week
DéFI +0,41 u/week
Ecolo +0,29 u/week
Groen +0,54 u/week
Les Engagés +0,09 u/week
MR +0,86 u/week
N-VA +0,61 u/week
Open Vld +0,53 u/week
PS +0,10 u/week
PVDA-PTB -
VB +0,84 u/week
Vooruit +0,47 u/week
55-65 (23%) 17,7 u/week
cd&v +0,46 u/week
DéFI +0,24 u/week
Ecolo +0,48 u/week
Groen +0,31 u/week
Les Engagés +0,04 u/week
MR +0,26 u/week
N-VA +0,85 u/week
Open Vld +0,59 u/week
PS +0,06 u/week
PVDA-PTB -
VB +0,22 u/week
Vooruit +0,25 u/week
Totaal (100%) 22,0 u/week
cd&v +0,60 u/week
DéFI +0,36 u/week
Ecolo +0,37 u/week
Groen +0,53 u/week
Les Engagés +0,34 u/week
MR +0,75 u/week
N-VA +0,75 u/week
Open Vld +0,54 u/week
PS +0,10 u/week
PVDA-PTB -
VB +0,75 u/week
Vooruit +0,40 u/week

-Geen maatregelen doorgerekend voor deze partij

Impact op middellange termijn op het gemiddelde arbeidsaanbod per gewest

Gewest (aandeel in de populatie) Arbeidsaanbod in het referentiescenario Verschil in het arbeidsaanbod ten opzichte van het referentiescenario
Brussel (14%) 18,2 u/week
cd&v +0,94 u/week
DéFI +0,53 u/week
Ecolo +0,59 u/week
Groen +1,03 u/week
Les Engagés +0,78 u/week
MR +1,20 u/week
N-VA +1,89 u/week
Open Vld +1,88 u/week
PS +0,26 u/week
PVDA-PTB -
VB +1,11 u/week
Vooruit +0,57 u/week
Vlaanderen (54%) 24,5 u/week
cd&v +0,51 u/week
DéFI +0,32 u/week
Ecolo +0,34 u/week
Groen +0,41 u/week
Les Engagés +0,25 u/week
MR +0,61 u/week
N-VA +0,49 u/week
Open Vld +0,28 u/week
PS +0,09 u/week
PVDA-PTB -
VB +0,64 u/week
Vooruit +0,35 u/week
Wallonië (32%) 19,3 u/week
cd&v +0,59 u/week
DéFI +0,35 u/week
Ecolo +0,33 u/week
Groen +0,51 u/week
Les Engagés +0,31 u/week
MR +0,80 u/week
N-VA +0,69 u/week
Open Vld +0,39 u/week
PS +0,06 u/week
PVDA-PTB -
VB +0,79 u/week
Vooruit +0,42 u/week
Totaal (100%) 22,0 u/week
cd&v +0,60 u/week
DéFI +0,36 u/week
Ecolo +0,37 u/week
Groen +0,53 u/week
Les Engagés +0,34 u/week
MR +0,75 u/week
N-VA +0,75 u/week
Open Vld +0,54 u/week
PS +0,10 u/week
PVDA-PTB -
VB +0,75 u/week
Vooruit +0,40 u/week

-Geen maatregelen doorgerekend voor deze partij

Impact op middellange termijn op het gemiddelde arbeidsaanbod naar geslacht

Geslacht (aandeel in de populatie) Arbeidsaanbod in het referentiescenario Verschil in het arbeidsaanbod ten opzichte van het referentiescenario
Man (48%) 24,6 u/week
cd&v +0,41 u/week
DéFI +0,16 u/week
Ecolo +0,41 u/week
Groen +0,27 u/week
Les Engagés +0,15 u/week
MR +0,60 u/week
N-VA +0,81 u/week
Open Vld +0,50 u/week
PS +0,07 u/week
PVDA-PTB -
VB +0,58 u/week
Vooruit +0,21 u/week
Vrouw (52%) 19,5 u/week
cd&v +0,77 u/week
DéFI +0,55 u/week
Ecolo +0,34 u/week
Groen +0,77 u/week
Les Engagés +0,52 u/week
MR +0,90 u/week
N-VA +0,70 u/week
Open Vld +0,58 u/week
PS +0,14 u/week
PVDA-PTB -
VB +0,91 u/week
Vooruit +0,59 u/week
Totaal (100%) 22,0 u/week
cd&v +0,60 u/week
DéFI +0,36 u/week
Ecolo +0,37 u/week
Groen +0,53 u/week
Les Engagés +0,34 u/week
MR +0,75 u/week
N-VA +0,75 u/week
Open Vld +0,54 u/week
PS +0,10 u/week
PVDA-PTB -
VB +0,75 u/week
Vooruit +0,40 u/week

-Geen maatregelen doorgerekend voor deze partij

Maatregelen waarvan de impact in aanmerking wordt genomen in de resultaten van het model – voorstelling voor de geselecteerde partijen

cd&v
102 Lastenverlaging op arbeid - luik sociale werkbonus
103 Lastenverlaging op arbeid - luik uitdoving bijzondere bijdrage sociale zekerheid
104 Lastenverlaging op arbeid - luik hervorming belastingschijven
201 Beperking langdurige werkloosheidsuitkering
DéFI
101 Augmenter la progressivité de l'impôt en modifiant les tranches d'imposition
103 Augmenter la majoration de la quotité exemptée d'impôt pour chaque enfant à charge de 2 500 euros
104 Supprimer progressivement par année le quotient conjugal
301 Supprimer le statut du cohabitant
Ecolo
101 Augmentation des bas et moyens salaires jusqu’à 350 euros nets
202 Augmentation du salaire minimum fixé à 60% du salaire médian
203 Augmentation du salaire minimum fixé à 60% du salaire médian : volet bonus à l'emploi
301 Individualisation des droits sociaux via la suppression du statut de cohabitant
302 Augmentation des allocations sociales à 110% du seuil de pauvreté
Groen
101 Welvaartsgarantie - een bescherming tegen armoede en een bonus voor werkenden
102 Lastenverlaging op arbeid - luik hogere en bredere sociale werkbonus
103 Lastenverlaging op arbeid - luik afschaffing bijzondere bijdrage sociale zekerheid (bbsz)
104 Lastenverlaging op arbeid - luik verhoging belastingvrije som
110 Aanpassing fiscale en parafiscale behandeling van componenten van alternatieve verloning: deel personenbelasting
201 Hogere minimumlonen
Les Engagés
101 Bonus bosseur : instauration d’un ‘bonus bosseur’ en Wallonie et à Bruxelles
301 Individualisation des droits sociaux
302 Allocations familiales à 300 euros : Réforme de l’exonération fiscale pour les enfants à charge
303 Allocations familiales à 300 euros - Wallonie
304 Allocations familiales à 300 euros - Bruxelles
MR
101 Rehausser la quotité exemptée d’impôt au niveau du revenu d’intégration sociale (RIS)
102 Une augmentation des salaires nets grâce à la suppression de la cotisation spéciale de sécurité sociale
201 Des allocations de chômage limitées à deux ans
204 Bonus d’activité pour tous les travailleurs qui gagnent moins de 4.500 € brut par mois
N-VA
101 We vergroten het verschil werken en niet-werken door de belasting op arbeid te verlagen
102 De aftrek voor kinderopvang gaat naar 100%
105 We schrappen belastingaftrekken voor niet-actieven
201 We schaffen de inschakelingsuitkeringen geleidelijk af
203 We beperken de werkloosheidsuitkering in de tijd
303 We besteden alleen het gedeelte van pensioenen uit de welvaartsenveloppe
304 We hervormen het leefloon zodat de kloof tussen werken en niet-werken groter wordt
Open Vld
101 Werken meer laten lonen door de afschaffing van de 45%-schijf.
102 Werken meer laten lonen door de verbreding en verdieping van de Vlaamse jobbonus.
201 Het verschil tussen werken en niet-werken vergroten. Werken stimuleren door de werkloosheid in de tijd te beperken tot 2 jaar
202 Mensen aanmoedigen om zo snel mogelijk weer aan de slag te gaan door de degressiviteit van de werkloosheidsuitkering te versterken.
209 De welvaartsenveloppe wordt hervormd om er voor te zorgen dat werken of gewerkt hebben altijd meer loont dan niet werken of niet-gewerkt hebben.
210 Geen nieuwe instroom meer voor SWT
PS
201 Augmenter les bas et moyens salaires via un crédit d'impôt
VB
101 Koopkracht versterken door de verhoging van de belastingvrije som tot 13000 euro
102 Koopkracht versterken door de verlaging van de belastingschijf van 40% naar 30%
103 Koopkracht versterken door de verlaging van de belastingschijf van 45% naar 40%.
104 Koopkracht versterken door de verhoging van de ondergrens van de belastingschijf van 50%
201 Werken aanmoedigen door de sociale beperking van de werkloosheidsuitkering tot 2 jaar.
202 Werken aanmoedigen door de verhoging van het minimumloon met 5%
203 Gezinnen steunen door de invoering van een deeltijds opvoedersinkomen voor de ouder die kiest om deeltijds te werken en deeltijds voor de kinderen te zorgen.
Vooruit
101 Lagere belasting op werk: verhoging belastingvrije som
102 Lagere belasting op werk: versterking werkbonus
201 Verhoging minimumloon naar 2.500 euro tegen 2029
710 Hervorming groeipakket - shift naar diensten

Over wat gaat het?

Het betreft de impact op middellange termijn op het arbeidsaanbod van huishoudens van een hervorming van de fiscale en sociale wetgeving die een invloed heeft op hun beschikbare inkomen. De voorgestelde effecten stemmen overeen met de gemiddelde impact op het wekelijkse arbeidsaanbod.

De resultaten worden verkregen aan de hand van het LASER-model en voorgesteld volgens inkomensdecielen en volgens verschillende socio-economische groepen die worden gedefinieerd op basis van opleidingsniveau, leeftijd, gewest of geslacht. Meer informatie over dat model is beschikbaar in de betreffende Working Paper.

Metadata

Arbeidsaanbod: Aantal arbeidsuren die een persoon wenst te werken gedurende een week. In het model heeft elke persoon 4 keuzes voor het arbeidsaanbod: voltijds (38 uur per week), 50 of 80% deeltijds (19 of 30 uur per week) of vrijwillige niet-deelname (0 uur per week). Daarnaast kan een persoon ook nog volledig werkloos zijn (0 uur per week, met beschikbare tijd die beperkt is door het zoeken naar werk). Er zijn dus vijf mogelijkheden beschikbaar voor een alleenstaande. Voor een koppel bedraagt het aantal mogelijke combinaties 5 x 5 = 25. Het gekozen arbeidsaanbod is het aanbod dat de welvaart van het gezin optimaliseert, gelet op het beschikbare inkomen dat voortvloeit uit de keuzes die zijn gemaakt voor het arbeidsaanbod, en de relatieve voorkeur tussen consumeren en genieten van vrije tijd. Merk op dat de keuze niet helemaal vrij is, maar bepaalde beperkingen inhoudt die verbonden zijn aan de arbeidsvraag (aan de macro-economische situatie op de arbeidsmarkt). In onze modellering is werkloosheid een gedwongen keuze.

Beschikbaar inkomen: De inkomsten waarover een huishouden beschikt tijdens een maand om hetzij te consumeren, hetzij te sparen. Om dit inkomen te berekenen worden eerst eventueel ontvangen bruto-inkomens uit tewerkstelling, en de ontvangen bruto socialezekerheidsuitkeringen (zoals pensioenen, werkloosheidsuitkeringen, ziekte- en invaliditeitsuitkeringen en bijstandsuitkeringen) en gezinsbijslagen van alle huishoudleden opgeteld. Na aftrek van de socialezekerheidsbijdragen en de finaal verschuldigde personenbelasting bekomt men het beschikbaar inkomen. De doorrekening maakt gebruik van administratieve gegevens. Inkomenscomponenten die niet opgenomen zijn in de gebruikte administratieve bronnen worden niet toegevoegd. Onder andere het inkomen uit vermogen maakt daardoor geen deel uit van het hier gebruikte concept. Dit inkomensconcept is ook te onderscheiden van het vermogen van het huishouden. Maatregelen die specifiek focussen op de belasting van het vermogen werden dus niet met dit model doorgerekend en de effecten ervan zitten dan ook niet in de getoonde output.

Equivalent beschikbaar inkomen: Het equivalent beschikbaar inkomen is het beschikbaar inkomen van een huishouden gedeeld door de waarde van zijn equivalentieschaal. De equivalentieschaal is een factor die de schaalvoordelen met betrekking tot het beheer van een gemeenschappelijk huishouden uitdrukt, alsook de - verondersteld - minder grote behoeften van kinderen ten opzichte van die van volwassenen. De gebruikte equivalentieschaal is de gewijzigde OESO-equivalentieschaal, waarbij aan elk lid van het huishouden een gewicht wordt toegekend: 1 voor het eerste lid, 0,5 voor elk ander lid vanaf 14 jaar en 0,3 voor elk lid jonger dan 14 jaar. Door het beschikbaar inkomen te delen door de waarde van de equivalentieschaal, wordt het nominaal inkomen herleid tot het welvaartsniveau van een alleenstaand huishouden. Op die manier worden de inkomens van huishoudens van verschillende grootte en samenstelling onderling vergelijkbaar gemaakt. Dat inkomensconcept wordt ook het gestandaardiseerd inkomen genoemd. Schaalvoordelen zijn kostenvoordelen die ontstaan doordat meerdere personen binnen eenzelfde huishouden leven. Ze kunnen in bepaalde mate een aantal gemeenschappelijke kosten delen, zoals de kosten voor de verwarming, de wagen of de verlichting.

Deciel: De individuen zijn verdeeld in tien klassen van dezelfde omvang naargelang van het equivalent beschikbaar inkomen van het huishouden (van laag naar hoog). Elke klasse vertegenwoordigt 10% van de individuen en wordt ‘deciel’ genoemd. Het eerste deciel omvat de 10% individuen met de laagste inkomens, terwijl het tiende deciel de 10% individuen omvat met de hoogste inkomens.

Populatie: Bevolking op arbeidsleeftijd die in staat is om te werken, d.w.z. tussen 18 en 65 jaar en die geen pensioen-, ziekte-, invaliditeits- of arbeidsongevallenuitkering ontvangt. Zelfstandigen en personen met andere werkloosheidsuitkeringen dan volledige werkloosheid zijn uitgesloten.

Referentiescenario: De socio-economische situatie vóór de invoering van de voorgestelde maatregelen. De berekeningsregels van de uitkeringen, bijdragen en inhoudingen op de personenbelasting die van kracht zijn op 1 januari 2024 worden toegepast om de inkomens van de leden van een privaat huishouden te bepalen. Een privaat huishouden omvat de individuen die een verblijfplaats delen en die gezamenlijk beslissen over het overgrote deel van hun uitgaven. In deze oefening stemt dat concept overeen met het begrip ‘privaat huishouden’ in de administratieve gegevens. Private huishoudens zijn huishoudens die hetzelfde adres delen en niet als collectief geklasseerd worden. Collectieve huishoudens zijn religieuze gemeenschappen, rust- en verzorgingshuizen, weeshuizen, studenten- of arbeidershomes, ziekenhuizen of verplegingsinrichtingen, en gevangenissen. De leden van een privaat huishouden zijn niet noodzakelijk aan elkaar verwant. Een privaat huishouden kan bestaan uit verschillende gezinskernen en meer dan één fiscaal gezin omvatten.

Metadata

Arbeidsaanbod: Aantal arbeidsuren die een persoon wenst te werken gedurende een week. In het model heeft elke persoon 4 keuzes voor het arbeidsaanbod: voltijds (38 uur per week), 50 of 80% deeltijds (19 of 30 uur per week) of vrijwillige niet-deelname (0 uur per week). Daarnaast kan een persoon ook nog volledig werkloos zijn (0 uur per week, met beschikbare tijd die beperkt is door het zoeken naar werk). Er zijn dus vijf mogelijkheden beschikbaar voor een alleenstaande. Voor een koppel bedraagt het aantal mogelijke combinaties 5 x 5 = 25. Het gekozen arbeidsaanbod is het aanbod dat de welvaart van het gezin optimaliseert, gelet op het beschikbare inkomen dat voortvloeit uit de keuzes die zijn gemaakt voor het arbeidsaanbod, en de relatieve voorkeur tussen consumeren en genieten van vrije tijd. Merk op dat de keuze niet helemaal vrij is, maar bepaalde beperkingen inhoudt die verbonden zijn aan de arbeidsvraag (aan de macro-economische situatie op de arbeidsmarkt). In onze modellering is werkloosheid een gedwongen keuze.

Populatie: Bevolking op arbeidsleeftijd die in staat is om te werken, d.w.z. tussen 18 en 65 jaar en die geen pensioen-, ziekte-, invaliditeits- of arbeidsongevallenuitkering ontvangt. Zelfstandigen en personen met andere werkloosheidsuitkeringen dan volledige werkloosheid zijn uitgesloten.

Referentiescenario: De socio-economische situatie vóór de invoering van de voorgestelde maatregelen. De berekeningsregels van de uitkeringen, bijdragen en inhoudingen op de personenbelasting die van kracht zijn op 1 januari 2024 worden toegepast om de inkomens van de leden van een privaat huishouden te bepalen. Een privaat huishouden omvat de individuen die een verblijfplaats delen en die gezamenlijk beslissen over het overgrote deel van hun uitgaven. In deze oefening stemt dat concept overeen met het begrip ‘privaat huishouden’ in de administratieve gegevens. Private huishoudens zijn huishoudens die hetzelfde adres delen en niet als collectief geklasseerd worden. Collectieve huishoudens zijn religieuze gemeenschappen, rust- en verzorgingshuizen, weeshuizen, studenten- of arbeidershomes, ziekenhuizen of verplegingsinrichtingen, en gevangenissen. De leden van een privaat huishouden zijn niet noodzakelijk aan elkaar verwant. Een privaat huishouden kan bestaan uit verschillende gezinskernen en meer dan één fiscaal gezin omvatten.

Opleidingsniveau: Hoogste bereikte opleidingsniveau tijdens het schooltraject.

Informatie niet beschikbaar: Voor 12,3% van de steekproef wordt het opleidingsniveau niet vermeld in de gegevens van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid. Dit betreft voornamelijk personen die buiten België geboren zijn.

Metadata

Arbeidsaanbod: Aantal arbeidsuren die een persoon wenst te werken gedurende een week. In het model heeft elke persoon 4 keuzes voor het arbeidsaanbod: voltijds (38 uur per week), 50 of 80% deeltijds (19 of 30 uur per week) of vrijwillige niet-deelname (0 uur per week). Daarnaast kan een persoon ook nog volledig werkloos zijn (0 uur per week, met beschikbare tijd die beperkt is door het zoeken naar werk). Er zijn dus vijf mogelijkheden beschikbaar voor een alleenstaande. Voor een koppel bedraagt het aantal mogelijke combinaties 5 x 5 = 25. Het gekozen arbeidsaanbod is het aanbod dat de welvaart van het gezin optimaliseert, gelet op het beschikbare inkomen dat voortvloeit uit de keuzes die zijn gemaakt voor het arbeidsaanbod, en de relatieve voorkeur tussen consumeren en genieten van vrije tijd. Merk op dat de keuze niet helemaal vrij is, maar bepaalde beperkingen inhoudt die verbonden zijn aan de arbeidsvraag (aan de macro-economische situatie op de arbeidsmarkt). In onze modellering is werkloosheid een gedwongen keuze.

Populatie: Bevolking op arbeidsleeftijd die in staat is om te werken, d.w.z. tussen 18 en 65 jaar en die geen pensioen-, ziekte-, invaliditeits- of arbeidsongevallenuitkering ontvangt. Zelfstandigen en personen met andere werkloosheidsuitkeringen dan volledige werkloosheid zijn uitgesloten.

Referentiescenario: De socio-economische situatie vóór de invoering van de voorgestelde maatregelen. De berekeningsregels van de uitkeringen, bijdragen en inhoudingen op de personenbelasting die van kracht zijn op 1 januari 2024 worden toegepast om de inkomens van de leden van een privaat huishouden te bepalen. Een privaat huishouden omvat de individuen die een verblijfplaats delen en die gezamenlijk beslissen over het overgrote deel van hun uitgaven. In deze oefening stemt dat concept overeen met het begrip ‘privaat huishouden’ in de administratieve gegevens. Private huishoudens zijn huishoudens die hetzelfde adres delen en niet als collectief geklasseerd worden. Collectieve huishoudens zijn religieuze gemeenschappen, rust- en verzorgingshuizen, weeshuizen, studenten- of arbeidershomes, ziekenhuizen of verplegingsinrichtingen, en gevangenissen. De leden van een privaat huishouden zijn niet noodzakelijk aan elkaar verwant. Een privaat huishouden kan bestaan uit verschillende gezinskernen en meer dan één fiscaal gezin omvatten.

Leeftijdscategorie: Leeftijd in het jaar 2024.

Metadata

Arbeidsaanbod: Aantal arbeidsuren die een persoon wenst te werken gedurende een week. In het model heeft elke persoon 4 keuzes voor het arbeidsaanbod: voltijds (38 uur per week), 50 of 80% deeltijds (19 of 30 uur per week) of vrijwillige niet-deelname (0 uur per week). Daarnaast kan een persoon ook nog volledig werkloos zijn (0 uur per week, met beschikbare tijd die beperkt is door het zoeken naar werk). Er zijn dus vijf mogelijkheden beschikbaar voor een alleenstaande. Voor een koppel bedraagt het aantal mogelijke combinaties 5 x 5 = 25. Het gekozen arbeidsaanbod is het aanbod dat de welvaart van het gezin optimaliseert, gelet op het beschikbare inkomen dat voortvloeit uit de keuzes die zijn gemaakt voor het arbeidsaanbod, en de relatieve voorkeur tussen consumeren en genieten van vrije tijd. Merk op dat de keuze niet helemaal vrij is, maar bepaalde beperkingen inhoudt die verbonden zijn aan de arbeidsvraag (aan de macro-economische situatie op de arbeidsmarkt). In onze modellering is werkloosheid een gedwongen keuze.

Populatie: Bevolking op arbeidsleeftijd die in staat is om te werken, d.w.z. tussen 18 en 65 jaar en die geen pensioen-, ziekte-, invaliditeits- of arbeidsongevallenuitkering ontvangt. Zelfstandigen en personen met andere werkloosheidsuitkeringen dan volledige werkloosheid zijn uitgesloten.

Referentiescenario: De socio-economische situatie vóór de invoering van de voorgestelde maatregelen. De berekeningsregels van de uitkeringen, bijdragen en inhoudingen op de personenbelasting die van kracht zijn op 1 januari 2024 worden toegepast om de inkomens van de leden van een privaat huishouden te bepalen. Een privaat huishouden omvat de individuen die een verblijfplaats delen en die gezamenlijk beslissen over het overgrote deel van hun uitgaven. In deze oefening stemt dat concept overeen met het begrip ‘privaat huishouden’ in de administratieve gegevens. Private huishoudens zijn huishoudens die hetzelfde adres delen en niet als collectief geklasseerd worden. Collectieve huishoudens zijn religieuze gemeenschappen, rust- en verzorgingshuizen, weeshuizen, studenten- of arbeidershomes, ziekenhuizen of verplegingsinrichtingen, en gevangenissen. De leden van een privaat huishouden zijn niet noodzakelijk aan elkaar verwant. Een privaat huishouden kan bestaan uit verschillende gezinskernen en meer dan één fiscaal gezin omvatten.

Gewest: Huishoudens worden ingedeeld op basis van het Gewest waar zij hun hoofdverblijfplaats hebben.

Metadata

Arbeidsaanbod: Aantal arbeidsuren die een persoon wenst te werken gedurende een week. In het model heeft elke persoon 4 keuzes voor het arbeidsaanbod: voltijds (38 uur per week), 50 of 80% deeltijds (19 of 30 uur per week) of vrijwillige niet-deelname (0 uur per week). Daarnaast kan een persoon ook nog volledig werkloos zijn (0 uur per week, met beschikbare tijd die beperkt is door het zoeken naar werk). Er zijn dus vijf mogelijkheden beschikbaar voor een alleenstaande. Voor een koppel bedraagt het aantal mogelijke combinaties 5 x 5 = 25. Het gekozen arbeidsaanbod is het aanbod dat de welvaart van het gezin optimaliseert, gelet op het beschikbare inkomen dat voortvloeit uit de keuzes die zijn gemaakt voor het arbeidsaanbod, en de relatieve voorkeur tussen consumeren en genieten van vrije tijd. Merk op dat de keuze niet helemaal vrij is, maar bepaalde beperkingen inhoudt die verbonden zijn aan de arbeidsvraag (aan de macro-economische situatie op de arbeidsmarkt). In onze modellering is werkloosheid een gedwongen keuze.

Populatie: Bevolking op arbeidsleeftijd die in staat is om te werken, d.w.z. tussen 18 en 65 jaar en die geen pensioen-, ziekte-, invaliditeits- of arbeidsongevallenuitkering ontvangt. Zelfstandigen en personen met andere werkloosheidsuitkeringen dan volledige werkloosheid zijn uitgesloten.

Referentiescenario: De socio-economische situatie vóór de invoering van de voorgestelde maatregelen. De berekeningsregels van de uitkeringen, bijdragen en inhoudingen op de personenbelasting die van kracht zijn op 1 januari 2024 worden toegepast om de inkomens van de leden van een privaat huishouden te bepalen. Een privaat huishouden omvat de individuen die een verblijfplaats delen en die gezamenlijk beslissen over het overgrote deel van hun uitgaven. In deze oefening stemt dat concept overeen met het begrip ‘privaat huishouden’ in de administratieve gegevens. Private huishoudens zijn huishoudens die hetzelfde adres delen en niet als collectief geklasseerd worden. Collectieve huishoudens zijn religieuze gemeenschappen, rust- en verzorgingshuizen, weeshuizen, studenten- of arbeidershomes, ziekenhuizen of verplegingsinrichtingen, en gevangenissen. De leden van een privaat huishouden zijn niet noodzakelijk aan elkaar verwant. Een privaat huishouden kan bestaan uit verschillende gezinskernen en meer dan één fiscaal gezin omvatten.

Geslacht: Geslacht zoals geregistreerd in de administratieve gegevens.

Impact op lange termijn op de transportvraag, de congestie en het milieu

Transportvraag

Reizigerskilometer, wagen

Index 2024 = 100
loading...

Reizigerskilometer, openbaar vervoer

Index 2024 = 100
loading...

Reizigerskilometer, actieve vervoerswijzen

Index 2024 = 100
loading...

Tonkilometer (vracht), weg

Index 2024 = 100
loading...

Congestie

Afgelegde voertuigkilometers, spitsuren, congestiezones

Index 2024 = 100
loading...

Gemiddelde snelheid tijdens de ochtendspits, op het hoofdwegennet, congestiezones

Index 2024 = 100
loading...

Gemiddelde snelheid tijdens de avondspits, op het hoofdwegennet, congestiezones

Index 2024 = 100
loading...

Milieu

Directe broeikasgasemissies

Index 2024 = 100
loading...

Directe NOx-emissies

Index 2024 = 100
loading...

Directe PM2.5-emissies

Index 2024 = 100
loading...

Niet-uitlaat PM2.5-emissies

Index 2024 = 100
loading...

Impact op lange termijn op de samenstelling van het wagenpark

Aandeel van de verschillende aandrijvingen in 2040 (in %)

loading...

Impact op lange termijn op de transportvraag, de congestie en het milieu

Verschillen ten opzichte van het referentiescenario
2030 2035 2040
Transportvraag
Reizigerskilometer, wagen
cd&v - - -
DéFI -0,0% +0,0% +0,0%
Ecolo -2,8% -2,8% -2,9%
Groen -1,6% -1,7% -1,6%
Les Engagés - - -
MR - - -
N-VA -0,0% -0,0% -0,0%
Open Vld - - -
PS -1,0% -0,9% -0,8%
PVDA-PTB -1,5% -1,5% -1,4%
VB - - -
Vooruit +0,3% +0,3% +0,3%
Reizigerskilometer, openbaar vervoer
cd&v - - -
DéFI +0,0% -0,0% -0,0%
Ecolo +11,6% +11,6% +11,3%
Groen +9,3% +9,3% +9,0%
Les Engagés - - -
MR - - -
N-VA +0,0% +0,0% +0,0%
Open Vld - - -
PS +10,8% +10,7% +10,7%
PVDA-PTB +18,3% +18,4% +18,7%
VB - - -
Vooruit -0,7% -0,6% -0,6%
Reizigerskilometer, actieve vervoerswijzen
cd&v - - -
DéFI +0,0% -0,1% -0,1%
Ecolo +2,1% +2,3% +2,3%
Groen +0,4% +0,6% +0,5%
Les Engagés - - -
MR - - -
N-VA +0,0% +0,0% +0,0%
Open Vld - - -
PS -4,3% -4,2% -4,1%
PVDA-PTB -11,7% -11,3% -10,9%
VB - - -
Vooruit -1,1% -1,0% -0,9%
Tonkilometer (vracht), weg
cd&v - - -
DéFI -0,0% -0,0% -0,0%
Ecolo -0,0% -0,0% -0,0%
Groen -1,0% -1,0% -1,0%
Les Engagés - - -
MR - - -
N-VA -0,2% -0,2% -0,2%
Open Vld - - -
PS +0,0% +0,0% +0,0%
PVDA-PTB +0,0% +0,0% +0,0%
VB - - -
Vooruit -1,0% -1,0% -1,0%
Congestie
Afgelegde voertuigkilometers, spitsuren, congestiezones
cd&v - - -
DéFI +0,0% +0,0% +0,0%
Ecolo -4,4% -4,3% -4,1%
Groen -2,0% -2,0% -1,8%
Les Engagés - - -
MR - - -
N-VA +0,0% +0,0% +0,0%
Open Vld - - -
PS -0,7% -0,7% -0,6%
PVDA-PTB -0,6% -0,5% -0,5%
VB - - -
Vooruit -2,8% -2,6% -2,5%
Gemiddelde snelheid tijdens de ochtendspits, op het hoofdwegennet, congestiezones
cd&v - - -
DéFI -0,0% -0,0% -0,0%
Ecolo +5,0% +4,9% +4,7%
Groen +2,1% +2,2% +2,1%
Les Engagés - - -
MR - - -
N-VA -0,0% -0,0% -0,0%
Open Vld - - -
PS +0,7% +0,6% +0,5%
PVDA-PTB +0,3% +0,3% +0,3%
VB - - -
Vooruit +2,1% +2,0% +1,9%
Gemiddelde snelheid tijdens de avondspits, op het hoofdwegennet, congestiezones
cd&v - - -
DéFI -0,0% -0,0% -0,0%
Ecolo +4,2% +4,3% +4,2%
Groen +1,8% +1,8% +1,8%
Les Engagés - - -
MR - - -
N-VA -0,0% -0,0% -0,0%
Open Vld - - -
PS +0,9% +0,9% +0,8%
PVDA-PTB +1,1% +1,1% +1,0%
VB - - -
Vooruit +3,6% +3,4% +3,3%
Milieu
Directe broeikasgasemissies
cd&v - - -
DéFI -0,8% -1,5% -1,1%
Ecolo +1,0% +1,9% +1,3%
Groen -1,2% -1,2% -1,1%
Les Engagés - - -
MR - - -
N-VA -0,0% -0,0% -0,0%
Open Vld - - -
PS -1,0% -1,1% -0,8%
PVDA-PTB -0,3% -0,1% +0,1%
VB - - -
Vooruit +0,4% +0,3% +0,2%
Directe NOx-emissies
cd&v - - -
DéFI -0,2% -0,3% -0,3%
Ecolo -0,6% -0,3% -0,3%
Groen +0,0% +0,1% +0,1%
Les Engagés - - -
MR - - -
N-VA +0,1% +0,1% +0,2%
Open Vld - - -
PS -0,2% -0,3% -0,2%
PVDA-PTB +0,0% -0,1% -0,0%
VB - - -
Vooruit +1,0% +0,9% +0,9%
Directe PM2.5-emissies
cd&v - - -
DéFI -0,3% -0,5% -0,3%
Ecolo -0,4% -0,1% -0,1%
Groen +0,1% +0,3% +0,4%
Les Engagés - - -
MR - - -
N-VA +0,2% +0,2% +0,2%
Open Vld - - -
PS -0,6% -0,5% -0,4%
PVDA-PTB -0,6% -0,4% -0,3%
VB - - -
Vooruit +1,3% +1,4% +1,3%
Niet-uitlaat PM2.5-emissies
cd&v - - -
DéFI +0,0% -0,0% -0,0%
Ecolo +1,2% +1,2% +1,1%
Groen +0,7% +0,7% +0,6%
Les Engagés - - -
MR - - -
N-VA -0,0% -0,0% -0,0%
Open Vld - - -
PS +0,9% +0,8% +0,8%
PVDA-PTB +0,9% +0,9% +0,9%
VB - - -
Vooruit -0,1% -0,1% -0,1%

-Geen maatregelen doorgerekend voor deze partij

Impact op lange termijn op de samenstelling van het wagenpark

Aandeel van de verschillende aandrijvingen
2030 2035 2040
Elektrische wagens
Referentiescenario 10,5% 16,1% 25,0%
cd&v - - -
DéFI 11,6% 18,1% 26,6%
Ecolo 8,2% 12,8% 22,2%
Groen 11,6% 17,1% 25,9%
Les Engagés - - -
MR - - -
N-VA - - -
Open Vld - - -
PS 11,6% 17,5% 26,1%
PVDA-PTB 10,7% 16,3% 25,2%
VB - - -
Vooruit 10,3% 15,9% 24,8%
Plug-in hybride wagens
Referentiescenario 14,8% 15,1% 11,9%
cd&v - - -
DéFI 14,2% 13,8% 10,9%
Ecolo 16,9% 17,8% 14,2%
Groen 14,7% 15,0% 12,0%
Les Engagés - - -
MR - - -
N-VA - - -
Open Vld - - -
PS 14,3% 14,4% 11,4%
PVDA-PTB 15,2% 15,5% 12,3%
VB - - -
Vooruit 14,9% 15,2% 12,1%
Andere wagens
Referentiescenario 74,7% 68,8% 63,1%
cd&v - - -
DéFI 74,2% 68,1% 62,4%
Ecolo 74,9% 69,5% 63,6%
Groen 73,7% 67,8% 62,1%
Les Engagés - - -
MR - - -
N-VA - - -
Open Vld - - -
PS 74,1% 68,2% 62,5%
PVDA-PTB 74,1% 68,2% 62,5%
VB - - -
Vooruit 74,8% 68,9% 63,1%

-Geen maatregelen doorgerekend voor deze partij

Maatregelen waarvan de impact in aanmerking wordt genomen in de resultaten van het model – voorstelling voor de geselecteerde partijen

DéFI
102 Supprimer progressivement les niches fiscales à l'IPP (voitures de société, écochèques et chèques-repas)
Ecolo
105 Suppression de l’avantage fiscal lié à la voiture salaire et à la carte carburant
106 Instauration d’un prélèvement kilométrique intelligent en Belgique
108 Glissement fiscal des accises vers les produits énergétiques polluants
802 Gratuité ciblée SNCB (Jeunes, BIM, Seniors)
804 Suppression de la TVA sur les transports publics
Groen
110 Aanpassing fiscale en parafiscale behandeling van componenten van alternatieve verloning: deel personenbelasting
111 Aanpassing fiscale en parafiscale behandeling van componenten van alternatieve verloning: deel werknemersbijdragen
112 Aanpassing fiscale en parafiscale behandeling van componenten van alternatieve verloning: deel werkgeversbijdragen
802 Accijnshervorming die elektriciteit goedkoper maakt
803 Nultarief voor btw op openbaar vervoer en quasi gratis openbaar vervoer voor jongeren, ouderen en mensen die moeilijk rondkomen
804 Afbouwen van fossiele subsidies transportsector en vlottere mobiliteit dankzij een sturende verkeersfiscaliteit
N-VA
106 We verlagen de subsidies voor fossiele brandstoffen
PS
801 Rendre gratuits les transport publics : SNCB
802 Rendre gratuits les transports publics : TEC/STIB
PVDA-PTB
801 Gratuité des transports publics (bus, tram et métro) | Gratis openbaar vervoer (bus, tram en metro)
802 Gratuité des transports publics (bus, tram et métro) | Gratis openbaar vervoer (bus, tram en metro)
803 Gratuité des transports publics (bus, tram et métro) | Gratis openbaar vervoer (bus, tram en metro)
804 Annulation de l'augmentation des accises sur l’électricité et le gaz | Ongedaan maken van de accijnsverhoging op elektriciteit en aardgas
Vooruit
803 Afschaffing subsidie professionele diesel
804 Spitsheffing op snelwegen rond Brussel (GEN zone), Antwerpen en Gent

Over wat gaat het? 

Het betreft de impact op lange termijn (2040) op het vervoer van de voorgestelde maatregelen. De impact wordt geschat als verschil ten opzichte van het referentiescenario dat wordt opgesteld bij ongewijzigd beleid en waarin de bestaande wetgeving wordt opgenomen. Naast de impact op de transportvraag, wordt de impact gerapporteerd op de wegcongestie, op het milieu en op de samenstelling van het wagenpark.

De resultaten worden verkregen aan de hand van de modellen PLANET en CASMO. Meer informatie over deze modellen zijn beschikbaar in de betreffende Working Paper.

Metadata

Reizigerskilometer, wagen: Aantal kilometers afgelegd in België door alle personen die zich met de wagen of bestelwagen voor personenvervoer verplaatsen (solo en carpooling). Een reizigerskilometer (rkm) is een kilometer afgelegd door een persoon. Bij wijze van voorbeeld: de verplaatsing van een wagen die 5 personen vervoert over 50 km, vertegenwoordigt 250 rkm.

Reizigerskilometer, openbaar vervoer: Aantal kilometers afgelegd in België door alle personen die zich met het openbaar vervoer verplaatsen (trein, tram, bus en metro). Een reizigerskilometer (rkm) is een kilometer afgelegd door een persoon. Bij wijze van voorbeeld: de verplaatsing van een bus die 25 personen vervoert over 10 km, vertegenwoordigt 250 rkm.

Reizigerskilometer, actieve vervoerswijzen: Aantal kilometers afgelegd in België door alle personen die zich te voet of met de fiets verplaatsen. Een reizigerskilometer (rkm) is een kilometer afgelegd door een persoon. Bij wijze van voorbeeld: de verplaatsing van een fiets die 1 persoon vervoert over 250 km, vertegenwoordigt 250 rkm.

Tonkilometer (vracht), weg: Aantal kilometers afgelegd in België door alle ton vervoerd over de weg (vrachtwagens en bestelwagens). Een tonkilometer (tkm) is een kilometer afgelegd door een ton goederen. Bij wijze van voorbeeld: de verplaatsing van een vrachtwagen die 20 ton goederen vervoert over 10 km, vertegenwoordigt 200 tkm.

Afgelegde voertuigkilometers: Aantal kilometers afgelegd door alle wegvoertuigen. Een voertuigkilometer (vkm) is een kilometer afgelegd door een voertuig op de weg.

Congestiezones: Er worden vier agglomeraties of congestiezones onderscheiden: Brussels Hoofdstedelijk Gewest, GEN-zone, Agglomeratie Antwerpen en Agglomeratie Gent.

Spitsuren: De spitsuren bestrijken vijf uur in een dag tijdens de week (7.00-9.00 uur en 16.00-19.00 uur)

Ochtendspits: De ochtendspitsperiode bestrijkt twee uur in een dag tijdens de week (7.00-9.00 uur).

Avondspits: De avondspitsperiode bestrijkt drie uur in een dag tijdens de week (16.00-19.00 uur).

Hoofdwegennet: Het hoofdwegennet bestaat uit alle wegen waarop de huidige kilometerheffing voor vrachtwagens wordt geheven.

Directe broeikasgasemissies: Directe broeikasgasemissies worden geproduceerd tijdens de gebruiksfase van het vervoermiddel en komen overeen met de Tank-tot-Wiel (‘Tank-to-Wheel’)-emissies. Hierbij wordt rekening gehouden met de drie belangrijkste broeikasgassen: koolstofdioxide (CO2), methaan (CH4) en distikstofoxide (N2O). Deze emissies worden uitgedrukt in CO2-equivalenten: de uitgestoten hoeveelheden CH4 en N2O worden herleid tot hun CO2-equivalent op basis van hun opwarmend vermogen. CH4 heeft een opwarmend vermogen dat 28 keer groter is dan dat van CO2, terwijl N2O een opwarmend vermogen heeft dat 265 keer groter is dan dat van CO2. Dus, bijvoorbeeld, 100 ton uitgestoten CH4 is qua broeikaseffect gelijk aan 28 * 100 = 2.800 ton (of 2,8 kiloton) CO2.

Directe NOx-emissies: De directe emissies van stikstofoxiden vinden plaats tijdens de gebruiksfase van het vervoermiddel en komen overeen met de zogenaamde Tank-tot-Wiel (‘Tank-to-Wheel’)-emissies.

Directe PM2.5-emissies: De totale emissies van fijn stof met een diameter kleiner dan 2,5 μm van het transport omvat de directe en indirecte emissies en niet-uitlaatemissies. De directe emissies vinden plaats tijdens de gebruiksfase van het vervoermiddel en komen overeen met de zogenaamde Tank-tot-Wiel (‘Tank-to-Wheel’)-emissies. De niet-uitlaatemissies van het wegvervoer zijn afkomstig van de slijtage van de banden, de remmen en de slijtage van de weg. Bij het spoorvervoer worden ze veroorzaakt door de slijtage van de wielen, remmen, sporen en stroomleidingen.

Niet-uitlaat PM2.5-emissies: De totale emissies van fijn stof met een diameter kleiner dan 2,5 μm van het transport omvat de directe en indirecte emissies en niet-uitlaatemissies. De directe emissies vinden plaats tijdens de gebruiksfase van het vervoermiddel en komen overeen met de zogenaamde Tank-tot-Wiel (‘Tank-to-Wheel’)-emissies. De niet-uitlaatemissies van het wegvervoer zijn afkomstig van de slijtage van de banden, de remmen en de slijtage van de weg. Bij het spoorvervoer worden ze veroorzaakt door de slijtage van de wielen, remmen, sporen en stroomleidingen.

Metadata

Wagenpark: Dit heeft betrekking op het totaal aantal personenwagens, zowel wagens in privébezit als bedrijfswagens. Vrachtwagens (met inbegrip van lichte vrachtwagens), (mini)bussen, autocars en campers maken hier geen deel van uit.

Elektrische wagens: Een elektrische auto wordt aangedreven met een elektromotor. Een batterij levert hiervoor de energie.

Plug-in hybride wagens: Een plug-in hybride wordt aangedreven door zowel een elektromotor als een verbrandingsmotor. De batterij van de elektromotor kan opnieuw opgeladen worden door aan te sluiten op het elektriciteitsnet. De verbrandingsmotor kan zowel een benzinemotor als een dieselmotor zijn.

Andere wagens: Deze categorie omvat diesel-, benzine-, CNG-, LPG-, diesel hybride- en benzine hybride-wagens.

Impact op lange termijn op het elektriciteitsproductiepark

Bevoorradingszekerheid

Energy Not Served

Verschillen in gigawattuur ten opzichte van het referentiescenario in 2033
loading...

Loss of Load Expectation

Verschillen in uur ten opzichte van het referentiescenario in 2033
loading...

Duurzaamheid

Uitstoot van CO2 door de elektriciteitssector in België

Verschillen in miljoen ton CO2 ten opzichte van het referentiescenario in 2033
loading...

Uitstoot van CO2 door de elektriciteitssector in Europa

Verschillen in miljoen ton CO2 ten opzichte van het referentiescenario in 2033
loading...

Betaalbaarheid

Marginale systeemkosten

Verschillen in % ten opzichte van het referentiescenario in 2033
loading...

Impact op lange termijn op het elektriciteitsproductiepark

Referentiescenario in 2033 Verschillen ten opzichte van het referentiescenario
Bevoorradingszekerheid
Energy Not Served 4,1 GWh
cd&v -
DéFI -2,8 GWh
Ecolo -0,7 GWh
Groen -0,3 GWh
Les Engagés -2,8 GWh
MR -2,8 GWh
N-VA -2,8 GWh
Open Vld -
PS -
PVDA-PTB -
VB -2,8 GWh
Vooruit -
Loss of Load Expectation 1,8 u
cd&v -
DéFI -1,1 u
Ecolo -0,4 u
Groen -0,2 u
Les Engagés -1,1 u
MR -1,1 u
N-VA -1,1 u
Open Vld -
PS -
PVDA-PTB -
VB -1,1 u
Vooruit -
Duurzaamheid
Uitstoot van CO2 door de elektriciteitssector in België 13,2 Mt CO2
cd&v - (-)
DéFI -0,3 Mt CO2 (-2,5%)
Ecolo -0,1 Mt CO2 (-1,1%)
Groen -0,4 Mt CO2 (-2,9%)
Les Engagés -0,3 Mt CO2 (-2,5%)
MR -0,3 Mt CO2 (-2,5%)
N-VA -0,3 Mt CO2 (-2,5%)
Open Vld - (-)
PS - (-)
PVDA-PTB - (-)
VB -0,3 Mt CO2 (-2,5%)
Vooruit - (-)
Uitstoot van CO2 door de elektriciteitssector in Europa 300,4 Mt CO2
cd&v -
DéFI -1,8 Mt CO2
Ecolo -0,9 Mt CO2
Groen -1,1 Mt CO2
Les Engagés -1,8 Mt CO2
MR -1,8 Mt CO2
N-VA -1,8 Mt CO2
Open Vld -
PS -
PVDA-PTB -
VB -1,8 Mt CO2
Vooruit -
Betaalbaarheid
Marginale systeemkosten 87,0 €/MWh
cd&v -
DéFI -12,0%
Ecolo -5,7%
Groen -4,0%
Les Engagés -12,0%
MR -12,0%
N-VA -12,0%
Open Vld -
PS -
PVDA-PTB -
VB -12,0%
Vooruit -

-Geen maatregelen doorgerekend voor deze partij
GWhGigawattuur
uUur
Mt CO2Miljoen ton CO2
€/MWhEuro per megawattuur
NVTNiet van toepassing

Over wat gaat het?

Het betreft de impact op lange termijn (2033) van de maatregelen met betrekking tot het elektriciteitssysteem ten opzichte van het referentiescenario. Dit laatste is gebaseerd op de European Resource Adequacy Assessment-studie die in december 2023 door ENTSO-E werd gepubliceerd.

De resultaten worden verkregen aan de hand van het Artelys Crystal Super Grid-model. Meer informatie over dat model is beschikbaar in de betreffende Working Paper.

Metadata

Referentiescenario: Het referentiescenario is gebaseerd op de European Resource Adequacy Assessment-studie die in december 2023 door het European Network of Transmission System Operators for Electricity (ENTSO-E) werd gepubliceerd. Voor België houdt het rekening met de levensduurverlenging van de twee nucleaire eenheden in Doel 4 en Tihange 3 en met de ingebruikname van het offshore windmolenpark in de Prinses Elisabeth-zone.

Energy Not Served: Niet-geleverde energie wordt gedefinieerd als de hoeveelheid elektriciteit die mogelijk niet wordt geleverd gedurende het jaar, als gevolg van onvoldoende binnenlandse productie en import om aan de totale vraag te voldoen. In de literatuur wordt deze hoeveelheid ook wel Energy Not Supplied genoemd.

Loss of Load Expectation: De loss of load expectation komt overeen met het aantal uren (gedurende het jaar) waarin niet volledig aan de elektriciteitsvraag kan worden voldaan als gevolg van onvoldoende binnenlandse productie en import. De wettelijke betrouwbaarheidsnorm stelt de maximale LOLE-waarde op 3 uur (onder normale omstandigheden).

Uitstoot van CO2 door de elektriciteitssector in België: De totale CO2-uitstoot van het Belgische elektriciteitssysteem, onderdeel van het Europese emissiehandelssysteem (Emissions Trading System), uitgedrukt in miljoen ton CO2. Het betreft louter de CO2-uitstoot, niet de totale broeikasgasemissies, noch de lokale polluenten.

Uitstoot van CO2 door de elektriciteitssector in Europa: Totale CO2-uitstoot van het geïnterconnecteerde elektriciteitssysteem, uitgedrukt in miljoen ton CO2. Het betreft louter de CO2-uitstoot, niet de totale broeikasgasemissies, noch de lokale polluenten. Het geïnterconnecteerde systeem dat hier wordt bekeken, bestaat uit Europese landen, met uitzondering van Cyprus en Malta, en omvat het Verenigd Koninkrijk, Zwitserland en Noorwegen.

Marginale systeemkosten: Marginale kosten zijn de variabele kosten (brandstof, CO2-emissievergunningen, onderhoud en werking) van de duurste elektriciteitscentrale die in werking moet worden gesteld om aan de vraag naar elektriciteit te voldoen. Op de groothandelsmarkt (day-aheadmarkt) bepalen de marginale kosten de verkoopprijs voor alle productietechnologieën (wind, zon, kernenergie, enz.) die op hetzelfde moment elektriciteit produceren. Deze kosten mogen echter niet worden verward met de prijs die de eindverbruiker betaalt, die belastingen en transmissiekosten omvat. De marginale kosten geven echter wel een idee van de waarde van elektriciteit en beïnvloeden de investeringskeuzes in de elektriciteitssector. Aangezien de marginale kosten van uur tot uur variëren, is de getoonde indicator het gemiddelde over het jaar.